In Utrecht is men even niet blij met de eigen geneeskundeopleiding, blijkt uit het U-Blad: een ongelukje met hiv-besmet bloed houdt de gemoederen hevig bezig. Tijdens een tweedejaars practicum kreeg een studente bloed in haar mond, dat bij nader onderzoek besmet bleek te zijn met het hiv-virus dat aids kan veroorzaken. In het betreffende practicum was het de bedoeling om met behulp van een kleine pipet een druppel bloed toe te voegen aan een urinemonster. Naar alle waarschijnlijkheid heeft de studente het plasma met de mond in plaats van met een knijpballonnetje in de pipet opgezogen, waarbij het besmette bloed in haar mond kwam. Het slachtoffer is onder behandeling van een internist gesteld, slikt preventief medicijnen en weet over een half jaar of zij met het hiv-virus besmet is geraakt. De Utrechtse rel gaat nu om de vraag of het normaal is dat studenten met ongecontroleerd bloed werken. Zowel het Universitair Medisch Centrum als de Arbeidsinspectie stellen een onderzoek in. Vooralsnog stelt de universiteit zich op het standpunt dat de risico's nihil zijn wanneer de voorschriften worden nageleefd. Bovendien leren de studenten te werken alsof het besmet bloed betreft en was de begeleiding bij het practicum (een docent, tien student-assistenten en twee analisten op 70 studenten) voldoende, aldus een woordvoerster.
De Campuskrant van de KU Leuven legt in haar laatste editie een bijzondere Belgische betrokkenheid bij het WK-voetbal bloot. De Leuvense hoogleraar kinesiologie Werner Helsen blijkt namelijk door de FIFA te zijn ingehuurd voor de 'fysieke begeleiding' van de scheidsrechters en assistent-scheidsrechters van het WK. De Belgische prof legde de arbiters ook tijdens Euro 2000 al in de watten en geeft regelmatig clinics aan de 50 beste UEFA-scheidsrechters. Negen weken voor het WK kwamen de WK-fluiters al in Seoel bijeen, waar zij van Helsen onder meer een trainingsschema kregen. In de navolgende weken 'hielden ze hun hartslaggegevens bij, die dan in Leuven verwerkt werden', aldus de Campuskrant, die ook weet te melden dat 'de daadwerkelijke fysieke prestaties van de scheidsrechter op het veld die van de spelers in sommige opzichten overtreffen.' Want de scheids legt weliswaar ongeveer dezelfde afstand af als een speler, maar maakt een groter aantal 'activiteitswissels', oftewel overgangen tussen stilstaan, wandelen, joggen en lopen. Bovendien wijst onderzoek uit dat de arbitrale beslissingen (en dat zijn er twee tot drie per minuut) het beste genomen kunnen worden op maximaal 15 meter van de actie. 'En om telkens juist daar te staan moet je topfit zijn en is een professionele begeleiding dus zeker geen luxe,' aldus de Campuskrant.