Zavos maakte de kloon door een chromosoomloze menselijke eicel te versmelten met een granulosa-cel, een vrouwelijke cel die in de baarmoeder jonge embryo's voedt en beschermt. Hij liet de cellen fuseren met elektrische schokken. Die techniek heeft hij geperfectioneerd door te oefenen met hybriden, waarbij hij de menselijke granulosa cel liet versmelten met een eicel van een koe. Uit pogingen met zes- tot zevenhonderd koeiencellen heeft Zavos tweehonderd mens-koe embryo's verkregen. Hij ontkent dat er ethische bezwaren hangen aan het maken van dergelijke hybriden. 'We zijn niet van plan deze embryo's groter te laten worden dan zo'n honderd cellen. We zijn niet geïnteresseerd in het maken van monsters', aldus Zavos.
Het menselijke embryo wil Zavos echter wel laten volgroeien. Hij ziet klonen als een oplossing voor stellen die met andere methoden, zoals IVF, geen kinderen kunnen krijgen. Wetenschappers waarschuwen dat klonen lang niet altijd goed gaat. Slechts drie procent van gekloonde dieren is levensvatbaar. De meesten zijn dan nog ernstig misvormd. Volgens Zavos is het inderdaad niet uit te sluiten dat het bij de mens ook fout zal gaan, maar mislukkingen horen bij de wetenschap, vindt hij. (bron: Natuur & Techniek)