De drie TU's noemen deze expliciete steun een absolute randvoorwaarde voor het succesvol realiseren van de plannen die er onder meer toe leiden dat 12 tot 15 % van de eerstegeldstroom (het geld dat ze rechtstreeks krijgen van de minister) wordt heringericht. Dat zal betekenen dat sommige wetenschapsgebieden worden versterkt ten koste van andere. Volgens het FD zou het daarbij gaan om de herverkaveling van 1400 volledige plaatsen. De meeste kosten zouden gaan zitten in transities: de verhuizingen van onderzoekers van het ene naar het andere project, of om ze voor te bereiden op een taak binnen een ander onderzoeksveld.
De in het rapport gebezigde doorzettingsmacht, waarmee de drie voorzitters bepaalde processen kunnen versnellen of knopen kunnen doorhakken roept zeker bij de drie universiteitsraden de nodige vraagtekens op. Aanstaande vrijdag praten de drie raadsvoorzitters in Wageningen met de commissie-Hermans. Vaststaat dat ze van Hermans willen weten hoe de doorzettingsmacht zich verhoudt tot het beginsel van de medezeggenschap en de bevoegdheden van het college van bestuur én welke plaats de raden in het toekomstig bestel zullen innemen. Daarover is namelijk in het rapport niets te vinden. Wel wordt gewag gemaakt van een sterke raad van advies en stakeholders, die als externe deskundigen hun stem zullen verheffen. Ook de bestaande raden van toezicht, immers de bazen van de drie colleges van bestuur, zullen willen weten waar ze de komende jaren aan toe zijn.
UT-nieuws maakte het Sectorplan reeds op 19 februari openbaar. Daaruit blijkt dat de drie TU's streven naar een federatief verband. Met behoud van eigen autonomie, maar met een hoge mate van onderlinge afstemming en te bereiken in 2010.
In het Financieel Dagblad noemt de Delftse emeritus hoogleraar en voorzitter van de Raad voor de Technische Wetenschappen, A. Verruijt, de `impact' van het plan aanzienlijk. `Daar zal niet iedereen blij mee zijn. Maar het is goed om de zaak een beetje op te schudden.'