In zijn nadagen als decaan van de Nijmeegse medische faculteit maakte Peter Vooijs de strijd om een medische opleiding aan de UT in alle hevigheid mee. Zoals bekend zette Twente aanvankelijk in op een eigen medische faculteit, om met de op te leiden artsen te kunnen voorzien in de toenemende behoefte aan medici in Nederland. De acht gevestigde medische faculteiten, die al gauw met eigen uitbreidingsplannen kwamen, verzetten zich daar fel tegen. Vooijs was hun voorzitter. `Enschede heeft zich opgeworpen als kandidaat voor een medische opleiding. Wij en de andere faculteiten vinden dat geen goede oplossing,' zei Vooijs in oktober 2001 in het Nijmeegse universiteitsblad.
Kunt u zich nog herinneren wanneer bij u de knop is omgegaan en u de Twentse plannen bent gaan steunen?
`Nu creëert u een tegenstelling die er niet was! Ik heb destijds inderdaad gezegd dat het niet zinvol is om een negende medische faculteit in Nederland te stichten. Dat was het standpunt van de gezamenlijke medische faculteiten in Nederland. Ik moest dat dus wel zeggen, maar dat vond ik ook: er is geen behoefte aan meer van hetzelfde. Bovendien is er voorlopig voldoende uitbreidingscapaciteit bij de bestaande faculteiten en is het stichten van een negende academisch ziekenhuis in Nederland financieel vrijwel uitgesloten.Wel heb ik er tegen de UT altijd bij gezegd: doe iets vernieuwends en ga uit van je eigen sterkte. Het opzetten van de opleiding technische geneeskunde heb ik altijd gepropageerd, want dat biedt een veel snellere oplossing voor het personeelstekort in de gezondheidszorg dan het opleiden van nog meer basisartsen en specialisten. Dat die opleiding er gekomen is, maakt mij een gelukkig mens. Het is iets zeer vernieuwends, uniek in Europa.'
Toen u eenmaal bouwdecaan was, moest u de plannen een aantal keren fel verdedigen. Zowel intern, bij de u-raad, als extern. Hoe kijkt u terug op die gevechten?
`Ik kan me heel wel voorstellen dat een UR terughoudend is bij iets wat nog maar net vorm krijgt. Dat gesprek met de UR heb ik zeer beslist als constructief ervaren. Het was een gezonde discussie, ook over de vraag `moet dat nou wel zo nodig, en is het allemaal wel haalbaar'. Uiteindelijk heeft de UR - na een goede gedachtenwisseling - gezegd: we geven het een kans.`In eigen kring heb ik dat soort discussies natuurlijk ook gevoerd. Bijvoorbeeld over de vraag of zo'n opleiding geen schaars personeel bij andere instellingen wegzuigt. Maar het bijzondere is nu juist dat je met deze nieuwe opleiding capaciteit aanboort die er wel is, maar niet voor dit doel gebruikt wordt. En dat is een duidelijke win-win situatie.
`Overigens verdween het verzet vrij snel toen de staatssecretaris eenmaal haar beslissing had genomen. Voor een deel was het natuurlijk ook alleen maar een pro forma protest: mensen lopen nu eenmaal niet direct zomaar achter iets nieuws aan. Maar nu is de stemming aan het omslaan, de acceptatie is vrij groot.'
Een van de grootste kritiekpunten uit het veld is dat het beroep van de toekomstig technisch geneeskundige nogal vaag is. Bent u al suf gezeurd door eerstejaars die wel eens willen weten wat ze later eigenlijk worden?
`Nee, want ik denk dat de studenten dat al vrij aardig weten. Ze gaan technologisch geavanceerde bewerkingen uitvoeren in de diagnostiek en therapie. Ik ben ervan overtuigd dat dat steeds meer gaat gebeuren in multidisciplinaire teams van specialisten, onder leiding van een coördinerend arts. Geneeskundig handelen, informatica en technologie gaan nu eenmaal steeds meer hand in hand.'
De medische faculteit van Münster zou een prominente rol gaan spelen in de opleiding. De studenten zouden met grote regelmaat in de Duitse collegebanken zitten, maar nu reizen ze naar Nijmegen in plaats van Münster.
`De afspraken tussen de UT en Münster dateren uit de tijd dat er in Nederland nog geen partner voor de Twentse opleiding was. Die rol is nu door Nijmegen overgenomen, mede omdat de verschillen met de Duitse curriculumorganisatie en -opbouw toch wat groter blijken te zijn en nog niet helemaal weggepoetst konden worden. Maar Münster komt nadrukkelijk weer in beeld zodra we het onderzoek verder gaan optuigen. Want vergeet niet dat we nu wel een bachelor-, maar nog geen masteropleiding hebben. En als je dat curriculum, over anderhalf jaar ongeveer, geaccrediteerd wilt krijgen, moet je ook een gedegen onderzoeksprogramma kunnen laten zien. Daar zal ik me de komende periode vooral mee bezighouden.
'Beetje tevreden over het verloop van het eerste jaar tot nu toe?
`Gaandeweg kom je altijd dingen tegen die je achteraf anders gedaan zou hebben, maar ik heb geen dingen geconstateerd waar ik van geschrokken ben. Bovendien zie ik dat onze vijftig eerstejaars het heel behoorlijk doen en dat is uitermate bemoedigend.
'Volgend jaar 100 eerstejaars erbij, is de bedoeling. Gaat dat lukken?
`Vorig jaar zaten de beschikbare 50 plaatsen zo vol, zonder al te veel werving. Nu hebben we al meer vooraanmeldingen binnen dan vorig jaar rond deze tijd. Dus met de grotere bekendheid die we nu hebben en wat meer reclame zouden we dat best eens kunnen halen.
'Heeft u al te maken gekregen met de begeleidingscommissie van de staatssecretaris, die erop moet toezien dat UT niet stiekem toch artsen gaat opleiden?
`Daar heb ik mee gesproken ...'
Zijn ze streng?
`Nee, wel zorgvuldig. Maar daar lig ik niet wakker van. Integendeel, hoe meer denktanks en klankbordgroepen hoe beter. Wij willen ook helemaal geen artsen opleiden. Dat zou ook niet pragmatisch zijn, want juist de vraag naar technisch geneeskundigen, naar dat soort expertise, neemt van dag tot dag toe. Ik heb al een paar mensen in het veld gesproken die nu al zeggen: stuur mij maar een paar van die mensen zodra je ze hebt. Graag!'
Menno van Duuren
Peter Vooijs
![]()