De TU Delft wil de komende drie jaar 450 banen schrappen onder het ondersteunend personeel. In dezelfde periode groeit het aantal arbeidsplaatsen bij de wetenschapperrs met 250. De reorganisatie treft alle faculteiten en diensten, meldt het Delftse u-blad Delta.
`We hebben vastgesteld dat hier geld weglekt dat in feite naar het onderzoek en het onderwijs hoort te gaan. Delft presteert relatief niet goed,' zegt de Delftse collegevoorzitter Van Luijk in een toelichting op de reorganisatieplannen. `Maar het is geen bezuinigingsoperatie. Wij willen ons tegelijkertijd versterken door het aantrekken van meer wetenschappers, met name promovendi en postdocs.'
De operatie is gebaseerd op een vergelijking tussen de TU Delft en andere universiteiten. Het Delftse college heeft de TU Eindhoven gekozen als best practice. Gebleken is dat daar een verhouding tussen wetenschappelijk personeel en ondersteunend personeel bestaat van 1 op 1,4, terwijl dat in Delft ongeveer 1 op 1 is. `Dat betekent dat Eindhoven in staat is meer resultaten te behalen in onderwijs en onderzoek tegen lagere kosten voor ondersteuning', aldus het college in een brief aan de ondernemingsraad. Op 1 oktober moet er een concreet plan liggen dat laat zien hoe de verschuiving uitgevoerd wordt.
CvB-voorzitter Van Luijk verwacht niet dat de operatie zonder gedwongen ontslagen kan verlopen. Maar natuurlijk verloop en overplaatsingen zullen de pijn moeten verzachten.
'Geconcentreerde coördinatie' is de naam van de methode waarmee de TU haar organisatie gaat herinrichten. Het is niet de bedoeling van Van Luijk om de gedecentraliseerde structuur van de TU overhoop te halen. Wel is de kans groot dat de faculteiten hun `eigen' diensten voor onder andere personeelszaken, financiën, automatisering, communicatie en studentenzaken zullen zien opgaan in grotere en gezamenlijke back offices.
De ondernemingsraad hoopt nog voor 1 maart een advies uit te kunnen brengen. De eerste reacties duidden op begrip voor het standpunt van het college. In de raad klonk wel bezorgdheid over de mogelijkheid dat wetenschappers in de toekomst te veel tijd kwijt zouden zijn aan de eigen ondersteuning.