Een paar venijnige vragen moest het CvB van de universiteitsraad toch nog even beantwoorden, dinsdag bij de behandeling van het evaluatierapport major-minor. Was de invoeringsoperatie van destijds die 20 miljoen gulden nou wel waard? Heeft het de UT meer studenten opgeleverd? Krijgt iedere UT-student de beoogde paradigmashift?
De antwoorden stonden eigenlijk allemaal in het evaluatierapport dat de dienst Informatietechnologie, Bibliotheek & Educatie (ITBE) vorig jaar maakte over de veelbesproken onderwijsvernieuwing die eind jaren negentig aan de UT werd ingevoerd. Maar met name de fracties van de Campus Coalitie en Democraten Drienerlo wilden het graag nog eens uit de mond van CvB-portefeuillehouder Huib de Jong horen.
`Ja,' luidde het antwoord van De Jong, `de invoering van het major-minor stelsel is voor de UT van het grootste belang geweest. De aantrekkelijkheid en de dynamiek van het onderwijs zijn vergroot en dat is goed voor de UT.' En de miljoeneninvestering `is volkomen terecht gedaan,' aldus De Jong.
Of de invoering van de minor (een `opleidingsvreemd' bijvak) ook heeft geleid tot de beoogde verhoging van de studenteninstroom, durfde De Jong niet voor zijn rekening te nemen. Rector Frans van Vught stelde vast dat die `in elk geval niet gedaald' zijn, en dat inmiddels alle universiteiten het voorbeeld van de UT hebben gevolgd. `Er is geen universiteit meer die de minor niet heeft, en het staat nu ook op in het HOOP (de beleidsvoornemens van het ministerie op het gebied van onderwijs en onderzoek, red.).'
Uit het ITBE-rapport blijkt, zoals eerder gemeld, dat de aantrekkingskracht van het UT-onderwijs op potentiële eerstejaars er door de invoering van de minor niet groter op geworden is: bij 19 procent van de lichting 1999/2000 was de minor nog wel een van de drie belangrijkste redenen om voor de UT te kiezen, maar voor de eerstejaars van 2002/2003 was dat nog maar in vijf procent van de gevallen een zwaarwegende reden.
Wel vindt 88 procent van de studenten dat de minor een duidelijke meerwaarde heeft. Een grote meerderheid van hen geeft aan dat ze dankzij het volgen van hun minor een bredere kijk op de wetenschap hebben gekregen en grensverleggend hebben leren denken. Het bewerkstelligen van deze `paradigmashift' was een van de belangrijkste doelstellingen bij het invoeren van het major-minor model.
Maar, benadrukte de u-raad met het evaluatierapport in de hand, die paradigmashift wordt niet bij alle studenten bereikt. Studenten uit de maatschappijwetenschappelijke opleidingen (met name BSK en TCW) kiezen maar in 55 procent van de gevallen een minor die ver buiten hun eigen vakgebied ligt. Huib de Jong gaf aan dat daar `nadere afspraken' over te maken zijn. Maar of het daar ook echt van komt, blijkt pas over een paar maanden. Het college wil pas met een officiële `bestuurlijke reactie' op het rapport en de kritiekpunten van de raad komen, als er meer bekend is over de implementatie van het Sectorplan. Daarin stemmen zoals bekend de drie technische universiteiten hun onderwijs en onderzoek vergaand op elkaar af, waaronder het major-minor model.