Vliegveldbrandweer blust wel, maar redt niet

| Redactie

Pieter van Vollenhoven was vorige week donderdag een van de sprekers op het symposium van de civieltechnische studieverenging ConcepT. De voorzitter van de Raad van Transportveiligheid sprak in een bomvolle zaal van de Waaier over `Nut en noodzaak van onafhankelijk ongevalonderzoek'.   `Ruimte voor risico', zo luidde het centrale symposiumthema. Van Vollenhoven benadrukte


 

 

 

 

 

Pieter van Vollenhoven was vorige week donderdag een van de sprekers op het symposium van de civieltechnische studieverenging ConcepT. De voorzitter van de Raad van Transportveiligheid sprak in een bomvolle zaal van de Waaier over `Nut en noodzaak van onafhankelijk ongevalonderzoek'.

 

`Ruimte voor risico', zo luidde het centrale symposiumthema. Van Vollenhoven benadrukte in zijn lezing dat het geven van ruimte aan risico's een bewuste keuze is. Gaat het dan een keer mis, `dan moet je òf de zaken bijstellen, òf de consequenties aanvaarden,' stelde Van Vollenhoven nuchter.

De RvT-voorzitter behandelde uitvoerig de case van de ramp met het Hercules-transportvliegtuig in Eindhoven, waarbij 34 mensen om het leven kwamen. De Raad voor Transportveiligheid voerde een onafhankelijk onderzoek uit. `We hebben daarbij ondervonden dat het op luchthavens internationaal zo geregeld is, dat de brandweer totaal gefocusseerd is op blussen en niet zozeer op redden. De brandweer is namelijk noch uitgerust, noch getraind om te redden. Als een vliegtuig neerstort moet je jezelf in veiligheid zien te brengen. Dat is het systeem dat wij internationaal aanvaarden.' Het kabinet kwam desondanks met de kritiek dat de brandweer eerder had kunnen beginnen met redden en dat de brandweer wèl zou zijn uitgerust met reddingsmateriaal. Van Vollenhoven vindt deze kritiek onterecht. `Hetzelfde departement antwoordt op Kamervragen naar de veiligheid in de Velserspoortunnel dat `de brandweer de tunnel niet hoeft te betreden als de veiligheid van de brandweerlieden niet voldoende kan worden gegarandeerd'. Dat vergeten ze dan kennelijk bij de Hercules.' Ook wat betreft het reddingsmateriaal wijst hij de kritiek van het kabinet af: `Het enige reddingsmateriaal dat die brandweerlieden hadden, was een schaar om hun eigen wagens mee open te knippen als daar iets mee aan de hand zou zijn!'

Volgens van Vollenhoven is de economie het grootste `virus' dat de veiligheid bedreigt. `Dat geldt ook voor sectoren waar je dat niet zou verwachten, bijvoorbeeld bij de NASA. Twee shuttles zijn ten onder gegaan: de Colombia en de Challenger. Men wist de reden: van de Colombia was het bekend dat het isolatieschuim losliet. De technici hebben daarvoor gewaarschuwd, maar dat is weggewuifd door de directie omdat `er nog nooit iets is gebeurd'. Bij de Challenger was bekend dat de sluitring niet goed functioneerde. In beide gevallen had het programma moeten worden stilgelegd. Maar het waren de budgeteisen en de lanceerschema's die het van de veiligheid wonnen'.

Veiligheid is volgens Van Vollenhoven niet alleen een overheidstaak, maar ook een zaak van de samenleving in z'n totaliteit: `Uit de praktijk blijkt dat aan die eigen verantwoordelijkheid geen inhoud wordt gegeven, vaak vanuit economische motieven. Corrigeert de overheid dat dan, of moeten we dat zelf organiseren? Wij moeten een systeem bedenken, waardoor we verdomd goed weten wat voor risico's we nou eigenlijk gezamenlijk aanvaarden.' De Raad voor Transportveiligheid kan daar volgens Van Vollenhoven bij helpen door de samenleving zo nu en dan een spiegel voor te houden, zoals bij de Herculesramp.

Tot slot toonde Van Vollenhoven zich een groot voorstander van klokkenluidersregelingen, zonder in een `klikmaatschappij' te vervallen: `Alles wat er in de maatschappij gebeurt is bij insiders al lang bekend. Maar bij wie kan je terecht en wie doet er wat aan?'

 

 

 

 

Ingrid Szwajcer

Pieter van Vollenhoven: ... verdomd goed nadenken welke risico's we gezamenlijk aanvaardbaar vinden ...


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.