Na het zien van een documentaire op Discovery wist Ewout Gerritsma het zeker: hij wilde op stage naar Peru. Binnen anderhalve week vond hij een geschikt bedrijf: het International Potato Center in Lima. Een stel inentingen en acht lessen Spaans later vertrok de 23-jarige BiT-student vorige zomer voor vijf maanden naar Zuid-Amerika. `Ik ben vrij onvoorbereid weggegaan. Echt op nul begonnen. Dat was juist goed!'
`Zit ik in Peru, moet ik iets met aardappelen doen', dacht Ewout Gerritsma toen hij tijdens zijn zoektocht naar een stageplek op El Centro Internacional de la Papa in Lima stuitte. Na het zien van een boeiende documentaire had hij zijn zinnen op dit kleurrijke Zuid-Amerikaanse land gezet. Vooral een enorme zoutvlakte had in de documentaire zijn aandacht getrokken. Die moest hij zien.
Nu nog een plek. Ewout besloot alle contacten van Peru met Nederland eens na te gaan en belandde bij de Kamer van Koophandel in Peru. Die bracht hem weer in contact met een soort businessclub van Nederlandse ondernemers die hun geluk in Zuid-Amerika beproeven. Onder hen de Nederlandse directeur van het International Potato Center die hem introduceerde bij de IT-afdeling van zijn bedrijf.
Klaar. Ewout was welkom.
Maar aardappelen? Niet direct de eerste associatie met Peru. Ewout: `Net als veel andere mensen dacht ik bij Peru aan bergen, felgekleurde poncho's en de panfluit.' Niet aan bintjes dus. Toch, zo vertelt hij, werken de meeste Peruanen dagelijks een bordje piepers weg. En, een zoektocht op internet leert ons dat de aardappel uit de hoogvlakten van Peru komt; de Inca's ontdekten het eetbare knolletje dat vervolgens door de Spanjaarden naar Nederland is geloodst.
Ewout: `Het Potato Center is een agrarisch onderzoekscentrum. In Peru heb je veel verschillende soorten aardappelen. Als je daar in een supermarkt bent kun je uit wel twintig soorten kiezen. De onderzoekers bestuderen de verschillende families en kijken hoe ze ze ziekteresistent kunnen maken. Ze doen dat in projecten waar onderzoekers uit de hele wereld aan werken. Het projectinformatiesysteem dat ze daarvoor gebruiken is erg verouderd en ze wilden een nieuw product. Daar was ik dus voor.'
In Peru zorgen bedrijven goed voor hun werknemers, merkte Ewout. Iedere ochtend werd hij, net als vele anderen, met een bedrijfsbus van huis naar werk vervoerd. Op het werk was genoeg gelegenheid om te sporten. En, wanneer de proefvelden weer eens gerooid werden leverde dat voor de medewerkers een kistje op. `Kregen we een mailtje: u kunt vanmiddag weer aardappelen afhalen.'
Hoewel in het Center ook veel Peruanen werken, komen de meeste onderzoekers uit het buitenland. De voertaal is Engels. Ewout: `Was dat niet zo geweest, dan had ik meer Spaanse lessen moeten nemen. Nu ben ik vrij onvoorbereid weggegaan, ik kende een paar woordjes Spaans.' Ook volgde hij bewust geen vakken bij de Technology and Development Group van de UT, wat veel studenten doen. `Ik wilde op nul beginnen en het allemaal zelf ontdekken. Wilde ook beslist alleen op reis en niet met een studiegenoot. Ik dacht: ik heb een retourticket, als het niet gaat dan kom ik wel weer terug. Dat is me eigenlijk heel goed bevallen. Dat komt ook doordat ik niet in een heel onherbergzaam gebied zat, maar in een grote stad bij een vrij modern bedrijf. '
Uiteraard moest Ewout buiten zijn werk wel Spaans spreken. `In het Potato Center werkte een lerares Engels die alle medewerkers Engels doceerde. Mij leerde ze, als enige, Spaans.'
In de weekeinden trok hij met zijn huisgenoten, hij woonde in een internationaal studentenhuis, het land in. Op zijn website konden de thuisblijvers van de verhalen en de foto's meegenieten, bijvoorbeeld van een ontbijtuitdeelochtend. `Lima is een hele arme stad. Ik woonde in een rijke wijk maar een groot aantal inwoners woont in sloppenwijken. Er zijn veel ontwikkelingsorganisaties actief. Een daarvan, een Duitse organisatie, deelt elke ochtend twaalfduizend ontbijtjes uit aan straatkinderen. Een banaan, melk en twee bolletjes. Toen zijn we een keertje meegegaan om te helpen.'
Een typisch Peruaanse activiteit was het sandboarden op de zandduinen rond een piepklein oaseplaatsje in de woestijn, Huacachina. `In een buggy reden we naar de oase. Daar gingen we vanaf hele hoge duinen naar beneden, een soort snowboarden, maar dan in het zand. Echt heel gaaf!'
Zandvlaktes dus. Maar hoe zat het nou met die felbegeerde zoutvlakte? Ewout: `Euh. Die bleek achteraf helemaal niet in Peru te liggen, maar in Bolivia. De aflevering die ik gezien heb ging kennelijk over beide landen...haha.'
Een paar weken geleden keerde hij terug. Nu is het zaak om de ervaringen te bundelen in een stageverslag. Ewout slaagde er uiteindelijk in om het bedrijf twee opties te presenteren voor een nieuw informatiesysteem. `Zij moeten nu kiezen welke ze willen.'
En straks?
`Vanaf 1 maart ga ik afstuderen in Amstelveen.'
Ook exotisch!
`Iets minder hè? Maar zo wilde ik het ook, stage lopen in een ontwikkelingsland en daarna afstuderen in een modernere omgeving met de nieuwste technologieën en trends. Ik ga bij Deloitte Consultancy werken aan een EU-project om Europese gemeentelijke systemen aan elkaar te koppelen. Heel wat anders dan een stage in Peru.'
Jannie Benedictus
Ewout met zijn ouders en broers, die voor een vakantie overkwamen, bij oasestadje Huacahina.
Markt, een keurig geheel.
Bezoek aan een Inca-nederzetting
Peruanen zijn niet zo groot, getuige deze huisdeur.
![]()
![]()
![]()
![]()