`Kant, mijn extreem zeer geleerde broer'

| Redactie

Het is 12 februari 1804. De filosoof Immanuel Kant denkt zijn laatste gedachte en sterft, tachtig jaar oud. Tweehonderd jaar later wordt de Copernicus van het denken uitgebreid `herdacht'. Ook Studium Generale laat zich niet onbetuigd en organiseert een lezingencyclus over Kant. UT-Nieuws sprak met Kantliefhebber en SG-directeur en hoogleraar Henk Procee.


`In Kant zie ik een extreem zeer geleerde broer. Ik herken me in zijn vragen. Die ben ik in dezelfde volgorde tegengekomen: hoe verhouden geloof en wetenschap zich tot elkaar, wat moeten wij doen om moreel en politiek te handelen, hoe voel je je thuis in deze wereld?

`Het precieze begin weet ik niet meer, maar in mijn studententijd heb ik Kant voor het eerst gelezen. De Kritik der reinen Vernunft, 800 bladzijden lange Duitse zinnen, kleine lettertjes. De professor gaf dat gewoon op als tentamenstof en nodigde iedereen bij hem thuis uit voor een gesprek. Van 's middags half twee tot vijf werd ik door hem aan de tand gevoeld. Ik weet nog dat ik als een volstrekt uitgewrongen dweil thuis kwam.

`Kant is als een moeilijk maar mooi muziekstuk. Hij blijft boeien en je blijft met hem bezig. Zijn boeken kun je vergelijken met Asterix en Obelix, die moet je twee keer lezen! De eerste keer zie je vooral de grote lijnen van de hoofdfiguren. De tweede keer moet je eens letten op Ideefix, die leidt een heel eigen avontuur. Dat doe ik de laatste jaren ook bij Kant. Inzoomen op zijn idée-fixe, de details.

`En dan zie je de mooiste dingen: over domheid bijvoorbeeld. Wanneer ben je dom, vraagt Kant zich af. Niet als je een tekort aan verstand hebt, veeleer als je er teveel van hebt. Domheid is het onvermogen om in te zien welke ideeën wel en niet passen bij de werkelijkheid. Een gebrek aan oordeelsvermogen.

`Er kwam eens een verdachte bij de rechter: `Meneer de rechter, door mijn genetische aanleg en mijn specifieke omstandigheden kón ik niet anders. Veroordeel mij niet.' Waarop de rechter antwoordt: `Door mijn genetische aanleg en mijn specifieke omstandigheden kan ik niet anders dan u honderd procent te veroordelen.' Dat is Kant: worstelen met enerzijds onze natuur die ons wetten oplegt en anderzijds onze menselijke vrijheid, waardoor we in staat zijn tot moreel handelen. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

`Mijn favoriete Kritik is die over de Urteilskraft. Omdat-ie zo raar is. Dat boek heeft mijn manier van kijken naar de wereld compleet veranderd. Kant stelt daarin dat er niet één systeem is van waaruit je de wereld kunt begrijpen, maar er zijn verschillende perspectieven waarmee je de werkelijkheid kunt benaderen. Toen ik dat las, begreep ik het eerst niet. Ik kon er niet bij. Maar langzaam heeft het mij intellectueel overhoop gehaald. Ik raakte mijn vaste bodem kwijt: er is niet één aanpak meer! Kant zegt: `Wat is het perspectief van waaruit gekend wordt? Houd ruimte voor verschillende perspectieven en wantrouw de dominante.' Kijk eerst naar het kader van waaruit iemand opereert en vraag je af hoe het anders zou kunnen.

`Ontroerd werd ik in 1995 toen ik de `Metafysica van de zeden' las. Daarin gaat het over vriendschap. Ik leefde in een tijd waarin ik persoonlijk merkte hoe belangrijk en subtiel een goede vriendschap in elkaar steekt. Door de tekst van de Metafysica, overigens het meest dorre Duits, voelde ik me diep met Kant verbonden. Die man heeft het begrepen, dacht ik.'

Studium Generale organiseert vanaf 17 februari drie lezingen en in maart/april een cursus over Immanuel Kant. Voor meer informatie zie www.utwente.nl/sg.

Bram Borkent


Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.