Rook
Mee-stoppen noemen ze dat.
Enkele dooddoeners voor de vermoeide en uitgebluste meestopper:
`Mmm, wat ruik je lekker fris uit je mond!'
`Nu komt het aan op doorzetten.'
`Nooit meer gele vingers.'
`Jij bent sterker dan de sigaret.'
Maar ondertussen vraag je je af waar de complimentjes voor jou, als hulpvaardige meestopper, blijven. Waar blijven de excuses voor jarenlang ongemak? Je zou van puur zelfmedelijden bijna trek in een peuk krijgen.
Vooral de stichting van niet-rokers, Clean Air Nederland (afgekort tot CAN), is er maar druk mee. Zo protesteert de antirookclub tegen het roken van sigaretten op televisie. Een Johan Derksen die sigaren paft in Voetbal Insite vinden ze niet kunnen. Cameramannen en presentatoren hebben zo geen rookvrije werkplek. En bovendien heeft televisie een voorbeeldfunctie, stelt CAN.
Kan.
Maar hebben wij als universiteitsblad dan ook een voorbeeldfunctie? Mogen wij Willem te Beest niet rokend in de krant zetten? Moeten we de sigaret weg-photoshoppen? En hoe zit het eigenlijk met het sigaren rokende genootschap dat deze achterpagina siert. Zet deze foto aan tot roken? Maar we willen toch een afspiegeling van de UT-samenleving in onze krant? Rokers vormen nu eenmaal een substantieel onderdeel van de bevolking.
Dat zou wat zijn voor het diversiteitsbeleid van de UT. Genoeg over vrouwen, allochtonen en gehandicapten. Er is een nieuwe achtergestelde groep. Suggestie: `Gezien de samenstelling van ons team wordt rokers nadrukkelijk verzocht te solliciteren ....'
Weer
Van de week, hartje winter, werden we zwetend wakker, en dachten: we zijn in de war.
Dus de radio aan. Maar daar zeiden ze dat het waar was: graadje of twintig te warm voor de tijd van het jaar.
Bij het aankleden sloegen we dus maar een paar textiellagen over en de fietstocht naar de UT ondernamen we blootshoofds, ongehandschoend en jasloos. En inderdaad: de wereld stond in bloei.
Bottende bomen, boter-, pinkster- en paardebloemen in de berm, lammetjes in de wei, een kievit op een ei.
Op onze werkplek snel de airco uit zijn winterslaap gewekt. `s Ochtends signaleerden we de eerste T-shirtloper op de campusboulevard.
Rond luchtijd werd de luifel van het Theatrecafé gelift en grepen de eerste buitenlunchers hun kans.
Vlottenbouwers en vijverduikers maakten zich meester van de vijvers.
's Middags strekten de eerste campusgrasliggers zich uit op de gazons en werden de eerste zomerborrels aangekondigd.
Die avond waren de terraszitters niet van de Oude Markt weg te slaan. De Sangria en het Zomergoud vloeiden weer rijkelijk.
De nacht was zwoel.
We fietsten terug, het ochtendgloren tegemoet. Een nachtegaal in de verte, vrijende paartjes in de campusbosschages.
En toen wisten we het zeker: het is zomer, en daar gaan we volop van genieten.
Voordat het weer wakker wordt en denkt: ik ben in de war.