Geen moeite met wilde oplossing

| Redactie

Dr. ir. Herbert Wormeester kreeg vorige maand als enige van de vier genomineerde UT-ers een KNAW-fellowship. De prijs wordt door de Koninklijke Akademie van Wetenschappen persoonlijk toegekend. De UT krijgt een ton per jaar om Wormeester in staat te stellen onderzoek te verrichten. In zijn vertrouwde omgeving gaat hij bij de TN-vakgroep van prof. Poelsema ambitieus aan de slag. Eindresultaat moet een apparaat zijn waarmee, met behulp van diffractie van Helium-atomen, de atomaire groei van metaaloxyden op metaal elk moment gevolgd kan worden.

'Maar dat zal wel niet helemaal lukken', zegt Wormeester. Hij vertelde ook al aan de toekenningscommissie van de KNAW, nog voordat het onderzoek ook maar begonnen was. Het is geen grapje, maar gezien de pret in zijn ogen lijkt het allemaal mee te vallen. Daar is de dertigjarige TN-er namelijk veel te ambitieus èn succesvol voor. Zijn studie rondde hij in viereneenhalf jaar af en op zijn zevenentwintigste promoveerde hij. Tussen de bedrijven door zat hij van 1990 tot januari 1995 prominent in de U-raad (waarbij hij het laatste jaar als vice-voorzitter optrad), leidde hij van 1991 - 1993 de fractie van de KPS, en maakte hij ook nog twee jaar deel uit van de faculteitsraad.

Momenteel werkt Wormeester eerst nog enkele maanden aan de Technische Universität Clausthal ('de kleinste universiteit van Duitsland'). Met een bijdrage van de hoog aangeschreven Von Humbold-stichting werkt hij bij professor Bauer ('de Heisenberg van de Duitse oppervlakte-fysica'). Intussen doet hij er twee projekten in plaats van één. Het eigenlijke onderzoek naar de groei van metaalnitrides (goede halfgeleiders) op silicium, ten behoeve van optische devices en blauwe lasers, liep door gebrek aan apparatuur vertraging op. In de overbruggingsperiode stortte hij zich alvast op de 'dunne film groei' van de metalen kobalt, goud en palladium op wolfraam. In Duitsland leert hij in ieder geval veel, en dat was ook de bedoeling. Zelfs handvaardigheid: in Duitsland solderen en bouwen studenten en promovendi zelf.

Het apparaat om de groei van metaaloxyden te meten zal er over drie jaar heus wel komen, denkt hij. Maar de weg ligt vol obstakels. Voor de meting van de groeiende isolatoren moet hij ongeladen deeltjes in de vorm van Helium-atomen gebruiken. Deze 'oude' methode moet aan de situatie aangepast worden met als doel om tijdens het groei-proces zoveel mogelijk informatie te verzamelen. De kracht van de pompen levert beperkingen op. Helium-atomen worden namelijk onder een druk van 10 atmosfeer door een kleine opening (tien micrometer) in een vacuüm gespoten en vervolgens met een soort trechter gescheiden. Deze methode biedt atomen met gelijke golflengte (en dus gelijke energie). Pas dan is, net als bij licht, diffractie op atomaire schaal mogelijk.

De obstakels zullen op onorthodoxe wijze genomen moeten worden wil hij het einddoel überhaupt bereiken. Maar juist dat is Wormeester wel toevertrouwd: 'Ik pak nog wel eens teveel aan. Dat is mijn zwakke, maar tegelijkertijd mijn sterke punt. Ik ben niet bang om, als dat nodig is, ergens anders te beginnen en te switchen. En met een wilde oplossing voor een probleem heb ik al helemaal geen enkele moeite.'

Zijn methode om telkens een stapje vooruit te komen is het stellen van een korte en duidelijke vraag. Hoe kun je de groei van isolatoren op metaal zien? Kunnen we die voor een eenvoudig geval begrijpen? Hoe kun je die groei manipuleren?

Natuurlijk is Wormeester een zelfstandig onderzoeker. Maar hij praat veel en graag over zijn werk. Met professor Bauer onderhoudt hij zich standaard drie uur per week. Wormeester: 'Je moet blijven praten; dan ontstaan ideeën voor oplossingen. Dat Bauer tijd inruimt voor discussie is voor mij een belangrijke reden om bij hem te werken. Zelf begeleid ik ook graag studenten. In Clausthal heb ik er één geërfd. We trekken soms een of zelfs twee dagen uit voor discussie. Dan vragen we ons af: begrijpen we dit? Is het antwoord van de gangbare theorie wel correct?'

De universiteit ligt de TN-er beter dan het bedrijfslaboratorium waar onderzoek binnen strakke schema's wordt gepland en waar geen ruimte is voor afwijkingen. 'De rare houding van het bedrijfsleven ten aanzien van leeftijd', stoort Wormeester bovenmatig. 'Je moet tegenwoordig al nadenken of je wilt gaan promoveren. Als je daarna nog het bedrijfsleven inwilt, krijg je te horen dat je te oud bent. Aan de opgedane ervaring wordt volledig voorbijgegaan.' Het plezier in het (fundamentele) werk en zijn zwak voor studenten houden Wormeester voorlopig op de universiteit. Na de drie jaar 'KNAW' heeft de faculteit Technische Natuurkunde hem een vaste plaats geboden bij de groep van Poelsema.

Waarschijnlijk kan Wormeester bij terugkeer naar de UT geen 'nee' zeggen wanneer hij weer eens wordt gevraagd voor een bestuursfunctie. Wormeester: 'Het is interessant om te zien hoe de universitaire cultuur, waar je zelf inzit, functioneert. Welke beslissingen nemen mensen? Hoe motiveren ze dat? Wereldproblemen zijn ook belangrijk maar de campuspolitiek is voor mij werkbaarder en overzichtelijker. Bovendien zie je resultaat. Het is net als bij een technisch project. Het moet niet nodig zijn om vier promotieplaatsen op één onderwerp te zetten voordat de laatste pas het echte resultaat kan melden. Ik ben nu eenmaal vrij laagbijdegronds.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.