UT-projectleider Cees Terlouw haalt een stapeltje van veertien dictaten uit de kast. Ze zijn het product van de samenwerking afgelopen twee jaar tussen UT, Hogeschool Enschede en zeven middelbare scholen in de regio. Die hebben de handen ineen geslagen omdat er komende jaren nogal wat gaat veranderen in de bovenbouw van havo en vwo.
Bedoeling is de aansluiting tussen middelbare school en hoger onderwijs te verbeteren en zo de afvalpercentages onder eerstejaars te verlagen. De vernieuwde bovenbouw is er op gericht scholieren niet alleen kennis bij te brengen, maar ook studievaardigheden zoals zelfstandig werken en plannen. Bovendien moet in deze twee of drie jaar een orintatie op studie en beroep plaatsvinden.
Aansluiting
In de modules die de werkgroepen van 'Doorlopende Leerwegen' hebben ontwikkeld is getracht deze doelen te combineren. Scheikundedocent Anton van de Moesdijk was betrokken bij de totstandkoming van de projecten over corrosie en spectrometrie voor 5-vwo. 'We wilden de kinderen aan de ene kant iets laten proeven van hoe het leven is op de UT, maar het moest aan de andere kant ook een serieuze bezigheid zijn. Daarom hebben we gekozen voor onderwerpen die aansluiten op het curriculum van het vwo.'
Een module bestaat uit een behandeling van de lesstof op school, gevolgd door een hoorcollege op de UT. Dat laatste betekent zowel een verdieping in de stof als een eerste kennismaking met het fenomeen 'zelf aantekeningen maken'. Daarna doen de scholieren een practicum op de universiteit. Ter afsluiting volgt een bezoek aan Akzo Nobel waar de vwo'ers te zien krijgen waar de opgedane kennis nou in de praktijk voor dient.
Volgens Van de Moesdijk zijn de leerlingen over het algemeen zeer enthousiast over de module. 'Ze zien nu dat wat ze op school leren doorloopt via een studie tot in de chemische industrie. Daarnaast lopen ze een hele dag rond op de universiteit, ze lunchen in de kantine, praten soms met studenten. Dat wakkert de interesse aan om zich eens goed op hun vervolgstudie te oriënteren. Zo'n dag schept een beter beeld van hoe het er op een universiteit aan toegaat.'
Uitbreiding
Evaluatie heeft uitgewezen dat leerlingen zelf ook vinden dat ze er het nodige van leren, vertelt Terlouw. Vakinhoudelijk en qua studievaardigheden beoordeelden ze hun leerervaring hoger dan de initiatiefnemers hadden verwacht. Maar voor een goede oriëntatie op het hoger onderwijs en het verhogen van de 'kwaliteit' van de studiekeuze blijkt één module onvoldoende. Conclusie is dan ook dat de in 'Doorlopende Leerwegen' toegepasteaanpak moet worden uitgebreid, liefst tot alle vakken, vindt Van de Moesdijk.
Dat de UT maar een beperkt aantal studierichtingen kent, hoeft volgens hem geen probleem te zijn. Een dagje naar Groningen of Nijmegen is immers niet onoverkomelijk. Vanwege de afstand verlopen de contacten met die universiteiten wel moeilijker, op dit moment is van samenwerking nog geen sprake. Maar Van de Moesdijk merkt dat 'in den lande' veel belangstelling bestaat voor het project 'Doorlopende Leerwegen'.
Terlouw constateert dat uitbreiding van het aantal modules en 'upscaling' van het aantal scholieren dat daaraan deelneemt de UT voor een capaciteitsprobleem stelt. Daarom zal dit geleidelijk zijn beslag moeten krijgen.
Overigens zijn de investeringen in de relaties met middelbare scholen nadrukkelijk niet alleen gericht op werving. De universiteit heeft er immers zelf ook baat bij als studenten in het begin van hun studie geen onnodige barrières tegenkomen.
Zelfstandig
Recentelijk heeft het college negen projecten goedgekeurd waarbij student-assistenten worden ingezet om de aansluiting vwo-universiteit te verbeteren. Hiermee is ruim driehonderdvijftig duizend gulden gemoeid. TN gaat bijvoorbeeld studenten inhuren om van een leerjaar alle opgaven uit te werken. Hiermee kunnen de scholieren in het studiehuis zelfstandig aan de slag.
Bij deze projecten snijdt het mes aan twee kanten. De UT biedt studenten de gelegenheid op een zinvolle manier bij te verdienen. Tegelijkertijd wordt de toekomstige instroom zo goed mogelijk klaargestoomd voor een vervolgstudie aan een universiteit.
MONICA VAN DER GARDE
Bij het Onderwijskundig Centrum is een folder beschikbaar waarin precies wordt aangegeven wat de veranderingen voor de UT-opleidingen betekenen.