De Stichting FOM gaat een aantal veelbelovende jonge onderzoekers de kans bieden zich te kwalificeren voor de functie van hoogleraar met een fysische leeropdracht in het Nederlandse academische systeem. Dat doet FOM door het instellen van circa tien posities voor senior-onderzoeker/projectleider bij universiteiten en instituten. Dit initiatief is FOM-Springplankplaatsen gedoopt.
Door jarenlange bezuinigingen in het universitaire systeem en door een golf van vaste aanstellingen in de jaren '60 en '70 zijn er op dit moment weinig mogelijkheden voor jonge onderzoekers om een academische carrière te maken. Naar de mening van FOM krijgen hierdoor te weinig jonge mensen de kans zich in het Nederlandse universitaire systeem verder te ontwikkelen en te bewijzen dat ze van hoogleraarsniveau zijn. Daardoor ontstaat het gevaar dat er te weinig geschikte kandidaten beschikbaar zijn wanneer over een aantal jaren naar verhouding veel hoogleraren met pensioen gaan. Om iets aan dit probleem te doen heeft FOM het initiatief genomen tot het instellen van een aantal wetenschappelijke posities in de (para-)universitaire fysica in Nederland. Deze posities zijn FOM-Springplank-plaatsen gedoopt. Voorlopig zullen er in 1998 en 1999 circa vijf posities per jaar worden toegewezen. Geselecteerde kandidaten worden in eerste instantie voor vijf jaar aangesteld, maar krijgen bij gebleken geschiktheid een vaste aanstelling. Het is wel de bedoeling dat zij na een paar jaar een andere werkgever in dienst komen, bijvoorbeeld als hoogleraar.
Voor de FOM-Springplankplaatsen komen onderzoekers in aanmerking die afgestudeerd en gepromoveerd zijn in de (technische) natuurkunde of in een daarmee nauwverwant vakgebied, die minimaal twee jaar als postdoc in het buitenland hebben gewerkt en niet ouder dan circa 35 jaar zijn. De inzendtermijn voor de eerste ronde sluit op 15 februari 1998.