Tijdens het ene jaar (1997) dat Veltman en de nieuwe man op het rectoraat, Frans van Vught, met elkaar optrokken was er sprake van een gedoogsituatie. Veltman's dagen immers waren, vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, geteld en Van Vught wachtte rustig op zijn kansen. En die krijgt hij volop 'onder' Arie van der Hek, die minder profiel en prestige wenst op te hangen aan het CvB-voorzitterschap. Van Vught lijkt op vitale punten, voor het oog van de buitenwereld, de kar te trekken, en is net als Veltman nadrukkelijk in beeld. Van der Hek is niet zo'n haantje de voorste, en faciliteert de rector waar mogelijk. Zo ongeveer is de rolverdeling.
Wat daarin ongetwijfeld meespeelt is het feit dat Van der Hek's ambtstermijn, gezien zijn leeftijd, is af te zien voor zijn college-bestuurders. Misschien dat hij over een paar jaar niet zal worden opgevolgd. Want er is een scenario denkbaar dat Van Vught en de financiële man in het CvB, Frits Schutte, die zich nu nog nadrukkelijk afficheert als vice-voorzitter van het college, broederlijk vorm gaan geven aan een presidentiële invulling van het college van bestuur. De nieuwe wet staat een tweemansbestuur toe. Het zou betekenen dat Van Vught de grote baas wordt van de UT, zoals hij bij zijn aantreden twee jaar geleden al wilde, en Schutte algemeen beheerder, zeg maar directeur bedrijfsvoering. Naar analogie van de KU Leuven, waar rector Oosterlinck de touwtjes strak in handen heeft. Met alle lusten en lasten vandien, dat wel.
![]()
Het CvB-trio van twee jaar geleden, van links af Van Vught, Schutte en Veltman.