Piet Zandbergen werd in Twente Pieter

| Redactie

Op het Nationaal Luchtvaart Laboratorium (NLR) kennen ze prof. dr. ir. P.J. Zandbergen sinds zijn komst in 1955 niet anders dan Piet. Afgelopen dinsdag sprak hij als Pieter, zoals de Twentenaren hem gewoon zijn te noemen, zijn afscheidscollege uit. De verdiensten van professor Pieter Zandbergen (1933) voor de Universiteit Twente zijn divers. Hij kwam op 1 januari 1966 en was twee jaar later mede-oprichter van de faculteit Toegepaste Wiskunde. Op 'influistering' van oudere collega's las hij in de democratiseringsgolf van 1970 een verklaring voor aan de Raad van Bestuur van de THT. De curatoren en de Commissaris van de Koningin schrokken hevig van het voorstel om een hoogleraar als prorector aan te stellen.

Dat had impact: vanaf 1 juni 1970 werd hij zelf prorector en ruim een jaar later volgde hij Jo Vlugter op als rector. De overdracht had niet plaats in toga maar in gedekt grijs, een modernistisch gebruik dat later weer snel werd afgeschaft.

Zandbergen: 'Met Dick Bresters, Karel de Jonge en de toen langharige Gerrit Gerritsma vormden wij een College van Bestuur ad interim. Ik denk met bijzonder veel respect terug aan de fantastische wijze waarop de toenmalige secretaris, Jan Baarspul, dit jonge volkje opving en met kennelijk plezier zijn grote bestuurlijke ervaring op ons overbracht. De voornaamste taak van die jaren was om de hogeschool om te bouwen naar een twee-kernen-universiteit. Dat leidde ondermeer tot de voorbereiding van een opleiding Bestuurskunde. Zelfs na meer dan twintig jaar denk ik met nostalgie terug aan de effectieve samenwerking in het voorlopige bestuur van deze afdeling met Wim Hessel en Marten Oosting, de huidige Nationale Ombudsman en eredoctor van onze universiteit. De blauwdruk van deze opleiding, waarbij het multidisciplinaire karakter op de voorgrond stond, is jarenlang een leidraad geweest.'

Voorzitter

In de jaren '80 had de nota 'De volgende tien jaar' van Zandbergen een grote sturende werking, en maakte hijzelf ondermeer deel uit van de commissie Civiele Techniek. Ook in de oprichting van de ontwerpersopleiding Computational Mechanics in 1988 en van het Twente Institute of Mechanics (TIM), bijna een jaar geleden, was de inbreng van Zandbergen groot. Verder begeleidde Zandbergen tweeëntwintig promoties. Nationaal geniet Zandbergen de meeste bekendheid vanwege het voorzitterschap van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) dat hij sinds 1996 bekleedt. Ook is hij bestuursvoorzitter van het ITC in Enschede en maakte hij deel uit van het forum Wetenschap & Techniek.

Na zijn afscheid blijft Zandbergen nog bij twee promoties betrokken. Samen met emeritus-hoogleraar Leen van Wijngaarden, met wie hij een kamer in het WB-gebouw gaat delen, zal hij het TIM verder leiden. De twee hoogleraren van het eerst uur kennen een lange parallelle loopbaan die bij het NLR begon. Later gingen ze samen naar Twente waar ze in het begin logeerden in Hotel Carelshaven te Delden. Culinaire hoogstandjes waren er net als in Enschede nauwelijks te vinden, al was het in 'het Witte Huis' goed toeven.

Ongezouten

In zijn toespraak prees Van Wijngaarden zich gelukkig dat van de gesprekken tijdens de vele autoritten die het tweetal naar het Westen maakte, geen bandopnamen zijn bewaard gebleven. Behalve dat hun wiskundige overpeinzingen verrassend weinig structuur bezaten, sprak het duo 'als twee baasjes' ongezouten over collegae.

Van Wijngaarden moest voor zijn praatje Zandbergen even vragen om op te kijken uit het boek dat hij zojuist had ontvangen van dr. D. Dijkstra van Toegepaste Analyse. Ingenomen was de 65-jarige met de speciale uitgave: 'Pieter J. Zandbergen, Life as innovator, inspirator and instignator in Numerical Fluid Dynamics'. Floating, Flowing and Flying luidt de thematitel die goed past bij het wiskundige werk dat Zandbergen heeft gedaan aan de stromingen rond vliegtuigvleugels en aan het modelleren van golven.

Als kleine jongen maakte de Nieuwe Waterweg in zijn geboorteplaats Schiedam al grote indruk op Zandbergen. Vooral het schip 'de Nieuw Amsterdam' was imposant. De terugkeer van dit schip na de oorlog was de sterkste bevestiging dat deze voorgoed ten einde was.

Zandbergen: 'De Nieuwe Waterweg was fascinerend door de nooit stilstaande beweging van het water, het spel van de golven, opgezweept door een storm. Het lawaai van de huilende wind, de voortjagende wolken en het bewegende water gaf je een gevoel van ontzag dat angstaanjagend en tevredenstellend tegelijk was. Deze ervaring was mede een reden om me later indringend met watergolven bezig te houden.'

Bommen

Ook de verhalen van zijn ouders die over de vliegdemonstraties van Jan Olieslager vertelden, intrigeerden Zandbergen. Hij leerde snel begrijpen dat aërodynamica iets heel belangrijks was. De Fokker G-1 hield zijn aandacht gevangen. 'Vliegtuigen konden bommen gooien en elkaar naar beneden schieten. Maar aan het eind van de oorlog konden ze ook voedsel droppen. Nooit zal ik het beeld vergeten van de toen laagvliegende viermotorige Lancasters met hun duidelijk zichtbare bemanning', aldus Zandbergen.

Piet Zandbergen
Piet Zandbergen