In memoriam Arie Duijvestijn

| Redactie

Professor dr.ir. A.J.W. Duijvestijn (Arie voor velen) werd geboren op 10 december 1927 in Den Haag, en overleed op 21 januari 1998 in Enschede. Zowel het vakgebied der Informatica als ook de faculteit verliezen daarmee een markant en gedreven persoon. Na zijn afstuderen als elektrotechnisch ingenieur in Delft kwam Arie Duijvestijn in 1953 in dienst van de rekenafdeling van het toenmalige Mathemati

Professor dr.ir. A.J.W. Duijvestijn (Arie voor velen) werd geboren op 10 december 1927 in Den Haag, en overleed op 21 januari 1998 in Enschede. Zowel het vakgebied der Informatica als ook de faculteit verliezen daarmee een markant en gedreven persoon.

Na zijn afstuderen als elektrotechnisch ingenieur in Delft kwam Arie Duijvestijn in 1953 in dienst van de rekenafdeling van het toenmalige Mathematisch Centrum (thans Centrum voor Wiskunde en Informatica), waar hij kennismaakte met programmeren en de toen nog zeer primitieve elektronische rekenmachines. Later trad hij in dienst bij Philips, waar hij zich op het Natuurkundig Laboratorium opnieuw bezig hield met de ontwikkeling van programmatuur.

In 1962 promoveerde hij aan de TH Eindhoven op een proefschrift waarin hij het probleem behandelde waarvan de oplossing (overigens pas vele jaren later, toen de rekenmachines inmiddels krachtig genoeg waren) zijn wetenschappelijk meesterwerk mag heten. Het gaat om het op het oog simpele probleem van de perfecte vierkanten: 'Wat is het kleinste aantal verschillende vierkanten met gehele zijden die tezamen precies een vierkant met gehele zijden kunnen vormen.' Zijn oplossing van dat probleem siert de omslag van het Journal of Combinatorial Theory.

In 1964 kwam Arie Duijvestijn naar de Technische Hogeschool Twente. Eerst als buitengewoon hoogleraar, daarna in 1965 als gewoon hoogleraar bij de Afdeling Elektrotechniek; twee jaar later volgde een benoeming bij de Onderafdeling Wiskunde. In zijn inaugurele rede in 1966 besprak hij de vele toepassingsmogelijkheden die de computer in zijn ogen had. Het aantal machines dat toen in Nederland stond opgesteld was nog te tellen: 445.

Rond 1970 zien wij bij hem steeds meer interesse voor het creëeren van een zelfstandige Informatica-opleiding. Hij stond aan de wieg van de HBO-opleidingen Informatica, de HIO's. In zijn diesrede van 1974 pleit hij voor informatica-opleidingen aan universiteiten, die hij toen overigens alleen zinvol achtte bij technische universiteiten, en ook alleen als er een combinatie van een Technische Informatica-opleiding met een Bedrijfsinformatica-opleiding aangeboden kon worden. In zijn ogen was Twente de ideale plaats om dergelijke Informatica-opleidingen te bieden.

In 1981 was het zover, en vanaf dat moment tot zijn emeritaat in 1989 was hij decaan van de Onderafdeling en later Faculteit der Informatica.

Zijn grote betrokkenheid bij onderwijs maakte hem niet tot een groot onderwijzer. Maar vele generaties studenten hebben zijn betrokkenheid en bevlogenheid herkend. Hij is natuurlijk erelid van de studievereniging Inter-Actief.

Naast zijn intense aandacht voor onderwijs is zijn voortdurend zoeken naar vruchtbare samenwerking met het bedrijfsleven een belangrijk thema. Eerst was hij lange tijd adviseur van Philips. Aansluitend daarop werd hij adviseur bij IBM. Belangrijker dan die adviseurschappen was wellicht zijn rol in het totstandkomen van het Nederlandse Genootschap voor Informatica. Hij wist een brug te slaan van het technisch-georiënteerde Nederlands Rekenmachine Genootschap naar het administratief-bedrijfskundiggeoriënteerde Genootschap voor Automatisering. Tezamen hebben deze beroepsverenigingen het NGI gevormd, waarvan hij na 1979 enige tijd voorzitter was. Overigens was hij ook enige tijd voorzitter van het ECI, de overkoepelende Europese beroepsvereniging. Daarnaast was hij actief met het opzetten van het SERC (Software Engineering Research Centre), waarvan hij enige tijd bestuurslid was.

Velen die Arie Duijvestijn als bestuurder en belangenbehartiger hebben meegemaakt, herinneren zich zijn wijze van opereren in dergelijke rollen die zo sterk kon contrasteren met zijn gloedvolle pleidooien voor systematische aanpak en zorgvuldig ontwerpen binnen zijn eigen vakgebied. Allen herinneren zich ook zijn gedrevenheid en zijn niet aflatende inzet en moed om zich (met steun van zijn naaste medewerkers) steeds weer op te werpen als trekker van in zijn ogen belangrijke ontwikkelingen in zijn vak en voor zijn vakgenoten. Bij zijn emeritaat werd hij als blijk van erkenning voor zijn vele verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Zonder Arie Duijvestijn had Nederland wellicht geen zelfstandige faculteit Informatica gekend. In die ene zelfstandige Faculteit der Informatica die Nederland heeft, aan de Universiteit Twente, is hij tot zijn emeritaat met veel zorg in de weer geweest om alle aspecten van zijn vak de plaats en de ruimte te geven die hen toekwam, en om de zeer diverse groep medewerkers die de vele aspecten van dat vak vertegenwoordigden bijeen te houden in één organisatie. Hij is met zijn inzet van onschatbaar belang geweest voor de faculteit. Wij treuren om zijn overlijden.

Namens de Faculteit der Informatica,

prof.dr. P.M.G. Apers

dr. G.F. van der Hoeven