'De belangrijke beslissingen komen per ongeluk tot stand'

| Redactie

Huub van der Lubbe (47) zingt zijn poëzie op de muziek die de jongens van De Dijk maken. Al meer dan twintig jaar lang: Mag het licht uit, Dansen op de vulkaan, Niemand in de stad, Als ze er niet is, en recent: Waar is iedereen. De rocker en dichter over God, politiek en waarom zijn liedjes overleven.

De Dijk is zingeving, permanente metafysische reflectie zelfs. 'Zo zou ik het zelf niet zeggen.' Aan het tafeltje in de kantine van de Arnhemse Stadsschouwburg zwaait Huub van der Lubbe zijn armen afwerend voor zijn hoofd. Precies zoals hij dat op de het podium doet: spastisch en soepel tegelijk. 'Maar ik denk dat wat wij maken, het is niet om die reden zo gemaakt, begrijp me goed, maar wat wij maken, dat is wel materiaal waar je iets aan kunt hebben.'

Wanhoop niet, wanhoop niet

Straks wordt alles weer anders

En misschien wel beter dan ooit

Wanhoop niet, wanhoop nooit

Geen leed zo diep, geen vreugde zo groot, De Dijk heeft er een eenvoudig en werkzaam nummer voor. 'Onze liedjes moeten begrijpelijk zijn. Voor iedereen. Regel voor regel. Dat het geheel van die regels misschien iets oplevert wat helemaal niet zo een twee drie te vatten valt, dat is juist mooi.'

Van der Lubbe staart een halve minuut nadenkend voor zich uit. 'De band voegt een extra dimensie aan de tekst toe. Door de muziek gaan de regels meer spreken. Het is natuurlijk een prachtig fenomeen dat je in een liedje van twintig zinnen een wereld kunt creëren. Daar helpt de muziek aan mee.'

'Misschien, nou ja, misschien, hoewel dat een beetje raar is om over jezelf te zeggen, maar dat De Dijk altijd blijft, dat komt ook omdat wij iets te vertellen hebben aan de mensen. Waar je je aan kunt hechten. Waar je over na kunt blijven denken.'

'En de muziek die wij maken is niet standpuntloos. Ik denk niet dat mensen heel precies van mij weten hoe ik in elkaar zit. Waar ik politiek sta en noem maar op. Maar aan de andere kant, we worden nooit voor de verkeerde dingen gevraagd. Mensen weten dat we niet opeens reclame voor een multinational, voor wasmiddelen, voor verzekeringen, gaan maken. Die onomkoopbaarheid', Van der Lubbe beweegt zijn bovenlichaam op het ritme van de lettergrepen op en neer, handen zegenend voor zich uit, 'die on-om-koop-baar-heid, ja. Daar houden mensen van. Dat verwachten ze van De Dijk.'

Kom toch vrienden

Pak een stoel en schuif aan

Neem de draad op van de oeroude verhalen

Zo vertellen de mannen van De Dijk mee aan de oeroude verhalen. 'Ja, ja dat denk ik wel. Tenminste, dat hoop ik. Dat zou mooi zijn. Daar kun je natuurlijk nooit aan werken. Dat blijkt altijd achteraf. Maar het wordt grappig als je dat van je publiek terugkrijgt. Mensen die zeggen: "Dat endat nummer, dat betekent zoveel voor me." Ze vertellen een volstrekt eigen verhaal, maar dat past dan in een liedje. Misschien is zo'n liedje een oeroud verhaal. Oeroude verhalen hebben iedere keer een andere lading terwijl ze altijd waar blijven.'

'Die raadselen, daarover zingen en dichten, misschien heeft dat wel iets met zingeving te maken. Misschien. Als het zo werkt. Wat dat betreft is godsbeleving of religie identiek aan schoonheid. Echte schoonheid. Er doen zich momenten voor in het leven, in het dagelijks bestaan, dat je opgetild wordt door de ervaring. Een prachtige dag in de natuur. Hoe is het mogelijk. Om daar dan een universele naam aan te geven. Nou ja, dat is dan God gaan heten of zo.'

Alles komt terecht

We zijn er nog niet

Maar we zijn onderweg

We beginnen pas

We beginnen nu pas echt.

Maandagavond 6 november. De Dijk speelt één nummer in de Arnhemse stadsschouwburg. Voor een gala van Unicef dat vanavond (donderdag) op tv wordt uitgezonden. Roadies installeren microfoons, versterkers en muziekinstrumenten. De bandleden doen hun soundcheck. Van der Lubbe loopt afwezig heen en weer, verdwijnt tussen de coulissen om even later achter in de lege zaal op te duiken. 'Wat mij betreft kunnen we alvast met het interview beginnen.' Jantien Keunen, de manager van De Dijk, grijpt in. 'Nou Huub, wacht nog maar even. Eerst de opnames. Dat lijkt me beter.' De zanger verdwijnt weer achter een deur. Opschrijfboekje in zijn hand.

Na afloop van de proefopnames prakt Van der Lubbe in de kantine voor artiesten jus door zijn stamppot. Opbouwen, soundchecken, wachten, één en hetzelfde liedje vier keer achter elkaar spelen, schaften. Rockzanger zijn is gewoon werken. 'Ja, maar het is wel werk van de allerleukste en allerbevoorrechtste soort.' Na 23 jaar en een time-out van dik twaalf maanden kan Van der Lubbe zijn lol nog steeds niet op. 'Gewoon spelen in poptenten waar we graag komen: Paradiso, Melkweg, Night Town. Of in schouwburgen die zich als poppodia ontwikkelen: de Oosterpoort in Groningen, het Enschedese Muziekcentrum.'

Voor het knallen met z'n allen

voor de gooi naar het geluk

ben ik hier gekomen

ga ik hier niet weg

voordat het gelukt is

jou te zingen wat ik zeg.

Zelfs de feesttenten in dorpen als Hippolytushoef of Oude Schoot vervelen niet. 'Daar treden we op zoals de troubadours dat vroeger deden. Er is feest in het dorp en dus moet er muziek zijn. We kunnen dat heel goed aan. Daar ligt onze geschiedenis.'

'Er staan voor de mensen. Als je dat drie keer per week doet, voelt het als zijn, als je wezen. Dan denk je als je kunt gaan zingen: "Hè, hè, ik voel me weer op mijn gemak." Een beetje omslachtig misschien, dat je daar vijftienhonderd mensen voor nodig hebt.'

Ook over het publiek is Van der Lubbe nog steeds dik tevreden. Dat wordt niet grijs, saai of bezadigd. 'Als ik kijk wat er bij ons in de zaal staat. Het begint bij dertien, veertien en eindigt bij vijftig of ouder. Het zijn allemaal mensen van goede wil.'

'Eerlijk gezegd lig ik ook niet echt wakker van de vraag wie onze cd's kopen. Als je dat doet, denk je gauw in van die hoogst moderne termen.Doelgroepen, marktsegmenten, dat zegt me allemaal geen reet. Ik bedoel, de mensen die het leuk vinden, die zijn van harte welkom.'

Wat je zoekt is niet te vinden

Wat je vindt niet wat je zoekt

De Dijk maakt muziek. Zonder al te veel over commercieel succes na te denken. Van der Lubbe zelf werd ook niet bewust rockzanger. 'De belangrijke beslissingen komen per ongeluk tot stand. Je studeert om iets te worden. Maar daar komt dan niks van terecht. Ik had leraar Nederlands moeten zijn of profvoetballer, toneelspeler, circusartiest. Maar wat ik nu ben, rockzanger, voor mij bestond dat nog niet toen ik ging nadenken over wat ik wilde. Zo gaat het met een heleboel dingen. De vrouw die je treft, de kinderen die je krijgt, het huis waar je woont. Hoewel we alles proberen te regelen wordt ons leven ook weer in hoge mate door toeval geregeerd.'

'Wat je zoekt is niet te vinden, wat je vind niet wat je zoekt. Dat is eigenlijk wel een soort leidmotief voor het leven. Zoals ik er nu over denk. Ik vind het wel kloppen. Ik vind het wel mooi.'

En dan het nieuws op de radio

Is allemaal even oud

Dat overal geen kloot van klopt

Klinkt bijna al vertrouwd

Een paar zitten op rozen

De rest zit in zak en as.

Of het nou door het toeval komt of niet, de wereld gaat volgens Van der Lubbe naar de klote. 'Als het iets zou uitmaken zou ik mij elke dag kwaadmaken. Het is een zootje. De eigenwaan regeert. En het wordt alleen maar erger. Het individualisme viert hoogtij. Het graaierige en grijperige.'

'Ik heb niet staan juichen toen de muur viel. Je kon zien aankomen wat er ging gebeuren. Het laatste internationale idee, ik heb het over het idee, niet over hoe het in Rusland werd uitgevoerd, daar viel van alles op aan te merken, maar dat idee dat verder ging dan geld verdienen, dat je er niet voor je eentje bent, toen dat idee onderuitgehaald werd, toen was er geen enkel ander idee meer wat een alternatief kon bieden.'

'Het kapitalisme zal dat nooit kunnen. Dat ís gewoon geld verdienen. Wat de markt aan moraliteit vertoont, dat moet je wantrouwen. Het kapitalisme heeft onderhand de hele wereld in zijn zak zitten. De gegeven omstandigheden zijn al kapitalistisch.'

'Het zijn de resultanten van krachten die al sinds de Gouden Eeuw werken. We drijven nu nog steeds op de welvaart die we toen overal vandaan roofden. Laten we wel wezen. We noemden het toen handel. Maar het was gewoon piraterij, uitbuiting. We doen het tegenwoordig slimmer, onzichtbaarder. We sturen geen zakspiegeltjes meer, maar basketbalschoenen, blikjes Coca Cola, hamburgers van Mc Donalds.'

'Hoe dat allemaal kan? Ik citeer de Schoolmeester, de dichter: "Op hetgeen men niet bezit, is mens en dorpeling het meest verhit."

Na een sabbatical year is De Dijk weer terug. Met de nieuwe cd 'Als het golft' en een tour door het land. Morgen, vrijdag 17 november, spelen de muzikanten in het Enschedese Muziekcentrum.

'Er staan voor de mensen. Dat voelt als zijn, als je wezen.'
'Er staan voor de mensen. Dat voelt als zijn, als je wezen.'