In memoriam prof.G.Jonker

| Redactie

Jonker, emeritus hoogleraar aan de UT. Toen professor Jonker in 1969 zijn hoogleraarschap elektrotechnische materiaalkunde bij de faculteit Elektrotechniek aanvaardde, had hij, door zijn research bij Philips Natlab aan keramische oxydische materialen, wereldwijd al een grote faam als materiaalkundige opgebouwd. Samen met Van Santen had hij het begrip geleide valentie ingevoerd en betekenis gegeven. Zijn analyse van halfgeleidingsverschijnselen in oxydische materialen had tot een bepaalde presentatie van gegevens geleid die als 'de peer van Jonker' bekend is geworden.

Op 16 januari 2000 is op 85-jarige leeftijd overleden prof.dr G.H.J.

In de vijftiger jaren was hij de mondiale expert op het gebied van bariumtitanaat; vele patenten zijn uit zijn werk voortgevloeid. Als materiaalkundige concentreerde hij zich vooral op de vastestofchemie en in het bijzonder op de relatie tussen technologie, structuur en voor toepassingen relevante eigenschappen. 'Een materiaal is een stof met een doel', was zijn uitgangspunt en anderen zouden wel aan de toepassing van de materialen in de vorm van componenten en devices werken.

Groot moet zijn teleurstelling geweest zijn te merken, dat de elektrotechnische studenten opgevoed in gebieden als elektronika en regeltechniek zijn enthousiasme voor het vak niet deelden. Het ontbreken van component- en devicegerichte groepen binnen EL, die zijn materialen zouden toepassen, heeft daarbij ongetwijfeld een belangrijke rol gespeeld. Zijn kennis en inzichten vielen zeker in vruchtbare aarde bij de faculteit CT en in het bijzonder bij de groep van prof. Burggraaf.

Met veel plezier heeft prof Jonker deelgenomen aan het begeleiden van studenten en promovendi die daar aan zijn geliefde oxidische materialen onderzoek deden. Ook aan zijn adviseurschap bij Philips zal hij veel genoegen beleefd hebben. Na zijn emeritaat in 1983 bleef hij belangstelling voor zijn vak houden. Met groot enthousiasme heeft hij de ontwikkeling van de High Tc supergeleidende oxidische materialen gevolgd, materialen die hij in zijn Philipstijd ook gemaakt had, maar die destijds op geheel andere eigenschappen onderzocht waren.

Op internationale conferenties over keramische materialen was hij een van de leading men. Andere deelnemers deelde hij in drie categorieën in: deskundigen met wie hij op voet van gelijkheid wenste te discussiëren; beginners, die op bescheiden wijze hun resultaten bekend maakten en die hij op voorzichtige wijze stimuleerde en ondeskundigen, die met veel poeha onjuiste ideeën naar voren brachten. Aan hen had hij een gruwelijke hekel. In de discussie zette hij deze 'soort' met zeer rake opmerkingen op hun plaats.

Jonker was een creatief, kritisch en zeer integer wetenschapper.Kwaliteit stond bij hem voorop: resultaten en theorieën konden pas gepubliceerd worden als zij van alle kanten bekeken en getoetst waren. Hij stond altijd open voor discussie, waarbij hij vaak het onderwerp van gesprek op elegante wijze wist te sturen naar de gebieden die hemzelf het meeste interesseerden.

Jonker was een veelzijdig man: naast de wetenschap had vooral de natuur zijn belangstelling. Hij was een erkend deskundige op het gebied van paddestoelen en vogels. In de schuur bij zijn boerderij in Boekelo had een keramisch atelier ingericht, waarin hij niet alleen allerlei kleisoorten modificeerde en nieuwe glazuren ontwikkelde , maar deze materialen ook toepaste bij het maken van allerlei kunstzinnige keramische objecten. Een van zijn werkstukken is nog altijd te zien op zijn oude kamer op vloer 6 van het EL/TN-gebouw. Jonker was erelid van de Nederlandse Keramische Vereniging.

Wij wensen zijn vrouw en kinderen de sterkte om dit verlies te dragen.