| Mariëlle Abrahamse gaat honderd gezinnen volgen met jonge kinderen met gedragsproblemen. |
Gedragsproblemen op jonge leeftijd zijn een voorspeller voor antisociaal gedrag in de toekomst, weet Mariëlle Abrahamse (23). `Kinderen die op jonge leeftijd gedragsproblemen vertonen, laten vaak in de adolescentie ook antisociaal of delinquent gedrag zien.' Abrahamse, in 2008 in Leiden afgestudeerd als gezinspedagoog, begon een half jaar geleden aan haar promotie bij de vakgroep Social Risks and Safety Studies. Ze voert haar onderzoek uit bij De Bascule in Amsterdam, een academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie.
`Kinderen van twee à drie jaar vertonen altijd wel wat opstandig gedrag, maar meestal gaat deze peuterpuberteit na een tijdje over. De problemen bij de kinderen van De Bascule zijn hardnekkiger, die verdwijnen niet na het vierde jaar. Ze zijn agressief, opstandig, luisteren niet naar hun ouders, hebben driftbuien. Geen land mee te bezeilen', omschrijft Abrahamse de populatie van haar onderzoek. Ze wil de komende drie jaar honderd gezinnen volgen met kinderen van twee tot zeven jaar met opvoedings- en gedragsproblemen. De helft wordt behandeld met de reguliere Oplossingsgerichte Creatieve Gezinstherapie (OCG), de andere helft met de Parent-Child Interaction Therapy (PCIT).
Vooral die laatste, uit de VS overgewaaide en daar succesvol gebleken, behandelmethode is bijzonder. UT-hoogleraar Marianne Junger introduceerde PCIT in Nederland. `Uniek aan deze therapie is dat ouder en kind samen in behandeling zijn. Vaak zijn behandelingen alleen op het kind gericht, of juist alleen op training van de ouder', vertelt Abrahamse. `Bij PCIT zitten kind en ouder samen in een spelkamer. De therapeut kijkt van achter een one way screen mee en coacht de ouder via een oortelefoontje.' Dat is een belangrijk verschil met de OCG-behandeling. Daarbij vindt geen directe coaching plaats, maar worden opdrachten achteraf geëvalueerd.
De PCIT duurt in principe zestien weken, maar kan langer doorgaan als de gedragsproblemen nog niet verholpen zijn. `In het begin leren ouders een warme relatie op te bouwen met het kind door gerichte complimenten te geven en interesse in het kind kenbaar te maken', illustreert Abrahamse de methode. `Later leren ouders effectieve gedragstechnieken om het kind te disciplineren.'
Abrahamse verwacht dat zowel OCG als PCIT effectief zullen blijken. Ze is vooral benieuwd in welke situaties, bij welke groep kinderen, een bepaalde behandeling werkt. `Het kan zijn dat PCIT vooral effectief is bij heel jonge kinderen', geeft de promovenda een voorbeeld. `Het gaat erom te onderzoeken welke gezinnen het meeste baat hebben bij deze nieuwe behandelmethode.'
De eerste `probleemkinderen' worden inmiddels gevolgd, de komende maanden zal Abrahamse haar populatie flink uitbreiden. Om haar promotieonderzoek op te starten heeft ze samen met De Bascule een pilotstudy gedaan. De resultaten daarvan noemt ze veelbelovend. `Er is al een aanzienlijke vermindering van de gedragsproblematiek gebleken. Dat moet het grote onderzoek nu verder uitwijzen. Het zou mooi zijn als ik over vier jaar kan aantonen dat PCIT in Nederland in veel gevallen effectief is. Heel wat gezinnen kunnen dan worden geholpen.'