Het grootste deel van het beoogde geldbedrag, veertig miljoen, is bestemd voor het op peil brengen en houden van grootschalige onderzoeksinfrastructuur van de drie TU's. Daarnaast is tien miljoen bedoeld voor het verbeteren van de valorisatie van kennis. Vijftien miljoen gaat naar nieuwe samenwerkingsinitiatieven zoals het ontwikkelen van een virtuele onderwijsgemeenschap. Deze digitale leer- en werkomgeving biedt studenten meer keuze in het aanbod van technisch-wetenschappelijke opleidingen. De keuze kan nog verder worden uitgebreid met nieuwe, specialistische masteropleidingen of met
gezamenlijke initiatieven. Hierbij biedt elk van de drie TU's een kerncurriculum aan en heeft elke universiteit een andere afstudeerspecialisatie in huis. Bij de bestaande brede masteropleidingen die aan meer dan één TU worden aangeboden, moet er onderlinge afstemming komen over de verdeling van afstudeerspecialisatie. De komende jaren brengen de drie universiteiten ook de behoefte aan (nieuwe) ontwerperopleidingen in kaart en wordt bezien bij welke TU dat gestalte kan krijgen.
De drie TU's blijven investeren in de bundeling van excellent onderzoek rondom maatschappelijke thema's via de centres of competence en de centres of excellence.
Toponderzoek vraagt om een uitstekende onderzoeksinfrastructuur. Om de ambities op dit terrein te realiseren vraagt de 3TU-federatie van de rijksoverheid zoals gezegd een structurele bijdrage van 40 miljoen euro per jaar. Ze willen het geld onder meer besteden aan een cleanroom voor onderzoek op nanoschaal. Aankomend najaar wordt de besluitvorming over de toekenning van middelen verwacht van drie ingediende onderzoeksinitiatieven, te weten het Applied Mathematics Institute, Centre for Supply Chains, Innovative Mainports and Mobility en een 3TU Speerpunt Bouw.
Kennisvalorisatie is de derde kerntaak van de federatie en ze wil daarin een voortrekkersrol vervullen. Het stimuleren van ondernemerschapgericht onderwijs en een meer planmatige en samenhangende R&D-samenwerking blijven beleidsdoeleinden. Uiteindelijk moeten de inspanningen leiden tot een groei van het aantal octrooien, het aantal spin-off-bedrijven en van de derde geldstroom. Hiervoor is een rijksbijdrage van tien miljoen euro nodig.
De vraag is of en in welke mate minister Plasterk de plannen gaat steunen. Bij de oprichting van de federatie, niet lang voordat hij minister werd, was hij sceptisch. Toen liet hij weten: `Een 3TU-federatie moet niet de bedoeling hebben de onderlinge rivaliteit weg te nemen. Natuurlijk rivaliseren de TU's ook met universiteiten in het buitenland, maar dat lijkt me niet voldoende. Gelukkig trekken de wetenschappers in de laboratoria en de collegezalen zich geen snars aan van zulke beslissingen in de bestuurskamers. Die blijven de rivaliteit wel voelen en dat is nodig om zo goed mogelijk te presteren.'