Plasterks oudste zoon studeert aan een opleiding die subsidie krijgt voor een excellentieprogramma. Dat vertelde de minister bij de officiële uitreiking van de Sirius-subsidies.
“Honest to God, ik wist dat niet”, zei hij lachend. “Wel dat hij er studeert, maar niet dat die opleiding ook een Sirius-subsidie ontvangt. Ik realiseerde me dat gisteren pas.”
Het Sirius-programma is bedoeld voor universiteiten en hogescholen die hun beste studenten een excellentieprogramma willen bieden. Voor experimenten in de bacheloropleidingen is 48,8 miljoen euro beschikbaar. Voor de masteropleidingen is komend jaar 12,2 miljoen euro gereserveerd.
Volgens Plasterk is de zesjescultuur zo goed als voorbij: “Gelukkig leven we intussen weer in een cultuur waarin presteren mag. Het wordt weer aangemoedigd en op prijs gesteld.”
Wat hem betreft hoeft Nederland hierin niet door te schieten. “In Frankrijk heb je een cultuur van rangordes. Daar ben je bijvoorbeeld zevende van je klas en moet je eigenlijk eerste worden. Ik denk niet dat we dat in Nederland moeten willen. Als alles tot een race wordt gereduceerd, vlak je het af.”
Nederland moet een manier vinden van omgaan met excellentie, denkt hij. Hijzelf schrok toen hij op de middelbare school opeens heel hoge cijfers haalde. Op de lagere school haalde hij hooguit een acht, want hogere cijfers werden niet gegeven. “Ergens vind ik dat ook wel fijn.”
Excellentie vindt hij een rotwoord. “Mijn moeder zou zeggen: het heeft iets ordinairs. Je doet gewoon je best en het is aan anderen om je prestaties excellent te noemen of niet.”
HOP, Bas Belleman