De hernieuwde samenwerking tussen universiteit en middelbare school is belangrijker dan het aantal nieuwe leraren dat de educatieve minor oplevert. Maar het is evengoed fijn dat zoveel bachelorstudenten zich inschrijven.
Dat is de conclusie van een debat bij de aftrap van de educatieve minor. Het werd hoog tijd, vindt voorzitter René Smit van de Vrije Universiteit, want universiteiten hebben de afgelopen jaren hun taak ververwaarloosd. “Daardoor is er onderwijs gekomen dat niet voldoende uitdaagt, waar ouders zich zorgen over maken. De universiteiten hebben verzaakt.”
“Het is de universiteiten al jaren een doorn in het oog dat jaarlijks tienduizenden afgestudeerde academici allerlei nuttige dingen in de samenleving gaan doen, terwijl slechts een handjevol voor het leraarschap kiest”, zei ook Sijbolt Noorda, voorzitter van universiteitenvereniging VSNU.
Maar nu wordt alles anders, stelden de aanwezigen eendrachtig. Er komen weer academisch geschoolde docenten. En dit is nog maar het begin. Als er eenmaal weer academici op middelbare scholen rondlopen, zal het ook weer normaler worden dat er gepromoveerde docenten voor de klas staan.
Gelukkig maar, aldus staatssecretaris Van Bijsterveldt. Want leraren uit het hbo mogen dan een “belangrijke toegevoegde waarde” hebben, academici hebben “iets extra’s”. Ze denken beter mee, schakelen sneller en kunnen nieuwe onderwijsvormen bedenken. “Zo komt er weer innovatie en inspiratie in de lerarenkamer”, gelooft de bewindsvrouw.
Of een bachelordiploma met een educatieve minor wel voldoende is om voor de klas te kunnen staan? Op termijn niet, erkennen de panelleden. Sijbolt Noorda is er duidelijk over: “Een universitaire bachelor is en blijft een onvolledige opleiding. Studenten moeten uiteindelijk ook een masteropleiding volgen. Maar het goede is hier de bondgenoot van het betere.”
Is het dan een goed voorstel om de lesbevoegdheid tijdelijk te maken, zoals de Algemene Onderwijsbond bepleit? Moet je nieuwe leraren dwingen dóór te leren? Na afloop van het debat schuift VU-voorzitter René Smit dat idee terzijde. “De AOb heeft gelijk dat deze lesbevoegdheid niet voldoende is, maar kijkt er zo chagrijnig tegenaan. Daarmee krijg je mensen niet enthousiast. Het gaat erom dat er een cultuur heerst waarin bijscholing en ontwikkeling vanzelfsprekend zijn. Het probleem is niet hoe we de leraren weer de klas uit moeten krijgen, maar hoe we ze naar binnen loodsen.”
Overigens volgen soms ook zij-instromers de minor. Zij zijn allang gewonnen voor het leraarschap, maar moeten nog hun lesbevoegdheid halen. Volgens een studente die de minor aan de VU volgt, betreft dat maar een klein groepje. Zij kent er maar twee.
HOP, Bas Belleman