`Het Nederlandse landschap wordt weer mooier gemaakt! In een groot deel van de vorige eeuw hebben we veel gekanaliseerd; nu geven we water weer de ruimte. De generaties na ons zullen hier blij mee zijn. We laten iets na: veel landschapsschoon, met economische waarde', aldus een haast jubelende Hans Bressers. De oprichter en tot deze maand wetenschappelijk directeur van het CSTM en hoogleraar beleidsstudies en milieubeleid vertelt zichtbaar enthousiast over de bestuurlijke complexiteit van waterproblemen.
Naast energie en klimaat, lokale en regionale duurzaamheid, en duurzame productie en consumptie is water een van de vier grote thema's waar het CSTM zich al twintig jaar mee bezighoudt. Of eigenlijk 21 jaar, want het onderzoekscentrum werd al in oktober 1988 opgericht. Het eerste project volgde echter pas in januari 1989. `We zijn dus eigenlijk al volwassen geworden', grapt Bressers.
Het vierde lustrum wordt gevierd met het symposium `Waterbeheer op de grens'. Het gaat volgens Bressers niet alleen om geografische grenzen, maar ook om grenzen tussen beleidssectoren, bestuurlijke grenzen en de grens tussen het stellen van doelen op korte of lange termijn. Bressers: `Als onderzoeksinstituut willen wij iets doen voor water. De natuurlijke kwaliteit van water moet beter en met het oog op klimaatverandering moeten we ruimte voor water scheppen. We krijgen te maken met een onregelmatige watertoevoer: heftige regenval gevolgd door droogte. Dan moet je je buffers vergroten.' Het CSTM benadert deze milieuproblematiek niet vanuit een primair technisch, maar juist vanuit een bestuurskundig perspectief.
`Er lopen in Nederland ruim honderd projecten om meer ruimte te creëren voor water. Dan stuit je op tegenstrijdige belangen', weet Bressers. `De ruimte in Nederland wordt namelijk al gebruikt voor zoveel andere doelen. Je hebt natuurontwikkeling, landbouw, recreatie en toerisme, stadsontwikkeling, etcetera. Al die factoren spelen bij waterprojecten een rol. Dat is razend ingewikkeld. Maar het leuke is: vaak kan het wel. Je moet grenzen overschrijden. Een watermanager heeft al lang niet meer alleen verstand van water, hij moet weten hoe hij alle verschillende belangen kan managen. Een waterbeheerder is een soort makelaar.'
Een mooi voorbeeld noemt Bressers het project `De Doorbraak' waarbij het bekenstelsel in Noordoost-Twente opnieuw wordt verbonden met de Regge. `Maar het blijkt ook een recreatiefunctie te krijgen. En het wordt als buffer gebruikt naast een industrieterrein. En de Provincie maakt het onderdeel van de ecologische hoofdstructuur', somt Bressers op. `Ik geloof dat zes of zeven beleidssectoren hun doelen hier realiseren. Dat is soms een strijd, maar die is gelukkig nooit geëscaleerd. Waterbeheer is heel veel polderen. Voor ons als wetenschappers is het een uitdaging zulke processen te begeleiden met de modernste bestuurskunde.'
`Dat levert prachtige projecten op voor ons vakgebied', besluit de CSTM-oprichter. `Zoveel beleidsterreinen en bestuurslagen doen mee. Het is een prachtige uitdaging om inzicht te krijgen in alle do's, dont's en dilemma's. Maatschappelijk is dat heel belangrijk. Dit gaat over het voorkomen van zowel overstromingen als grote droogte en het behouden van een essentiële waterkwaliteit.'
| Hans Bressers bij de waterzuiveringsinstallatie van het waterschap tussen het stadion en Twekkelerveld. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Scoren vanuit de avonduurtjes
Het twintigjarig bestaan van CSTM betekent een keerpunt voor Hans Bressers. Hij treedt terug als wetenschappelijk directeur van het onderzoekscentrum. `Ik ben nu 55 en ik wil de laatste tien jaar minder managen en weer terug naar de inhoud: met wetenschap bezig zijn. Ik ben altijd volop blijven publiceren, maar dat was toch scoren vanuit de avonduurtjes.' Bressers wordt tijdelijk opgevolgd door CSTM-onderzoeker Frans Coenen. Op termijn zal Jon Lovett, hoogleraar duurzame ontwikkeling vanuit een noord-zuidperspectief, de functie overnemen.