Naam: Bjorn de Wagenaar
Leeftijd: 22 jaar
Studie: biomedische technologie
Sport: honkbal
Club: High Tech Hitters
| `Mooi aan deze sport is de explosiviteit'. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Hij begon als roeier bij Euros, maar lang hield die liefde niet stand. Bjorn de Wagenaar had als kind al iets met honkbal. Een lidmaatschap van een club zat er toen niet in. De afstand van zijn ouderlijk huis naar de dichtstbijzijnde club in Alphen aan den Rijn was simpelweg te groot. Nu is alles anders. Want als pitcher op de heuvel bij de Hitters heeft De Wagenaar nu ook letterlijk zijn draai gevonden.
`Tja, waarom honkbal? Het hele sfeertje spreekt mij aan. Een soort combinatie van kameraadschap en nonchalance.' De Wagenaar is één van de `relaxte kauwgomboys' bij de Drienerlose honk- en softbalvereniging High Tech Hitters. Bezig aan zijn tweede seizoen en helemaal in de ban van het werpen. `Het mooie aan deze sport', zegt hij, `is de explosiviteit. Of je op de heuvel staat, in het veld of aan slag, maakt op dat punt geen verschil. Je staat voortdurend op scherp. Vanuit het niets moet je in een split second alles geven. Dat maakt deze sport explosief.'
Voor de werper van de Hitters komt daar zijn individuele spel vanaf de heuvel bij. Een spel tussen hem en de slagman aan de andere kant. Wie stuurt nu wie het bos in? Voor elke worp stelt hij zich de vraag een curve te gooien, het strak en hard te proberen of toch maar de lange bal? Het zijn zo de overpeinzingen van een pitcher. `Je kan aan het standbeen van de slagman zien', analyseert hij, `welke bal hij verwacht. Kantelt hij een beetje naar voren dan verwacht hij een langzame bal en dan geef je `m dus hard. Vaak is hij te laat en dat geeft een kick.'
Verder zegt De Wagenaar dat het samenspel met de catcher hem aanspreekt. `Werpen doe je puur op techniek. Kracht speelt geen rol, maar het duurt wel even voordat je ziet hoe het werkt.'
De kritiek dat de sport te statisch zou zijn deelt de UT student niet. `Dat is een vooroordeel', klinkt het resoluut, `het ziet er misschien vanaf de zijlijn statisch uit, maar in het veld sta je voortdurend op scherp. Elk moment kun je overvallen worden door het onverwachtse. Bij voetbal - dat speelde hij tot zijn zestiende - kun je nog wel eens even wegdromen met een bal aan de andere kant van het veld. Bij honkbal is dat onmogelijk. Je reageert vanuit het niets.'
Alles goed en wel. Honkbal blijft een kleine sport in Nederland. Ook de High Tech Hitters is een betrekkelijk kleine vereniging op de campus. Er kan een honkbalteam worden samengesteld, maar een tweede ploeg zit er niet in. Daarvoor zijn er te weinig leden. `Honkbal is vooral hier in het oosten geen populaire sport. In het westen is het beter', zegt de pitcher. Zijn ploeg komt uit in de vijfde klasse. Het één na laagste niveau in Nederland. `Net als ik zijn de meeste jongens hier op nul begonnen. Als je nooit eerder hebt gehonkbald duurt het even voordat je het spelletje door hebt. Kampioen worden we misschien niet, maar er zit duidelijk progressie in.'
Zijn club sloot afgelopen weekeinde het seizoen - van april tot midden augustus - af met het eigen Double Swing toernooi. Een studententoernooi met tientallen deelnemers uit onder meer Nijmegen en Utrecht. Zelf zijn de Hitters uitgenodigd straks mee te doen aan een toernooi in Rotterdam. `Het is altijd lekker om te spelen, waar dan ook. We zijn als team misschien niet extreem fanatiek, maar we vinden het allemaal wel mooi een balletje te slaan en dat blijven we doen.'