| Sander Evers met zijn eigen proefschrift en dat van zijn vader. (Foto: Gijs van Ouwerkerk) |
Sander laat een boekwerkje zien met een geelbruinige kaft. `Het proefschrift van mijn vader, dat heb ik hier net uit de bibliotheek gehaald.' Binnenkort is de bieb een Evers' proefschrift rijker. Sander promoveerde vorige week namelijk binnen de EWI-vakgroep Databases op een onderzoek naar sensordata management.
Op 1 april 1979, een maand vroeger dan verwacht, werd Sander geboren in zijn ouderlijk huis aan de Reelaan. Een woning in typische jaren zeventig stijl met bruine gordijnen met gele bollen en een bruin bankstel. Zijn vader was net bezig met het afronden van zijn proefschrift. `Ja, dat moet een heel stressvolle periode zijn geweest', lacht Sander. Zijn ouders (toen 24 en 27 jaar) woonden toen vier jaar samen op de campus, zijn vader zelf al 11 jaar. Sander bracht hier slechts een jaar van zijn kindertijd door. Voor het werk van zijn vader bij Philips verhuisden ze naar Apeldoorn. Daarna woonde het gezin in Spanje en in Eindhoven, daar doorliep hij het vwo.
Sander zegt nooit gepusht te zijn door zijn ouders om op de UT te gaan studeren.
`Sterker nog, mijn vader heeft het vroeger niet vaak gehad over zijn tijd op de UT.' Voor de studie technische informatica die Sander wilde volgen kon hij kiezen tussen de universiteiten in Eindhoven, Delft of Enschede. `In Eindhoven woonde ik al, dus daar wilde ik niet studeren. De sociëteitencultuur van Delft trok mij niet. Enschede, en dan vooral de campus, sprak mij wel direct aan, al die mensen die dicht bij elkaar wonen.'
De kersverse promovendus heeft nooit overwogen om in de stad te gaan wonen. Eerst trok hij in een huis aan de Calslaan en later verkaste hij met vijf vrienden naar de Witbreuksweg. De losse sfeer op de campus heeft hem altijd getrokken. `Tijdens een feestje trok je een oud bankstel op het grasveld en stak die in de fik, of je maakte een kampvuurtje. Dat werd getolereerd, zolang je de volgende dag maar je troep opruimde. Vrienden van mij uit Eindhoven vonden het geweldig dat dat allemaal maar kon.' Diezelfde vrijheid heeft ook zijn vader destijds zo lang op de campus gehouden denkt hij. Al werkte alles hier toen net even anders heeft Sander zich laten vertellen. `De campus was toen meer een soort internaat, alle studenten woonden hier onder de beschermende vleugels van de universiteit. En je kreeg bonnen om bij de mensa te eten. Ik heb zelfs gehoord, ik weet niet of dat in de tijd van mijn vader was, dat je bed voor je opgemaakt werd.' Zo ver ging het niet, maar er werd wel vanuit een centraal depot linnengoed verstrekt.
Pa en ma Evers bezochten hun zoon regelmatig op de zo vertrouwde campus. Regelmatig wandelden ze met z'n drieën over het terrein en dan werden herinneringen opgehaald aan vroeger. Een keer belden ze aan bij het geboortehuis van Sander om te vragen of ze binnen mochten kijken, en dat mocht. `Dat was heel bijzonder, zien waar mijn wieg ooit stond en waar ik rond heb gekropen.'
Sander is niet de enige Everstelg die in de voetsporen van zijn vader is getreden. Ook zijn jongere broer is gepromoveerd, weliswaar niet op de UT, maar wel op een technisch vakgebied: scheikunde. Een andere broer studeert rechten en zijn zus volgde een kunstenaarsopleiding. Sander denkt zelf dat zijn vader destijds in plaats van wiskunde informatica had gestudeerd als die opleiding toen had bestaan. Na zijn promotie heeft hij namelijk carrière gemaakt in de ict.
Inmiddels loopt de `campusbaby' zo'n tien en een half jaar rond op de UT, tijd om de navelstreng definitief door te knippen. `Waarschijnlijk ga ik als postdoc aan de slag in Nijmegen. Ik heb hier wel een aanbieding op de UT gekregen maar het is goed voor mijn carrière om ook op andere plaatsen te werken. De mensen die ik hier heb leren kennen en de sfeer op de campus ga ik zeker missen. Het voelt nu als definitief afscheid nemen van mijn studentenleven.'
| `Campusbaby' Sander met zijn ouders in de tuin van zijn geboortehuis aan de Reelaan. |