Wenkbrauw als een snor

| Redactie

Door series als CSI en Bones denkt het publiek dat de techniek van gezichtsherkenning verder is dan in werkelijkheid. Volgens promovendus Gert Beumer (34) is er nog veel winst te behalen. Hij onderzocht een manier om ogen, mond en neus nauwkeuriger te lokaliseren in het gezicht. Soms gaat het systeem de mist in. `Er zijn genoeg mensen met wenkbrauwen die zwaarder zijn dan de gemiddelde snor.'

Gert Beumer
Gert Beumer
(Foto: Arjan Reef)

Je komt thuis en een camera registreert jouw binnenkomst. Prompt begint je favoriete cd te spelen, gaat het licht in de woonkamer aan en wordt het huis op een voor jou aangename temperatuur gebracht. `De camera moet in staat zijn gezichten te herkennen, zodat het systeem weet dat jij thuiskomt en niet je vriendin die andere wensen heeft', vertelt Gert Beumer. Over een week promoveert hij bij de EWI-vakgroep Signals and Systems.

Het huis van de toekomst dat Beumer schetst, zit aan een heel andere kant van het spectrum van de biometrie dan een boevendatabase. De EWI-promovendus die inmiddels een baan heeft als technisch specialist op het gebied van vision bij UT-spin-off Mecal nam de consumententoepassing als uitgangspunt voor zijn promotieonderzoek. `Een van de eerste dingen die een kind leert, is gezichten te herkennen. Mensen zijn daar heel goed in. Machines niet. Die moeten we dat dus leren.'

Beumer trainde een systeem om zogenaamde landmarks, de ogen, de neus en de mond, te herkennen. In een database van zo'n vijftigduizend foto's van gezichten registreerde hij waar de landmarks zitten en hoe die eruit zien. Wat bleek? Ogen en mond zijn relatief nauwkeurig te vinden, een neus een stuk moeilijker. `Een oog heeft twee hoeken en in het midden een pupil', aldus Beumer. `Dat is net als een mond vrij strak gedefinieerd. Maar waar begint je neus? En wijs het puntje maar eens aan. Is dat bovenop of aan de onderkant? De variatie in neuzen is groot.'

Als je ogen, mond en neus samen neemt, kan een computer een specifiek gezicht toch goed herkennen, aldus Beumer. `Die correlatie is belangrijk. Lastig wordt het als er ruis zit op een van de landmarks. Donkere ogen zijn bijvoorbeeld moeilijker te onderscheiden van wenkbrauwen. En er zijn mensen met wenkbrauwen die zwaarder zijn dan de gemiddelde snor. Dan gaat het systeem wel eens de mist in.'

`Op het gebied van gezichtsherkenning is nog veel winst te halen', weet Beumer dan ook. Zijn onderzoek is een goed uitgangspunt voor verdere verbeteringen. Een huis van toekomst noemt hij `niet irreëel'. `Wel moeten er eerst goedkope goede camera's beschikbaar komen. Als je er meerdere in je huis wilt hangen, mogen die geen duizenden euro's meer per stuk kosten.'

Ook de techniek moet nog stappen maken. `De foto's die wij hebben gebruikt, waren van voren genomen. Daar zijn we goed in. Maar in het dagelijks leven heb je de ene keer je haar los, een andere keer een petje op en word je ook wel eens van de zijkant gefilmd.' Kortom: er moet nog veel onderzocht worden. En dat gebeurt ook, al is het maar omdat politie en justitie er veel belang bij hebben. Beumer: `Zij zullen altijd geïnteresseerd zijn. Een foto is vaak een van de weinige dingen die ze van een verdachte hebben.'

Het publiek denkt dat een pasfotootje nu al genoeg is om een crimineel te grijpen. Dat is niet zo, waarschuwt de promovendus. `Wat je bij programma's als Crime Scene Investigation of Bones ziet, kan gewoon niet', vertelt Beumer. `Dat is net zo science fiction als Star Trek. Maar ondertussen beïnvloedt het wel de publieke opinie. Als in een voetbalstadion twee van de vijftien hooligans met een stadionverbod er uit worden gepikt, mort het publiek. Dat kent CSI en wil dat ze allemaal gepakt worden.' Beumer vindt twee juist een hoge score. `Die lui hebben allemaal een petje op en een sjaaltje om. Als je dan met een camera er twee uit kunt pikken, vind ik dat strak.'

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.