`Super ging het', vertelt coureur Mart een paar dagen later over het moment vlak voor de crash. Hij komt net uit de fontein gestapt op Victoria Square, waar zijn team de finish viert als een overwinning. Zijn rode overall is al weer bijna droog, zo fel schijnt de zon. `Voor het eerst reed ik constant 95 kilometer per uur. Supersnel. Tot ik bij mijn rechterachterband lucht hoorde ontsnappen. In één keer was ie leeg en zwabberde ik over de weg. Bij die slingeractie dacht ik nog dat als ik hem nu op de weg hou het team daar best heel blij mee zou zijn.' Een moment later verloor hij de macht over het stuur en sloeg de 21Revolution over de kop.
Wat er gebeurde? De band gleed van de velg waardoor het wiel zich een gat in het asfalt boorde. Vervolgens kwam de wind onder de onbestuurbare auto en maakte de zonnewagen een soort salto waarbij het zonnepaneel losraakte. Als een godswonder kwam Mart er van af met een wondje in zijn vinger. `Bij het uitstappen sneed ik me aan een scherpe rand', spreekt hij van geluk. `Nee, echt bang was ik niet. Nou ja, een beetje.'
`Het beeld in mijn achteruitkijkspiegel van de vliegende auto heb ik de afgelopen dagen nog vaak teruggezien. Het staat in mijn geheugen gegrift, vertelt Annemiek Dul. Ze reed in de escortauto voor Mart en was in no time bij hem om te kijken hoe hij er aan toe was. `Ik heb foto's van mezelf gezien, ik stond letterlijk met de handen in het haar. Het eerste uur is aan me voorbij gegaan. En daarna kwam de vraag: waarom moet ons dit overkomen? Een onmogelijke vraag, want je kunt er geen antwoord op geven.'
Een droom waar ze met achttien man anderhalf jaar aan hadden gewerkt, spatte in twintig seconden uiteen. Zó omschrijft teamleider Tim Plattel wat hij voelde. `Als je de auto zag... Ik wist het zeker: dit is het einde.' Lang bleef dat gevoel niet hangen. Er werd snel omgeschakeld, herinnert hij zich. `Natuurlijk waren er mensen die het niet meer zagen zitten. Maar het mooie was dat we elkaar hebben opgevangen en dat daarna iedereen snel aan het werk ging.' Wat zoveel betekende als: de brokstukken bij elkaar rapen en de nacht doorwerken om er weer een enigszins rijdend geheel van te maken.
Onverwacht veel zonnecellen hadden de crash overleefd. Maar heel veel waren er ook gesneuveld. En dat niet alleen: een van de wielen was van de as gebroken, de achterwielophanging was kapot, het lenzensysteem lag aan diggelen en ga zo maar door. `Bijna alles stond krom', aldus Tim. `De crash gebeurde om tien voor twee. We hebben heel hard gewerkt, want we wilden voor vijf uur proberen te rijden om te kijken hoe we na die eerste reparaties er voor stonden. Dat lukte, maar toen pas zagen we dat ook het hele frame stuk was. Dat was opnieuw een grote schok. Gelukkig hadden we ooit een reserveframe gemaakt en dat hebben we 's nachts door midden gezaagd en als donorframe gebruikt. De volgende ochtend was de lijm redelijk hard. Ducttape erop en rijden dus.'
Elke avond moest er nog gesleuteld worden om de wagen weer enigszins fatsoenlijk op de weg te houden. Een kwartier voor de tijdslimiet werd de finish bereikt. Een ander doel is er niet meer geweest. `Woensdag merkten we al dat de auto weer goed reed. Toen hebben we alleen nog gekeken welke stops we moesten halen om op tijd te finishen', aldus Tim. Het vertrouwen kwam terug en op donderdag kroop zelfs Mart weer achter het stuur. `Heel spannend', aldus de coureur. `Maar het gevoel was snel goed. Ik zat superalert in de auto. Ik hoorde wel op een gegeven moment wat tikken. Bleek de remschijf losgekomen. Ja, toen zijn we aan een tweede crash ontsnapt. Ik was heel blij dat ik de auto goed bij de volgende control stop kon afleveren.' Zijn twee collega-coureurs namen het stuur daarna over, maar Mart kreeg de eer de 21Revolution Adelaide binnen te rijden.
Daar, op Victoria Square, overheersten vrijdag uitzinnige vreugde en trots. `Ergens is het jammer dat we de vierde plaats zijn kwijtgeraakt', aldus Annemiek. `Maar ik ben supertrots dat we op een veilige manier hebben kunnen finishen.' Teamleider Tim denkt er net zo over. `Toen ik net in de fontein lag baalde ik wel even dat we niet hoger zijn geëindigd. Maar je hoort iedereen zeggen: wat ongelooflijk dat jullie de race nog uit hebben kunnen rijden. En dat is ook zo. Er was weinig niet kapot.'