Meet the teacher: Djoerd Hiemstra

| Jelle Posthuma

Wat maakt een docent goed? Waar haalt iemand de passie vandaan de soms stoffige stof boeiend te brengen? In de rubriek ‘Meet the teacher’ stellen we je voor aan de mensen met hart voor onderwijs. Deze aflevering: Djoerd Hiemstra, universitair hoofddocent bij informatica.

Photo by: RIKKERT HARINK

De ontwikkelingen in de informatica gaan razendsnel. Wat nu in een leerboek staat, kan morgen verouderd zijn. En waar de medische wereld – om maar een voorbeeld te noemen – soms vijftien jaar over de implementatie van een ontdekking doet, nemen grote techbedrijven zoals Facebook en Google nieuwe ideeën binnen een paar weken over.

Hiemstra probeert in zijn colleges rekening te houden met deze snelle ontwikkelingen. Een voorbeeld hiervan is Mastodon. Dit federatieve sociale netwerk is een alternatief voor Twitter en Facebook. Netwerken zoals Mastodon, alsook federatieve zoekmachines, zijn Hiemstra’s onderzoeksgebied. Hij volgt de ontwikkelingen daarom op de voet en zet deze kennis in tijdens zijn colleges.

Volgens Hiemstra is de techniek achter Mastodon de toekomst voor sociale netwerken. Juist daarom is het interessant voor studenten. Hoewel het een goed alternatief lijkt, werken de aanbevelingen die iemand op zijn tijdlijn krijgt te zien nog niet goed. Daar gaat Hiemstra met zijn studenten naar kijken: hoe kunnen we dit verbeteren?  Zo betrekt hij de studenten bij de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van de informatica.

Mastodon heeft daarnaast een idealistisch uitgangspunt. Federatieve netwerken kunnen volgens Hiemstra de (commerciële) macht van grote techbedrijven breken. Hij vindt dit idealisme belangrijk om mee te geven aan zijn studenten. Hiemstra wil ze overtuigen van het belang om te investeren in een betere samenleving.

Door de snelle ontwikkelingen in de informatica lopen universiteiten vaak achter in hun lesmethodes. Tot de invoering van TOM in 2013 leerden studenten nog altijd de watervalmethode, waarin de ontwikkeling van software als een vloeiende beweging (een waterval) naar een eindpunt wordt gezien.

Volgens Hiemstra is dit hopeloos achterhaald. IT-bedrijven gebruiken tegenwoordig een agile manier van ontwikkelen. Ze zoeken stap voor stap, min of meer ad hoc, naar de oplossingen voor deelproblemen. Er is een einddoel, maar de weg daarnaartoe is flexibel. Deze techniek leert Hiemstra zijn studenten, zodat ze beter zijn voorbereid op hun latere werkzaamheden.

Het is bijna hbo, geeft Hiemstra toe. Maar juist deze praktische toepassing vindt hij belangrijk. Tegelijkertijd krijgen academische uitdagingen, zoals het probleem van de aanbevelingen op Mastodon, die analytisch denkvermogen vereisen, een plaats in zijn colleges. Daarnaast vindt Hiemstra het belangrijk dat de beste studenten genoeg worden uitgedaagd. Als ze een negen krijgen, wil hij de ‘toppers’ motiveren om nog een stapje extra te doen. Zodat ze hun onderzoek bijvoorbeeld kunnen publiceren.

Deze actieve manier van studeren past goed bij het TOM-model. Hiemstra heeft het model regelmatig verdedigd tegenover zijn collega’s. Maar het is volgens hem wel zwaar geweest voor de organisatie. Hiemstra raadt daarom aan om de komende tien jaar niet nog eens zo’n revolutie te ontketenen, want het heeft een flinke wissel op de medewerkers getrokken.