‘Samen een taart bakken en pi bewijzen’

| Rense Kuipers

Ons ritme ligt tijdelijk overhoop. Niet langer onze dagelijkse wandeling, fietstocht of autorit naar de campus, maar thuiswerken. Hoe bevalt het werken vanuit de geïmproviseerde werkplek en welke tips kunnen we delen? Kerensa Broersen, universitair hoofddocent bij de vakgroep Applied Stem Cell Technologies, probeert de thuiswerkperiode als een kans te zien.

Hoe bevalt de werksituatie thuis?

‘Aan de ene kant is het een geschenk dat ik vier à zes uur ongestoord kan doorstampen. Ik heb m’n werkcomputer, notitieblokjes en een stapel papers waar ik halverwege mee was opgehaald en zit nu op onze zolder, tussen de spullen van mijn man, een 3D-printer en onze administratie. Als ik me niet omdraai, valt het reuze mee met de rotzooi. Ik probeer de situatie nu vooral als een kans te zien. Op de UT word je constant gebeld, gemaild, is er een vergadering of er komen mensen langs op je kantoor. Thuis word je toch wat minder snel uit je concentratie gehaald, dat werkt wat efficiënter. Zo schrijf ik nu samen met mijn aio’s een hypothesepaper, wat we anders niet zomaar zouden doen. Bijkomend voordeel is dat we hierdoor cohesie houden in het team. Maar goed, we zijn uiteindelijk volledig afhankelijk van het lab. Bijna alle proeven zijn nu – letterlijk – in de vriezer gegooid.’

Hoe gaat het met de huisgenoten?

‘Mijn man en ik hebben twee kleine kinderen, van vijf en zeven. We werken nu allebei halve dagen en overleggen van tevoren wie wanneer aan de beurt is. De kinderen zijn best ondernemend en arbeidsintensief. We hebben onze handen vol aan ze. Mijn noise cancelling headset is momenteel de heilige graal. En waar ik eerst vervloekte dat ons huis vier verdiepingen had op het moment dat ik sokken vergeten was, prijs ik me nu heel gelukkig. Vanmiddag mag ik weer de huiswerkdienst draaien.’

Ze boffen vast dat ze nu ineens les krijgen van een universitair hoofddocent?

‘Mijn zoon vindt wiskunde heel leuk. Als hij veertig sommen meekrijgt en duidelijk is dat hij het na vijf sommen wel snapt, gaan we wat leukers doen. Dan bakken we een taart en gaan we pi bewijzen. Of we kunnen een stapje verder gaan met meetkunde en algebra. Maar ik moet wel zeggen, een leerkracht heeft een heel andere autoriteit dan wij. En onze kinderen zijn genieën in het bedenken van uitvluchten. Ach ja, we hopen dat we ze in deze tijd iets bij kunnen brengen. Ik zie dit persoonlijk voor ons ook als een kans. Hoe vaak zie je je kinderen anders nou echt, behalve ’s ochtends, ’s avonds en fulltime in het weekend? Je maakt veel meer mee van waar ze zich mee bezighouden.’

Kom je nog weleens voor verrassingen te staan?

‘Ik geef ook online colleges. Vorige week maandag was de eerste. Mijn man is meubelmaker en kreeg een belangrijke levering binnen en moest daarmee bezig. Ik had de kinderen tijdens het collegegeven. Ik had al tegen mijn studenten gezegd: we zien wel waar het schip strandt. Ze maakten mee dat een van mijn kinderen binnenkwam met de boodschap: ‘mama, ik moet poepen’. Een interessant intermezzo, zullen we maar zeggen.’