‘Een beter uitzicht dan op de campus’

| Rense Kuipers

Ons ritme ligt tijdelijk overhoop. Niet langer onze dagelijkse wandeling, fietstocht of autorit naar de campus, maar thuiswerken. We bellen in waar we normaal aanschuiven. Hoe bevalt het werken vanuit de geïmproviseerde werkplek en welke tips kunnen we delen? Marijn Zwier, docent bij de opleidingen IO en WB, probeert er vanuit zijn appartement het beste van te maken.

Hoe bevalt de nieuwe werksituatie?

‘Ik heb alles wat ik nodig heb, dus ik ben op zich best tevreden met mijn thuiswerkplekje. Ik heb vorige week een tweede scherm opgehaald van de campus en ik maak dankbaar gebruik van een tekentablet die ik van een collega leen. Ik deel het appartement met mijn eveneens thuiswerkende vriendin. Zij zit in de studeerkamer, ik in de woonkamer. We hebben geen kinderen, dus daar hebben we – oneerbiedig gezegd – geen last van. En ik moet eerlijk zeggen, ik heb hier een beter uitzicht dan op de campus.’

Heb je al enigszins een routine kunnen vinden?

‘Dat valt me een beetje tegen. Het sociale contact hebben we gereduceerd tot ons tweeën. ’s Middags maken we even een ommetje, maar we zien of spreken verder niemand. We hadden het er gisteravond nog even over: als we tot 1 juni op elkaar zijn aangewezen, moeten we zorgen dat we niet gek worden van elkaar. Voorlopig gaat het helemaal goed, hoor! Ik mis trouwens wel de interactie met collega’s. We hadden gisteren om half 11 even een koffiegesprek via Zoom. Het is leuk om je collega’s even te spreken, maar je merkt toch dat het lastig is om dat digitaal te doen. In plaats van dat iedereen met elkaar praat, zijn nu twee of drie mensen vooral aan het woord en de rest luistert. Los van dat, ik mis ook dat ik gewoon een kamertje verder kan aankloppen bij een collega om even iets te overleggen.’

Lukt het om je onderwijs online goed aan te bieden?

‘Ik had een mazzeltje. Op dit moment geef ik één vak, aan derdejaars studenten industrieel ontwerpen. De cruciale colleges waren al achter de rug. Deze week is het een kwestie van een oefententamen maken. En projectbegeleiding doe ik in Q&A-sessies via Canvas Conference, dat naar verwachting werkt. Daarvoor had ik gisteren twee uur ingepland, maar binnen drie kwartier waren we al klaar. Dus ik bespeur al enigszins een efficiëntieslag, ook in de colleges die ik opneem. In plaats van anderhalf uur, was ik nu met zo’n 55 minuten klaar. Of het onderwijs even goed is als normaal, vind ik moeilijk te zeggen. In een collegezaal kun je aan de gezichten aflezen of studenten het wel of niet begrijpen, je hebt veel meer interactie. Al met al is het gaandeweg uitvinden wat wel en niet lukt. Volgend kwartiel gaan we er hopelijk voor zorgen dat alle 120 eerstejaars IO-studenten voor hun project een Arduino-kit opgestuurd krijgen. Maar ik maak me wel zorgen of we alle vakken goed kunnen toetsen.’

Waar zit ‘m dat in?

‘De examencommissie gaf gisteren UT-brede richtlijnen voor online toetsen, maar ik heb daar nog een hoop vragen over. Vooralsnog stel ik tentamens uit, maar op een gegeven moment moet je er wel aan geloven. De studenten van de gezamenlijke WB-opleiding zouden bijvoorbeeld op 13 en 18 maart een herkansing hebben van een tentamen van januari. Je kunt moeilijk dat tentamen pas na 1 juni afnemen. En normaal gesproken moet bij mijn tentamens veel geschetst en gerekend worden, dat kun je ook niet zomaar op afstand doen. Mondelinge tentamens zouden een optie zijn, maar dan moet je misschien wel meer dan dertig studenten op één dag toetsen en ook nog eens objectief kunnen beoordelen. Het is lastig, maar we vinden vast wel een oplossing. We zitten nu met z’n allen in deze situatie. Gedeelde smart is halve smart.’