WOT: een ‘gezelschap beunende idioten’

| Rense Kuipers

De UT heeft talloze clubs, genootschappen, studentenhuizen en verenigingen. Wat houdt ze in stand? Wat bindt de leden of bewoners? In deze 49e aflevering van ‘Clubgevoel’: de Werkgroep OntwikkelingsTechnieken (WOT).

‘Kom je hier voor de lascursus?’ Nee, het bezoek deze avond is puur en alleen voor journalistieke doeleinden: een dappere poging om de ziel en zaligheid van dit clubje UT’ers te doorgronden. Een wedervraag aan de persoon die de vraag stelde, masterstudent Wouter Grob: wat typeert de WOT? ‘Oei, die vraag laat zich niet heel makkelijk beantwoorden.’

Low tech

Beter om het maar te ervaren dus, tijdens deze wekelijkse WOT-avond op woensdag. Het WOT-terrein is zo’n plek op de campus die je alleen maar kent als je er ooit moest zijn. Ergens aan de rand van de campus – de Achterhorst – en van een afstandje te herkennen aan een karakteristieke windmolen. Grob, masterstudent Mechanical Engineering, maakt van de gelegenheid gebruik om een rondleiding te geven over het terrein. ‘Deze windmolen, de Diever, wordt gebruikt om water mee op te pompen. Hoe technisch ben je? Niet? Fair enough. Deze molen heeft veel bladen en veel koppel. Dat maakt ‘m uiterst geschikt voor deze taak. Anders dan de windmolens die je ziet om elektriciteit op te wekken. Die hebben weinig bladen en weinig koppel.’

De tour door het pikkedonker vervolgt, langs zonnecollectoren – met kookfunctie of gepaard met douchefaciliteit, een windmolen gemaakt van fietsonderdelen, een handwaterpomp en een boortoren van twaalf meter hoog die dienstdoet als pompentestbank. Het is het portfolio van de Werkgroep OntwikkelingsTechnieken in optima forma: een bonte verzameling low tech op de welbekende high tech-campus.

'We zijn allemaal een tikkeltje eigenwijs, maar krijgen de klus wel geklaard' - WOT-lid Wouter Grob

Stamppot met cementmixer

Een harde zoemer onderbreekt de rondleiding: etenstijd. Een veertiental WOTters en een verdwaalde U-Today-redacteur eten deze avond mee in werkplaats Kiwanda. Een stamppot boerenkool staat op het menu, maar dan wel bereid volgens goed WOT-gebruik: niet gestampt, maar verpulverd met behulp van een boormachine en cementmixer.

Opnieuw de vraag aan Grob wat de WOT typeert. ‘Een gezelschap beunende idioten. Ik denk dat dat het goed samenvat. Een paar jaar geleden vonden we tijdens het opruimen een oude tekst, nog geschreven op een typemachine: ‘WOT’ers kunnen de halve wereld verzetten, maar het is lastig om hun neuzen dezelfde kant op te krijgen’. Met andere woorden: we zijn allemaal een tikkeltje eigenwijs, maar krijgen de klus wel geklaard.’

T-week en miljoenen views

Eind jaren ’60 ontstond de Werkgroep OntwikkelingsTechnieken, opgericht door UT-studenten die graag technische vraagstukken wilden oplossen. En dat met name met het oog op ontwikkelingslanden: hoe kun je met schaarse middelen putten slaan of energie opwekken? Over zulke technische vraagstukken buigt de groep zich vandaag de dag nog steeds, op allerlei verschillende manieren. Afgelopen jaar stroomden er 31 adviesverzoeken binnen, van de Centraal Afrikaanse Republiek tot Cambodja. Momenteel zitten zelfs twee WOT’ers in Sierra Leone, om in de praktijk te brengen waar ze anders alleen van afstand op adviseren.

Vaste prik op de WOT-agenda is ook de jaarlijkse T-week, dit jaar voor de 47e keer. Het is een technische cursusweek voor tropenartsen en ontwikkelingswerkers. ‘Deelnemers verblijven hier in een tentje op ons terrein en leren tijdens de week onder andere over autotechniek, metaal- en houtbewerking of watervoorziening’, vertelt secretaris Willem van Putten. Los van de stoomcursus ontwikkelingswerk helpt de WOT ook op andere manieren de wereld vooruit, vanuit hun uithoek op de campus. Instructievideo’s op YouTube hebben miljoenen views. ‘We hebben er een speciale commissie voor’, aldus Van Putten.

'Het is vooral een kwestie van doen. Je leert vanzelf twee rechterhanden te krijgen' - WOT-lid Wouter Grob

Twee rechterhanden?

De gespreksstof tijdens het eten neemt ondertussen de vorm aan die je mag verwachten op zo’n avond: het updaten van de eigen website, AI-handigheidjes in MatLab, limited edition Flügel-infused bier op tap in de Vestingbar, een incompetente docent die pas na zeven pogingen de juiste cijferlijst publiceerde en hoe je het netst kan lassen: nuchter of tipsy?

Maar een WOT-avond zou geen WOT-avond zijn als er ook niet geklust wordt. Onderhoud aan een van de windmolens is altijd welkom. Anderen gaan richting Teletubbieland – het Pinetum – om de waterpomp te repareren die vermoedelijk tijdens de jaarwisseling averij opliep. Of je geboren moet zijn met twee rechterhanden? ‘Nee hoor’, zegt Grob. ‘Iedereen benadert een probleem op een eigen manier, dus we zijn het toch nooit helemaal met elkaar eens. Het is vooral een kwestie van doen. Je leert vanzelf twee rechterhanden te krijgen.’

Beunmentaliteit

Van Putten, bachelorstudent Chemical Science & Engineering, blijft in de werkplaats achter voor een chemie-experiment – om onder andere met behulp van zout en rode partycups goedkoop materiaal voor zonnepanelen te maken. ‘Van oudsher is dit een echte werktuigbouwkundeclub. Maar we kijken steeds breder, zoals naar elektronicaworkshops. Of werken dus meer met chemische toepassingen.’

De WOT is volgens Van Putten een club waar iedereen zich thuis kan voelen. ‘Dat merk je snel genoeg of dit bij je past of niet. De gezelligheid en de beunmentaliteit gaan hier hand in hand.’ En de veiligheidsvoorschriften, met het oog op de aanstaande chemische proef? ‘Vaak is het motto dat we eerst iets proberen en daarna kijken of het klopt. Dit is de eerste keer dat we een chemisch experiment uitvoeren, dus vooralsnog hebben we de beschikking over een ventilator en een open raam. Maar we kijken er serieus naar.’

Juist, die beunmentaliteit.

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.