De campus is niet direct de plek die je zou associëren met polonaises, kostuums, hoogheden en praalwagens. Toch liegt het gedigitaliseerde archief van U-Today er niet om: er zijn meer dan honderd bewijsstukken over het bestaan van De Bastillianen te vinden, de lokale carnavalsvereniging.
De oprichting
De eerste verschijning in de krant, toen nog ‘Nieuws in en om de THT’: 19 april 1973. Op de tweede pagina, bij de korte nieuwsberichten, prijkt een bulletin over een dood aangetroffen zwaan op de campus – vermoedelijk door stokslagen om het leven gebracht. In dezelfde adem lees je ook over de eerste schermutselingen ter oprichting van de UT-carnavalsvereniging: ‘De heer H. Ruys heeft naar verluidt met enige anderen het initiatief genomen tot oprichting van de carnavalsvereniging ‘De Bastillianen’. Dit naar aanleiding van het recente geslaagde carnavalsfeest in de Vestingbar.’
De vuistregel bij zo’n duik in de archieven: je moet je pappenheimers kennen, wil je meer dan vijftig jaar na dato de geschiedenis inkleuren. Ziedaar een volgend bericht, over de officiële oprichting en het allereerste bestuur van de vereniging: onder andere wijlen campusdecaan Jan Schuijer en enkele hoogleraren, maar ook penningmeester Tonnie Buitink en B. Groenman –verantwoordelijk voor publiciteit.
Laatstgenoemde, nota bene de hoofdredacteur van de campuskrant, laat anno 2026 weten ‘geen actieve herinnering’ te hebben aan zijn rol. Vermoedelijk had hij zelfs al bedankt voor de functie, maar was de krant al naar de drukker.
![]()
De Bastillianen in 1975.
‘Een zooitje ongeregeld’
Dan Tonnie Buitink, voormalig evenementmanager op de UT. Als inwoner van carnavalsstad Oldenzaal – Boeskoolstad tijdens deze periode – bovendien een kenner van alle gebruiken. ‘Het was totale chaos in het begin. Dat kan wel als kop boven dit artikel’, aldus Buitink. Want chaos, dat was in de beginjaren eerder regel dan uitzondering bij de UT-carnavalsvereniging. ‘Het was een zooitje ongeregeld, daar was mijn baas in die tijd niet altijd even blij mee. Henk Ruys was als oprichter de grote aanjager, maar wat hij allemaal wilde was niet te combineren met het werk. Na een jaartje of vier trok ik dat niet meer.’
'Er waren mensen die vonden dat een carnavalsvereniging niet thuis hoorde op de campus' - Tonnie Buitink
Buitink heeft enkele voorbeelden van die chaos. ‘De cape voor onze allereerste hoogheid, Prins Henny (Louwman, red.), moesten we via-via regelen. Chef-kok in de Bastille, Nico Engelbertink, wist bij de Oldenzaalse vereniging De Blaanke Boeskeulkes een cape te lenen. We moesten alleen even het insigne veranderen.’ Een ander voorbeeld: ‘Op een gegeven moment werden allemaal muziekinstrumenten aangeschaft, die kon de vereniging blijkbaar voor een prikkie ergens ophalen. Moesten vervolgens alle leden wel muziekles nemen. Dat is er nooit van gekomen natuurlijk. Wat er met die instrumenten is gebeurd, ik weet het niet.’
Vreemde eend
Op de UT leefde de vereniging nooit erg bij het grote publiek, weet Buitink zich nog te herinneren. ‘Enschede heeft nauwelijks een carnavalstraditie – en dan ook nog op de Technische Hogeschool… We waren een vreemde eend in de bijt. De vereniging was iets van een select groepje medewerkers, nooit echt van studenten. Tijdens de feesten in de Bastille hadden we vooral bezoek van honderden externe carnavalsvierders. We werden weleens met de nek aangekeken, hoor. Er waren mensen die vonden dat een carnavalsvereniging niet thuis hoorde op de campus.’
Buiten de campus vielen de Bastillianen wel degelijk in de smaak. Ze gaven immers vaak genoeg acte de présence bij andere verenigingen in de regio. ‘Met het optreden van de Bastillianen wordt in de regio veel goodwill gekweekt voor de TH’, zo staat in de krant van 12 januari 1978. ‘Dat klopt zeker’, zegt Buitink. ‘Die andere carnavalsverenigingen verwachtten een stel geleerden van de TH, maar kregen ons over de vloer, een clubje dat vaak genoeg het licht uitdeed. Ik denk niet dat we door iedereen even serieus werden genomen, maar ze vonden het altijd mooi dat we er waren.’
Een half varken in de vriezer
Nog zo’n anekdote van Buitink: ‘We waren eens te gast bij de carnavalsvereniging in Overdinkel, bij de Saksenstal. Je komt natuurlijk niet met lege handen aanzetten, dus we hadden een half varken meegenomen als cadeau. Aan het eind van de avond was onze hoogheid zijn cape kwijt… Of we even in de vriezer wilden kijken. Daar lag ons varken wel, met de cape om. Hilarisch toch?’
'Om zo’n initiatief in leven te houden heb je tijd, vrijheid, de middelen en fanatieke mensen nodig' - Tonnie Buitink
In heel veel was het een vereniging met klassieke carnavalsgebruiken: een eigen logo (een uil met baret op en een biertje in de vleugel), medailles, hoogheden, een kapel, dansmarietjes, het college van bestuur dat de sleutel van de campus ieder jaar symbolisch overhandigde aan de prins. En een zelfgebouwde praalwagen, waarmee de Bastillianen in Oldenzaal, Losser, Enschede en Münster in de prijzen vielen. Uit het archief: ‘Bijna had de praalwagen niet deel kunnen nemen doordat het mechanische gedeelte te elfder ure weigerde. Een dergelijk euvel zou niet alleen de vereniging blameren, doch ook indirect de THT zelf.’
![]()
De praalwagen voor de bestuursvleugel.
Elf jaar
Jarenlang bleef de vereniging in leven. Vaste prik waren de opkomst van de hoogheid in november en een carnavalsfeest in de Bastille in het voorjaar. Toch ging het niet allemaal van harte, herinnert Buitink zich. ‘De vereniging kwam onder de personeelsvereniging te hangen, dus kwamen er allemaal regeltjes bij. Dat heeft uiteindelijk niet geholpen, denk ik. Om zo’n initiatief in leven te houden heb je tijd, vrijheid, de middelen en een aantal fanatieke mensen nodig.’
Elf jaar, zo lang hielden De Bastillianen het uiteindelijk vol. Symbolischer kan het bijna niet voor een carnavalsvereniging. De laatste stuiptrekkingen in het archief dateren van eind 1983 en begin 1984, met het zijdelingse noemen van het ter ziele gaan van De Bastillianen vanwege een gebrek aan leden en de aankondiging van het afscheidsfeest op 16 februari 1984. In de Bastille uiteraard.
Of er ooit weer een carnavalsvereniging kan ontstaan op de campus? Buitink hoopt in ieder geval van wel. ‘Al is het alleen maar om het eens wat minder stijfjes te maken op de universiteit, zeker bij al die plechtigheden. Het is geen verkeerd idee om dat eens op te schudden. Maar als je het zou doen, dan wel door studenten. Ik vind het ergens nog jammer dat we hen nooit bij De Bastillianen wisten te krijgen.’