Column: op het verkeerde paard wedden

| Femke Nijboer

De derde column van Femke Nijboer. Meer technologie is niet altijd de oplossing, ondervond en vond ze tijdens de conferentie Brave New World. Het resultaat: deze volgens haar ‘warrige’ column: ‘Warrig is goed en we zouden op scholen en universiteiten moeten leren met de complexiteit en ambiguïteit van technologie om te gaan.’

Photo by: Annabel Jeuring

We hadden net een podcast opgenomen in de kolfruimte van het Naturalis-museum in Leiden: journalisten Sander Pleij en Misha Melita en ik. Misha zei: ‘Ik mis studeren echt nooit, maar toen ik je hoorde over Creative Technology aan de Universiteit Twente wilde ik weer 18 zijn.’ Ik had vlak daarvoor Creative Technology uitgelegd al een studie voor studenten die niet konden kiezen tussen elektrotechniek, informatica en de kunstacademie. Het zijn maffe, world-savvy nerds en ik vind ze vreselijk leuk. Ze bouwen echt dingen met hun handen.

‘Maar bouwen ze dingen om het bouwen, of omdat er ook behoefte aan is?’, vroeg Sander me. Ik moest lachen, want de waarheid is dat ik weleens studenten in alle enthousiasme dingen heb zien bouwen zonder plan, gewoon op gut feeling. ‘Maar over het algemeen leren ze meer en meer hoe je ontwerpt binnen een context, met inachtneming van de wensen en zelfs ethische kwesties die bij je klant en doelgroep spelen’, legde ik uit.

Soms is de oplossing niet eens technologie. Soms hebben problemen een sociale of politieke oplossing nodig. En ook daar staan onze CreaTe-studenten voor open. De lobby voor meer technologie en meer technologieonderwijs snap ik dan ook niet. We wedden op het verkeerde paard. Dat was ook het motto van mijn lezing op de conferentie Brave New World, die de aanleiding was van de podcast in de kolfruimte.

Brave New World is voor mij, als wetenschapper en betrokken burger, het beste event van het jaar. Het is een conferentie in Leiden waar organisator Alexander Mouret sprekers uitnodigt die niet alleen heel goed over de technologie en de toekomst nadenken, maar de toekomst ook actief vormgeven. Doordat ze overtuigend en genuanceerd beleidsmakers weten te bereiken bijvoorbeeld. Of omdat ze met hun kunst een grote maatschappelijke impact hebben en gedachten experimenten durven te doen.

'Vrouwen moeten vaker kiezen voor een kleinere partner'

Een lezing die me erg bij bleef was die van Arne Hendriks over ‘the incredible shrinking man’. Arne legde overtuigend uit dat wij mensen een obsessie met meer hebben. ‘Meer lijkt altijd goed’, terwijl hij een grafiek liet zien van een grafiek met een stijgende lijn. Hij draaide de grafiek om: ‘een dalende lijn geeft ons altijd een beetje een slecht gevoel, maar misschien gaat deze grafiek wel over het aantal verkeersdoden over de tijd.’

Ook wij mensen groeien harder en harder, vertelde hij. De mensheid zou eigenlijk kleiner moeten worden, misschien gemiddeld zo’n 120 centimeter zoals de Homo luzonensis. Dat zou een boel problemen oplossen. Als we allemaal zo klein waren, zou dat beter zijn voor het klimaat en zouden we waarschijnlijk langer leven. Ik was eigenlijk al snel overtuigd en schaamde me voor mijn lengte van 1.82 meter. Arne suggereerde een oplossing: Vrouwen moeten vaker kiezen voor een kleinere partner. Dan zouden we langzaam weer krimpen als mensheid.

 

Ikzelf sprak over ‘Neuro is the new sexy’. Anders dan de titel doet vermoeden, vind ik onze obsessie voor het brein en neurotechnologie helemaal niet zo sexy. We proberen allerlei hersenaandoeningen te genezen met pillen die vooralsnog niet lijken te werken, en vergeten dat we ook ziekten – deels – kunnen voorkomen door goed voor ons lijf én voor elkaar te zorgen. We ontwikkelen brain-computer interfaces om mensen met ALS en locked-in syndroom te laten communiceren, terwijl het ze door vooroordelen ontbreekt aan gesprekspartners.

Onze te nauwe focus en hoop op neurotechnologieën laat ons vaak de werkelijke problemen vergeten. We weten niet meer hoe we met ongemak, imperfectie en kwetsbaarheid om moeten gaan. Bewegen en je lijf gezond houden, kost moeite en doet pijn. Een gesprek aanknopen met een persoon met een zichtbare hersenaandoening kan ongemakkelijk zijn. Je moet je kwetsbaar opstellen als je iemand ontmoet die anders is dan jij.

Continu zeggen dat we meer nodig hebben, werkt dus niet. Drie van drieëntwintig internationale sprekers kwamen uit Twente (Peter Paul Verbeek, Nolen Gertz en ik). Een goede vertegenwoordiging van de UT. Peter-Paul en Nolen ontwikkelen geen technologie, maar duiden de rol van technologie ten opzichte van de mens. Ik werk wel aan het ontwikkelen van creatieve technologieën om ondervoeding bij ouderen tegen te gaan, maar ik was uitgenodigd om te vertellen dat we minder nadruk moeten leggen op het brein en neurotechnologieën en meer op verbinding met anderen en ‘het lijfelijke’: gelukkiger en gezonder eten, goede seks, veel lichaamsbeweging en preventie van ziekten. Het was dus opvallend dat wij waren uitgenodigd en niet de engineers van de UT. Blijkbaar was daar minder behoefte aan.

Het is een wat warrige column, mensen. En dat is logisch na twee dagen in een zaal te hebben gezeten met de gamechangers van de toekomst. Maar warrig is goed en we zouden op scholen en universiteiten moeten leren met de complexiteit en ambiguïteit van technologie om te gaan, om erover te spreken en te discussiëren. Laten we niet wedden op het verkeerde paard, maar goed kijken waar we kunnen minderen.