Werkdruk is niet wat je dacht. Of toch wel?

| Wiendelt Steenbergen

Hé, leuk, een ‘werkdruk wijzer’! De spatiefout komt niet van mij. Zou het een poging tot woordspeling zijn? De werkdrukwijzer is een strak vormgegeven waaiertje dat mij als leidinggevende in een paar minuten de problematiek van werkdruk en werkstress uitlegt, tips geeft hoe ik dit bij mijn medewerkers kan herkennen en met ze bespreken, en hoe ik hun werkplezier kan bevorderen.

Een prima initiatief dat ons leidinggevenden ervan bewust maakt dat we hier een verantwoordelijkheid hebben. Kritische opmerkingen verderop (en die komen, anders zou ik niet de moeite nemen dit stuk te schrijven) doen niets af aan mijn waardering voor dit kleinood. Ik leg de werkdrukwijzer naast de Active Bystander Toolkit en de Canvas Quick Guide. Ik moet straks nog een apart tafeltje aanschaffen voor mijn uitdijende collectie wegwijzers in het universitaire bestaan.

Werkdruk: niet wat je dacht

Om de werkdrukwijzer zit een wikkel met een boodschap van ons college van bestuur.

Beste Wiendelt Steenbergen, gevoel van werkdruk ontstaat door iets dat is kwijtgeraakt, meer dan door iets dat teveel is. De themamaand Werkdruk heeft onder meer tot dit inzicht geleid. (…)  Bij onze mensen merken we dat het vaak gaat om kwijtgeraakte passie, aandacht, ontwikkeling of autonomie. En juist die waarden zijn cruciaal voor een universiteit.’  

Zo, die zit. Hier wordt het denken over werkdruk naar een hoger niveau getild, en bevrijd van het cliché van het teveel. Maar vervolgens bekruipt me het gevoel dat door de aandacht te verleggen van werkdruk naar het gevoel van werkdruk, het probleem vooral op het bord van de medewerker wordt gelegd. Zoveel kwijtgeraakte passie, aandacht, ontwikkeling en autonomie, de medewerker zou zich bijna schuldig gaan voelen. De universiteit zou de medewerker kunnen helpen door cursussen aan te bieden met titels als ‘Hervind de passie in je werk’, ‘De kracht van aandacht’, ‘Competenties voor duurzame ontwikkeling’ en ‘Herpak je autonomie’, en de medewerker zou dat aanbod dankbaar moeten aanvaarden. De coachingbranche zal er wel bij varen.

Of toch wel? De olifant in de kamer

Maar de vraag ‘en hoe komt dat dan?’ bij al die verloren waarden verdwijnt naar de achtergrond. Het geleidelijk uitdijen van ons takenpakket én van de randvoorwaarden dreigt de olifant in de kamer te worden. Een kleine overdenking van het soort werk dat ik doe levert het volgende op. Data management, Open Science, tutor zijn, projecttoetsen, projecttoetsreparaties, modulevoorbereidingsvergaderingen, modulehandleidingen, modulevoortgangsbesprekingen, cijfervergaderingen, modulecoördinator zijn, toetsanalyses, clusteroverleggen, ondersteuning regelen bij het bedrijfsleven en andere stakeholders, ethische onderzoekstoetsing, consortiumvorming in buiten- én binnenland, herkansingen liefst binnen de module, toetsresultaten publiceren binnen 10 werkdagen en ook nog privacy proof, valorisatie, lunchvergaderingen, het vier-ogen-principe, de qualifier: het zijn allemaal dingen die er pakweg tien jaar geleden nog niet waren, of nog niet zo dominant. Als we al deze zaken op orde hebben dan hebben we nog steeds geen onderwijs gegeven of onderzoek gedaan. Dit relaas gaat over het wetenschappelijk personeel, en ongetwijfeld kunnen er in andere geledingen van de universiteit vergelijkbare lijstjes worden aangelegd.

Een probleem met het hierboven verwoorde inzicht over gevoelde werkdruk is, dat oorzaken en gevolgen op hetzelfde niveau worden behandeld. De werkelijkheid is complex, maar het lijkt het me niet zo moeilijk om een aantal dingen die in de boodschap van ons college door elkaar geklutst worden, in een redelijke volgorde te zetten: je doet werk met doelstellingen en randvoorwaarden, het wordt meer werk met steeds meer doelstellingen en randvoorwaarden, je autonomie krimpt, en daardoor slinkt je aandacht, je tijd voor eigen ontwikkeling en je passie. Het feit dat leven meer is dan werken, de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid en capaciteiten met het ouder worden, en de rol van gebeurtenissen in het privéleven laat ik hier buiten beschouwing. Ze horen er nadrukkelijk bij.

Wiendelt Steenbergen, UT-hoogleraar Biomedical Photonic Imaging.

Passie

Tot slot iets meer over één van de genoemde waarden: passie. Is passie een, in de woorden van het CvB, cruciale waarde voor medewerkers van de Universiteit Twente? Het noemen van passie in de context van werk is allang geen modegril meer: het is bijna een soort bedrijfskundig begrip geworden. Ik kwam zelfs al de term passiemanagement tegen. Beweer je je werk vanuit passie te doen dan oogst je applaus, val je niet uit de toon en bederf je op zijn minst niet de pret op het feestje dat werk heet. En ik geef toe: veel grote wetenschappelijke doorbraken waren het resultaat van passie, maar dat niet alleen.

Passie is slechts één van de mogelijke basismotieven om je werk te doen, naast bijvoorbeeld: van de straat blijven, je bestaan doel en zin geven, plichtsbesef, een inkomen hebben, je talent gebruiken, iets doen met wat je geleerd hebt, wat positiefs bijdragen, verveling voorkomen, onder de mensen zijn, of roeping. Van al deze motieven is passie niet de meest duurzame en schokbestendige. Denk je dat je in je werk of studie je passie moet volgen, dan is de kans groot dat je vastloopt in de modder van de dagelijkse werkelijkheid. Met het benadrukken van het belang van passie stop je je medewerkers in een keurslijf van positivisme en blijheid dat niet iedereen past. Het belang van passie voor het werk is al eerder van kritisch commentaar voorzien door Japke-d. Bouma en Rosanne Hertzberger. Passie is iets waar je gedoseerd aan toe moet komen. Eén van mijn passies is stukjes schrijven, maar ik zou het niet de hele dag willen doen: zo af en toe is prima.