Herstel de balans in het beleid

| Dick Meijer

Al enige maanden is het college en zijn beleidsondersteuning bezig een discussie op gang te brengen bij de UT-gemeenschap. Sprekers, die een interessante trend vertegenwoordigen, worden uitgenodigd voor ‘inspirerende’ bijeenkomsten en bestuurders proberen hun strategische dromen voor de UT in 2030 te verwoorden.

Maar het wil nog niet vlotten met het betrekken van de UT-gemeenschap bij deze discussie. Bezoekers van de bijeenkomsten treffen alleen de usual suspects aan: voornamelijk bestuurders, beleidsondersteuners en een enkele medezeggenschapper. Het is jammer om te constateren dat de doorsnee student en de doorsnee werknemer niet aanwezig zijn bij deze gelegenheden en daarom niet betrokken worden in de toekomst van de UT.

Waarom is die ‘gewone’ medewerker niet te porren voor een discussie over de toekomst van de UT?

Allereerst hebben veel medewerkers het gewoon te druk om zich voor dit soort extra’s vrij te maken. Meedenken, dan wel dromen, over de toekomst van deze instelling is moeizaam wanneer men het vuur uit de sloffen loopt. Ten tweede missen ze ook affiniteit met het op hoog abstractieniveau bespreken van de toekomstige ontwikkeling van de UT: wie kent bijvoorbeeld het verschil tussen missie, visie, strategie en beleid? Veel UT’ers werken hard en met enthousiasme aan nieuwe ontwikkelingen die ook voor de toekomstige UT van belang kunnen zijn. Maar zij missen contacten, tijd en overzicht om dat in een algeheel toekomstplaatje voor de UT te plaatsen. Concluderend: op deze wijze wordt er geen breed draagvlak gecreëerd voor een lange termijn UT-visie. Het zou het college sieren wanneer zij dieper in de organisatie duiken om informatie op te halen.

Is het een gemis wanneer een visie voor 2030 niet breed gedragen wordt?

Plannen uitzetten voor 2030 is té ver weg. Het is beter en realistischer om dichterbij onze tijd te blijven en flexibel in te spelen op korte termijn ontwikkelingen: welke nieuwe activiteiten denken we in de nabije toekomst te stimuleren, welke kunnen we behouden en door-ontwikkelen en welke gaan we afbouwen? Het is bovendien verstandig om de UT een spiegel voor te houden en opnieuw haar bestaansrecht te identificeren. Onze missie is sinds de oprichting van de UT hetzelfde en dient alleen aangepast te worden aan modern jargon en aan de uitbreiding met de gammawetenschappen (vanaf de jaren zeventig en tachtig).

Onze maatschappelijke opdracht:

-          Goede ingenieurs en gedragswetenschappers opleiden voor de Nederlandse kenniseconomie. De primaire doelgroep wordt gevormd door de Nederlandse studenten.

-          Onderzoek doen met zowel een fundamenteel als meer toegepast karakter. Het onderzoek dient het academisch karakter van de UT-opleidingen te waarborgen en onderzoekresultaten en opgeleide onderzoekers dienen primair de behoeften van Nederland-kennisland te vervullen.

Dat was niet al te moeilijk, lijkt ons. Maar het college heeft een conceptmissie geschreven waarin de woorden ‘Nederland’ en ‘ingenieur’ niet voorkomen. Gevraagd naar ‘scherpe keuzes’ kiest het strategisch beraad ervoor om liever ‘een wereldspeler’ dan een regionale universiteit te zijn. Maar belangrijke UT-taken, zoals regionaal academisch instroompunt voor studenten, generator van regionale startups en leverancier van academische professionals en onderzoekers voor de Nederlandse kenniseconomie zijn toch niet secundair aan internationaal toponderzoek en het opleiden van internationals?


Is de UT maatschappelijk goed bezig?

De vraag is dus of de UT aan zijn maatschappelijke opdracht voldoet, of daar nog beter aan kan voldoen. Immers, de Nederlandse belastingbetaler zorgt, direct of indirect, nog steeds voor meer dan 85% van de UT-inkomsten. Voordat we vooruitkijken, moeten we eerst naar de resultaten van het lopende beleid (Vision 2020) kijken.

Positief is dat de UT in studentenaantallen de laatste jaren sterk is gegroeid. Dat komt deels door de grotere populariteit van techniekstudies, maar ontegenzeggelijk vooral door de internationalisering, ofwel het aanbieden van de meeste bacheloropleidingen in het Engels. Maar met het oog op onze maatschappelijk taak zijn ten aanzien van het gevoerde beleid ook veel kanttekeningen te maken:

-          De toegankelijkheid van academisch onderwijs in de regio van de UT is voor studenten die een Nederlandstalige opleiding willen volgen dramatisch verslechterd.

-          Hoewel van internationale opleidingen nogal eens wordt beweerd dat zij leiden tot een hogere kwaliteit (van instroom en uitstroom), zijn er sterke aanwijzingen dat de Engelse taal bij kennisoverdracht en -verwerving tot kwaliteitsverlies leidt. Aan de taalbeheersing in het Nederlands en in het Engels wordt ten onrechte weinig waarde gehecht.

-          De hogere instroom gaat niet gepaard met voldoende financiële middelen om zonder verdere verhoging van de werkdruk de kwaliteit van het onderwijs te handhaven.

-          De vraag naar UT-afgestudeerden kan een grotere instroom van internationale studenten billijken. Maar niet als het slechts het verdienmodel van de universiteit dient, zoals het geval is bij de opleiding Psychologie (meer dan 80% Duits) en bij de grote psychosociale problemen onder niet-Europese bachelor studenten.

-          Door buitenlandse studenten en personeelsleden een louter Engelstalige campus te bieden, wordt het effect dat relatief veel van hen buiten Nederland hun carrière voortzetten, versterkt. Als we hen niet laten wortelen in de Nederlandse taal, cultuur en samenleving is dat voor betrokkenen en de BV Nederland een gemiste kans.

-          Als je de tweede en derde geldstroom projecten gebruikt als indicator voor maatschappelijke impact van onderzoek presteert de UT de laatste jaren relatief een stuk slechter dan andere technische universiteiten.

UT-strategie in dienst van de maatschappij

De balans van het gevoerde beleid opmakend slaat deze naar onze mening door naar de negatieve kant. Gezien de ontwikkelingen in de politiek en de resultaten van het gevoerde beleid, zou het de UT sieren om de maatschappelijke verantwoordelijk opnieuw onder de loep te leggen met medewerkers van de werkvloer. Zodoende kan er toegewerkt worden naar een strategie voor de komende jaren waarin de balans opnieuw gevonden wordt. Wat ons betreft, kan de balans hersteld worden door:

-          Kwaliteit versus kwantiteit: de nadruk op aantallen studenten en aantallen onderzoeksprojecten moet omgebogen worden naar focus op verhoging van eindtermen van de opleidingen en de persoonlijke ontwikkeling en welzijn van het personeel.

-          Academische versus beroepsvaardigheden: minder belang hechten aan (bijvoorbeeld) projectvaardigheden en meer aan kennis en inzicht in de ingenieursdisciplines.

-          Nederlands versus Engels: kennisoverdracht en taalbeheersing dienen voorop te staan, dus Nederlands waar het kan en Engels waar het moet. Een periodieke heroverweging van de voertaal in opleidingen is noodzakelijk, zoals ook de onderwijsinspectie adviseert.

-          Internationalisering: middel versus doel. Internationalisering kan een studiecarrière en een loopbaan verrijken, maar is geen doel op zich. Internationaliseren doe je waar het een meerwaarde voor betrokkenen en de Nederlandse samenleving oplevert.

-          De intentie om ‘High Tech Human Touch’ meer inhoud te geven door meer verbindingen tussen gamma en techniek te leggen, lijkt vooralsnog te weinig en onduidelijk uitgewerkt. Hier wreekt zich het ontbreken van een duidelijke keuze voor de fundamentele basis voor de geesteswetenschappen ten opzichte van Technologie.

Kortom: Herstel de balans in het beleid!

 

Dick Meijer,
namens de PvdUT-fractie in de Universiteitsraad