Column: breincrime

| Enith Vlooswijk

Ons brein liegt nooit als het gaat om herkenning. Roep nimmer ‘ik heb die vrouw nooit eerder gezien’ als het wel zo is, althans niet als er ondertussen een EEG van je hersenen wordt gemaakt.

Photo by: Arjan Reef

Of je het nu wilt of niet, wanneer je een foto bekijkt van iemand die je herkent, produceren je hersenen binnen driehonderd milliseconden elektrische golven die dit bevestigen. Deze zogenaamde P300-piek is met EEG duidelijk waar te nemen. Dat is handig als je wilt weten of iemand de waarheid spreekt.

Het is echter óók handig voor criminelen die willen weten waar je woont, wie je kent of wat je pincode is. Ze hoeven je maar wat beelden en getallen voor te schotelen en je brein doet de rest. ‘Ja, doei,’ denk je nu misschien, ‘wat is nou het risico dat iemand mij overmeestert en een stel elektrodes over mijn schedel trekt?’ Nou, als je houdt van online gamen is de kans groot dat je je hersengolven zelf op een dag het internet op slingert.

EEG is namelijk hot bij de gaming industrie. Er zijn steeds meer EEG-headsets voor consumenten te koop - niet die lullige badmutsen vol elektroden, maar cool uitziende gadgets waarmee je gamehelden ‘hands off’ kunt besturen. Of waarmee je je beter leert concentreren. Of die ‘je innerlijke zen’ in beeld helpen brengen. Een behoorlijk deel van de beloften is klinkklare onzin en niet zelden registreert de headset de frons in je voorhoofd in plaats van hersengolven. Maar zeker in combinatie met technologie om oogbewegingen te volgen zijn de mogelijkheden voor het besturen van gamepersonages veelbelovend.

Gevaren zijn er ook. Een onderzoeksteam van de universiteiten van Oxford, UC Berkeley en de universiteit van Genève gaf mensen een populaire EEG-headset (Emotiv Epoc) die voor een paar honderd euro te koop is. Tijdens het uitvoeren van een taak kregen ze beelden te zien van personen, banklogo’s, geboortedata, woonplaatsen en losse getallen. Op basis van de P300-piek konden de onderzoekers redelijk goed raden waar de proefpersonen woonden, welke mensen ze herkenden, welke bank ze hadden en wat hun geboortedatum en het eerste cijfer van hun pincode was.

Het is de vraag of gameontwikkelaars bij dit soort gevaren stilstaan, laat staan hun gebruikers. Want geef toe, het is wel erg leuk om virtuele vijanden neer te schieten met je brein. En of het nu gaat om phishing, botnets, trojaanse paarden, computervirussen of andere cybercrime, het grootste gevaar schuilt meestal in onze eigen onnozelheid.