Opinie: De campus moet democratischer

| Vincent Witmond

Het hoogste bestuurlijke orgaan van het studentenactivisme op de Universiteit Twente is de Student Union (SU). De SU is naar Angelsaksisch voorbeeld ingesteld op de Universiteit Twente in 1999. De SU is de overkoepelende studentenorganisatie die dient op te komen voor de belangen van de UT-studenten en -verenigingen door onder andere gebruik te maken van de input van studenten.

In hoeverre de input van de studenten echt wordt meegenomen in de plannen van de SU om (aldus de SU-website) ‘jouw studententijd fantastisch te maken’, is moeilijk te verifiëren. Democratische controle is een moeizame kwestie, omdat dat het SU-bestuur begroting en beleidsplan via het CvB moeten voorleggen aan de (wel) gekozen studentvertegenwoordigers in de URaad. Maar er is geen verantwoording richting de studentengemeenschap en verenigingen, waar de SU zijn werk voor doet. Bovendien worden de bestuurders van de SU niet verkozen uit de studentenpopulatie middels een algemene vergadering, zoals bij verenigingen of stichtingen. Nieuwe bestuurders worden geselecteerd en benoemd door een groepje mensen, functionerend als de Raad van Toezicht. Een studenten-CvB is het eindresultaat en is voor de randvoorwaarden van zijn beleid en van het budget afhankelijk van grote broer UT-CvB.

De motor van het studentenleven: de studentenverenigingen

De SU is verantwoordelijk voor het beheer van de Union-gebouwen, voor het beleid t.a.v. de studentenvoorzieningen (bijvoorbeeld ook voor ondernemerschap en internationalisering) en voor de verdeling van middelen. Maar de bulk van het concrete activisme en het rijke studentenleven ligt toch echt bij de verenigingen en organisatiecommissies: in de sectoren sport (30 verenigingen), cultuur (16 verenigingen), studie (18 studieverenigingen), gezelligheid (4 grote Pakkerijverenigingen) en evenementen (van Solar team tot Kick-in). Zonder SU-label vis je als studentenvereniging achter het net van de voorzieningen.

Onderwaardering van de koepels voor studentensportverenigingen

De koepels voor sport, cultuur, studieverenigingen e.d. zouden de vertaalslag van ‘beleid’ naar concrete activiteiten moeten maken. Helaas werkt dit momenteel niet zo en lijkt het doek zelfs te vallen voor de Sportkoepel door een gebrek aan belangstelling. De belangrijkste redenen:

  • Kwalitatief goede bestuurders voor de Sportkoepel kunnen maar moeilijk gevonden worden. Studenten zijn moeilijk warm te maken voor een bestuursfunctie met de 15 EC-alles-of-niets-regel die van kracht is binnen het Twents Onderwijs Model (TOM), in combinatie met de kosten van het leenstelsel. De studenten die uiteindelijk verenigingsbestuurder worden, zien het met dit huidige onderwijsklimaat niet zitten om nog door te gaan in een volgende bestuursfunctie.
  • De Sportkoepel heeft geen grote verantwoordelijkheden waarbij bestuurders echt wat kunnen betekenen voor de sector sport. Eerder had de Sportkoepel wel de verantwoordelijkheid over het verdelen van de sportsubsidies waarbij de Sportkoepel-bestuurders, waaronder ikzelf, veel klachten kregen van de verenigingen, maar de Sportkoepel kon niet het heft in eigen hand nemen met partners als de SU en het Sportcentrum die het beleid maken en de dienst uitmaken. Alle verantwoordelijkheden voor het sportbeleid liggen bij de portefeuillehouder Sport & Cultuur, dus de Sportkoepel kan alleen functioneren als een luisterend oor voor de verenigingen en alle klachten en belangen doorspelen naar de SU, onzeker of dat opgepakt gaat worden. Studenten willen niet het risico op studievertraging nemen voor parttime bestuursfunctie zonder zeggenschap. Zonde van je tijd.
  • De sportsector is verstrooid over meerdere eilandjes: Student Union, Sportcentrum, Sportkoepel en sportverenigingen. Iedereen kijkt naar elkaar en iedereen heeft een ander stukje van de sector sport. Een naadloze samenwerking is er niet altijd en elke partij heeft weer andere belangen voor de sector sport. Dat conflicteert met elkaar en de verenigingen zijn daar de dupe van, omdat Sportcentrum (de fulltime betaalde ambtenaren) en de Student Union (de fulltime betaalde studenten) er niet uitkomen. Besturen van verenigingen (vrijwilligers) worden van het kastje naar de muur gewezen, dit verergert wanneer men plaats neemt in het Sportkoepel bestuur. Nogmaals, zonde van je tijd.

De kloof groeit

Anders dan bij de Sportkoepel maar ook bij Apollo en UniTe spelen onzekerheden, het is te hopen dat Fact en OS niet hetzelfde lot ondergaan. Het wegvallen van de koepelorganisaties vergroot de kloof tussen de SU en ‘haar’ verenigingen. Enerzijds heeft de SU slecht zicht op wat er speelt op verenigingsniveau en kijkt daarom veel naar randzaken binnen elke sector. Anderzijds hebben vereniging het gevoel dat de SU alles bepaalt en dat de verenigingsbesturen daar geen invloed op hebben. Verenigingen voelen zich niet gehoord, maar moeten wel de gevolgen van het SU-beleid uit gaan leggen aan hun leden, wat niet gemakkelijk is als je de portefeuillehouder niet spreekt. De kloof wordt groter en daarmee ook het gevoel van onvrede.

Wat moet er gebeuren?

Meerdere wegen leiden naar Rome. Er zijn meerdere mogelijkheden om stappen te zetten in de goede richting. De PvdUT staat voor de volgende concrete verbeteringen:

  1. Alle opleidingen moeten parttime studeren en dus parttime besturen mogelijk maken: de modules moeten worden opgedeeld in apart af te ronden onderdelen (onderwijseenheden). Dat is niet alleen wenselijk maar ook uitvoerbaar.
  2. De wijze van samenstelling van het SU-bestuur moet democratischer, dit creëert meer draagvlak van ervaren bestuurders uit de verenigingen.
  3. In elk bestuur van een koepel dient een SU-bestuurder plaats te nemen zodat de SU  een groot deel van zijn zeggenschap kan overdragen aan de koepels van de sectoren.
  4. Beleid van de desbetreffende sector moet goedgekeurd worden door de verenigingen van die sector middels een algemene vergadering.
  5. Beleid en begroting van de SU moet ter instemming aan de studentleden in de UR worden voorgelegd.

Met deze stappen kan het studentenbestuur op de campus effectiever en democratischer: meer draagvlak, meer activisme en meer continuïteit. En wat betreft de sector sport, waar ik de afgelopen vijf jaar actief ben geweest: Laten we alsjeblieft minder praten over geld, laten we meer praten over de sportvisie.
 

Vincent Witmond

lijsttrekker PvdUT

oud-vicevoorzitter Sportkoepel

oud-voorzitter D.A.V. Kronos