Op de barricaden voor academische vrijheid

| Martin ter Denge

Bettina Schwab is adjunct hoogleraar aan de faculteit EEMCS en onderzoekt hoe hersenstimulatie de ziekte van Parkinson bestrijdt. In april trad ze toe tot de Jonge Akademie, een platform voor wetenschappelijke vooruitgang. ‘De wetenschap moet geen bubbel zijn.’

Photo by: RIKKERT HARINK

Schwab groeide op in de Duitse deelstaat Baden-Württemberg en studeerde natuurkunde aan het Karlsruhe Institute of Technology. Voor haar promotieonderzoek kwam ze in Twente terecht. Daar ontdekte ze computational neuroscience, een vakgebied op het snijvlak tussen natuurkunde en neurowetenschappen. Inmiddels zit ze in een tenure track bij de faculteit EEMCS, dat haar klaarstoomt om hoogleraar te worden. Ondertussen is ze voorzitter bij de Young Academy Twente, een platform dat jonge wetenschappers ondersteunt in hun ontwikkeling en strategische adviezen geeft aan het college van bestuur.

Hersenstimulatie

Schwabs werkruimte in de Citadel is schaars aangekleed. Een bureau plus stoel om op te zitten, een overlegtafel, kast en een whiteboard. ‘Meer heb ik niet nodig, want ik zit vaak langere tijd voor onderzoek in Hamburg’, zegt de 38-jarige Duitse in vloeiend Nederlands. In Hamburg heeft ze toegang tot het ziekenhuis, waar ze haar klinische onderzoek naar hersenstimulatie bij patiënten met Parkinson uitvoert. Ondertussen schakelt ze met de universiteit van Oxford, die ook bij haar onderzoek zijn aangehaakt.

Black box

De ziekte van Parkinson tast de hersenen aan. Patiënten raken de motorische controle kwijt: bekende symptomen zijn onder andere beven of stijfheid. ‘Door hersenen met kleine stroompjes te beïnvloeden, zogeheten hersenstimulatie, kunnen we dat in veel gevallen sterk verbeteren. Maar de techniek is een grote black box; we weten dat het werkt, maar nog niet precies hoe’, legt Schwab haar onderzoek uit.

Haar fascinatie voor Deep Brain Stimulation (DBS) biedt haar de kans om vragen te verkennen die nog door niemand zijn beantwoord. Bijvoorbeeld hoe het kan dat zo’n complex geheel als de hersenen met een relatief klein stroompje zo te beïnvloeden zijn dat mensen er meer controle over hun lichaam mee krijgen.

‘Hersenen zijn fascinerend. Bovendien werk je aan iets dat anderen ook echt verder helpt. Het zou fantastisch zijn als we met onze onderzoeksresultaten weer nieuwe deuren openen om de behandelingen voor volgende generaties te verbeteren.’

Voor haar onderzoek doet ze onder andere metingen terwijl patiënten een hersenoperatie ondergaan. Daardoor duurt de operatie langer dan nodig. De patiënt heeft er op dat moment niet veel aan. Toch is tot nu toe iedere patiënt die ze vraagt bereid om te helpen. Het ontroert haar. En het motiveert haar nog meer om het zo goed mogelijk te doen.

Rust

Hoe het met haar eigen hersenen staat? Volgens zichzelf is Schwab een trage wetenschapper. ‘Je hebt van die mensen die alles al snappen als je maar een halve zin uitspreekt. Zo ben ik niet. Mijn brein werkt het beste als ik rust en tijd neem om diep over een probleem na te denken. Tegenwoordig verwachten mensen soms binnen vijf minuten een antwoord. Dat vind ik contraproductief voor echt diepgaand onderzoek. Publicaties lees ik rustig door, dan misschien nog een keer, daarna neem ik de tijd om er rustig over na te denken. Een wandeling helpt ook altijd.’

Verder vindt Schwab ontspanning in sport. Ze trekt regelmatig de hardloopschoenen aan. Tijdens haar promotietraject in Enschede ontdekte ze dat ze erg geniet van voetballen. Dat doet ze nog steeds, maar inmiddels bij een club in Hamburg.

De alomtegenwoordige sociale media en smartphones op de universiteit vindt ze geen goede ontwikkeling, als het draait om ontspanning. ‘Die dingen vragen voortdurend zoveel aandacht dat je geen ruimte in je hoofd meer overhoudt om diep over iets na te denken. In mijn colleges sta ik ze sowieso niet toe.’

Academische vrijheid onder druk

Volgens Schwab hangt de tijd die je krijgt om over je vakgebied na te denken direct samen met academische vrijheid, het onderwerp waarvoor ze zich wil inzetten bij de Jonge Akademie. Volgens haar staat die vrijheid onder druk, onder andere door financiële afhankelijkheid en, zo moet nog blijken, de door de UT zelf opgelegde vier impactdomeinen. Maar ook door gejaagdheid om resultaten te leveren. ‘Die resultaten kunnen nog beter zijn als we de ruimte krijgen ergens rustig aan te werken.’ Dat geldt voor haar nog meer voor collega’s met bijvoorbeeld kinderen. ‘Iedere wetenschapper zou voldoende rust moeten krijgen voor gedegen onderzoek, ongeacht hun thuissituatie.’

In Nederland is academische vrijheid vastgelegd in de Wet op het hoger onderwijs en onderzoek. In andere landen, waaronder Duitsland, is academische vrijheid in de grondwet verankerd, weet Schwab. ‘Ik wil graag met andere academici van gedachten wisselen of het ook niet in de Nederlandse grondwet opgenomen moet worden.’

De eerste stap voor Schwab is de komende tijd gesprekken voeren met collega-academici. Ze wil een beter beeld te krijgen van welke meningen er bestaan, hoever academische vrijheid gaat en waar de grens ligt. ‘In hoeverre krijgen academici de vrijheid om hun eigen richting te bepalen en wat vinden ze daarin belangrijk? Ik denk dat we pas weten wat nodig is als we iedereen horen, dus bijvoorbeeld ook vrouwen, promovendi en eerste-generatiewetenschappers.’

Academische vrijheid is een belangrijk onderwerp voor de Young Academy Twente, waar Schwab ook voorzitter van is. ‘Jonge onderzoekers en docenten moeten daarin worden gehoord. Academische vrijheid betekent niet zo veel als maar een kleine groep wetenschappers ervan profiteert.’

Artikel gaat verder onder foto

 

Verantwoordelijkheid

Tegelijk vindt ze dat academische vrijheid ook verantwoordelijkheden met zich meebrengt. ‘Je mag publiceren wat je wilt, maar dan heb je ook een verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij om je keuzes toe te lichten. Wij worden grotendeels betaald met belastinggeld. Dan moeten we ook communiceren over wat we met dat geld doen en vragen wat mensen belangrijk vinden. De wetenschap moet geen bubbel zijn. Je kunt zelfs nog een stap verder gaan en zeggen dat wetenschappers de verantwoordelijkheid hebben om op te staan als dingen misgaan in de maatschappij.’

In hetzelfde kader stelt ze vragen bij de manier waarop rectoren en decanen worden benoemd in Nederland. Volgens haar kan dat transparanter. ‘De raad van toezicht kiest nu het college van bestuur, het college van bestuur kiest de decanen. We moeten erover nadenken of dat niet beter via verkiezingen kan, zodat medewerkers een stem hebben in wie hen gaat leiden.’

‘Dit is een wat kleinere universiteit en dat past wel bij mij. Wat ik echt heel prettig vind hier is de bereidheid om elkaar te helpen en de relatief korte lijnen. Je kunt gemakkelijk bij collega’s binnenstappen voor een gesprek. We krijgen veel vrijheid om onze eigen onderzoeksrichting te bepalen, terwijl je je als jonge onderzoeker op andere plekken meer moet schikken naar de overkoepelende onderzoeksrichting.’

Hiërarchie

Als Duitse in een Nederlands onderwijssysteem voelt ze zich als een vis in het water. Maar soms vallen ook dingen op: ‘Heel groot zijn de verschillen niet, maar Nederlanders roepen vaak dat ze niet hiërarchisch zijn. Er zijn wel hiërarchische structuren in Nederland, maar meer impliciet. Je moet hier tussen de regels door leren lezen. In Duitsland is het meer geformaliseerd en weet je waar je aan toe bent.’

Een ander verschil is volgens haar hoe er tegen verschillende profielen van docenten wordt aangekeken. ‘In Duitsland ben je allemaal ‘professoren’, in Nederland word je vaak pas echt als gelijke behandeld als je het profiel ‘hoogleraar’ hebt. In andere landen is dat minder gelaagd. Zodra je daar in vaste dienst bent bij een universiteit hoor je erbij, ongeacht je titel.’

Volgens haar raakt dat een belangrijk punt, de waarde van de mens. ‘Dat is het allergrootste goed, ongeacht je positie, beroep of andere dingen. Het is artikel één uit de Duitse grondwet. Die Würde des Menschen ist unantastbar’, citeert ze uit haar hoofd.

Mede dankzij haar tenure track en het gunstige klimaat op de UT is ze hard op weg om een gevestigde naam te worden. Directe plannen om elders te kijken heeft ze niet. Toch houdt ze een slag om de arm. ‘Als wetenschapper heb je nooit honderd procent zekerheid dat je ergens kunt blijven, maar Twente is een prettige plek. Ik wil eraan werken dat dat zo blijft.’

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.