Photo by: Rawpixel.com / Freepik
Spotlight

Van ‘blijven benoemen’ tot ‘don’t feed the trolls’

| Jelle Posthuma

Steeds vaker worden wetenschappers bedreigd of geïntimideerd. Universiteiten willen harder ingrijpen. Ook UT-onderzoekers krijgen ermee te maken. ‘Maar we moeten ons blijven mengen in het publieke debat.’

Het is eind augustus als Femke Nijboer, universitair docent aan de UT, een column schrijft voor U-Today waarin ze haar zorgen uit over ongevaccineerde studenten. Het stuk wordt al snel opgepikt door een journalist van Tubantia die er volgens Nijboer een ‘nogal gekleurd’ artikel over schrijft. ‘De avondredactie van de krant zette er bovendien een flink provocerende kop boven. Vanaf dat moment was het prijsschieten.’

Er volgt een stortvloed aan (haat)berichten. Nijboers Instagramaccount wordt gehackt en bij de ingang van de UT verschijnt een bordje met de tekst ‘Femke nazi’. Van de politie krijgt de UT-docent een speciale ‘alert’ voor haar thuisadres. De donderdag na de column wordt er rond half elf ’s avonds aangebeld bij Nijboer. Belletjetrekkers? Ze doet niet open, maar de volgende dag ligt er bij de buren een stuk afgebroken glas in de brievenbus. Toeval? ‘Ik vond het allemaal niet meer zo onschuldig.’

'Onderzoekers die zich uitspreken krijgen soms echt te maken met de keuze: ga ik hiermee door? Is dit het mij allemaal waard?'

Zero tolerance

Corona, klimaat en migratie: wetenschappers die zich in columns, talkshows of kranten over deze onderwerpen uitspreken krijgen steeds vaker te maken met bedreiging en intimidatie. Nederlandse universiteiten willen hun medewerkers hier beter tegen beschermen. Gezamenlijk werkten de rectoren aan een handreiking ‘Aanpak bedreiging en intimidatie van wetenschappers’. Er komt een speciaal meldpunt en universiteiten gaan vaker aangifte doen.

UT-hoogleraar Peter-Paul Verbeek, voorzitter van de KNAW-commissie ‘Vrijheid van wetenschapsbeoefening’ noemt het een belangrijke stap. ‘Universiteiten steunen geïntimideerde onderzoekers nu onomwonden. Vroeger werd er nog wel eens gezegd: ze hebben het zelf opgezocht met al die mediaoptredens.’ Ook Verbeek kreeg in het verleden te maken met haatberichten op sociale media. ‘Ik werkte mee aan de CoronaMelder en dat leidde tot wat Twitterbagger. Maar het is klein bier vergeleken met wat andere collega’s over zich heen krijgen.’

Door intimidatie en bedreiging ligt het gevaar van zelfcensuur op de loer, weet Verbeek. Alleen degenen die tegen de storm bestand zijn blijven overeind. ‘Onderzoekers die zich uitspreken krijgen soms echt te maken met de keuze: ga ik hiermee door? Is dit het mij allemaal waard? We moeten er alles aan doen om te voorkomen dat ze stoppen.’

Niet normaal

Volgens Verbeek is het cruciaal dat wetenschappers zich mengen in het publieke debat. ‘Universiteiten zijn een onderdeel van de samenleving. We moeten ons blijven manifesteren.’ Tegelijkertijd valt er van burgers ook iets te verwachten, zegt hij. Als voorbeeld noemt Verbeek de wetenschappelijke adviezen van Jaap van Dissel aan het kabinet. ‘Uiteindelijk is het aan de politiek om met die informatie een besluit te nemen, niet aan de wetenschapper Van Dissel. Het hoort bij burgerschapsvorming dat mensen dit onderscheid begrijpen. Daar ligt volgens mij nog een taak voor de politiek en het onderwijs.’ 

Verbeek erkent dat de problemen diepgeworteld zijn. ‘Het gouden ei is nog niet gevonden. Al vind ik het hoog tijd voor een vorm van regulering van sociale media.’ Ook moet er volgens Verbeek iets gebeuren aan de ongelijke strijd die onderzoekers voeren. ‘Wetenschappers die zich uitspreken krijgen van alles over zich heen.’ Universiteiten moeten daarom ‘terugblazen’ in de media, zegt de hoogleraar. ‘Wat Sigrid Kaag laatst deed tijdens een rechtszaak over de bedreigingen aan haar adres, vond ik een goed voorbeeld. Het is belangrijk dat we blijven benoemen en zeggen: dit is niet normaal.’

‘Vaak zijn ze uit op een rechtszaak. Dat is gratis publiciteit. Daarom laat ik ze maar schelden’

Don’t feed the trolls

Maarten van Aalst, UT-hoogleraar 'Spatial resilience for Disasters Risk Reduction' aan de faculteit ITC, spreekt regelmatig in de media over het klimaat. Na zo’n optreden volgt er volgens hem standaard een stroom aan berichten op sociale media. En daar zitten volgens Van Aalst ook ‘agressieve’ berichten tussen. ‘Maar ik heb nog nooit fysiek geweld meegemaakt of me echt bedreigd gevoeld.’

Volgens de hoogleraar hebben veel van de berichten dezelfde strekking. ‘We zouden als klimaatwetenschappers onze zakken proberen te vullen, we hypen de klimaatkwestie om zoveel mogelijk onderzoeksgeld binnen te halen. Ook de term ‘groene maffia’ valt vaak. Met dramaberichten over het klimaat zouden we zoveel mogelijk in het nieuws proberen te komen.’

Van Aalst gaat regelmatig de discussie aan met zijn criticasters op sociale media. ‘Maar ik maak wel een onderscheid. Op respectvolle berichten geef ik zoveel mogelijk antwoord. Ik leg dan uit dat mijn uitspraken in een filmpje van 30 seconden op het NOS Journaal zijn gebaseerd op een rapport van meer dan 2000 pagina’s.’ Volgens Van Aalst is het een taak van wetenschappers om over de inhoud te discussiëren en om inzichten te delen. ‘Zolang het op een respectvolle manier gaat.’

Voor niet-respectvolle berichten hanteert Van Aalst het adagium: 'Don't feed the trolls', oftewel niet op reageren. ‘De echt agressieve berichten negeer ik totaal. Ze zoeken bewust de confrontatie.’ Ook met juridische stappen is Van Aalst in deze gevallen behoedzaam. ‘Vaak zijn ze uit op een rechtszaak. Dat is voor hen gratis publiciteit. Daarom laat ik ze vaak maar schelden.’

Column

Voor Nijboer ging de storm uiteindelijk weer liggen – al bleef de politie-alert op haar adres nog een tijd actief. Nog altijd staat ze achter haar column. ‘Je hoort vaak dat docenten neutraal moeten zijn. Dit klopt voor het onderwijs. Maar als mens en in de maatschappij zou ik zeggen: wees gekleurd. Studenten kunnen daar prima mee omgaan. Je wilt als student toch juist bijzondere en uitgesproken figuren tegenkomen op de universiteit? Het is hoe dan ook belangrijk dat we ons blijven uitspreken, zeker als onderzoekers. Wetenschappers – de naam zegt het al – weten het vaak beter. We moeten ons blijven mengen in het debat.’

Volgens Nijboer kunnen de nieuwe initiatieven van universiteiten helpen. ‘Ik wist niet precies waar ik moest aankloppen. Volgens mij is zo’n handleiding op één A4’tje te maken. Misschien zijn er ook nog andere manieren om de informatie over te brengen. Een theatervoorstelling als Mindlab over intimidatie en bedreiging heeft denk ik meer impact dan een handboek.’

Hoewel ze niet direct wist waar ze moest aankloppen, waren de hulp en reacties vanuit de universiteit volgens Nijboer ‘hartverwarmend’. Het betekent niet dat de intimidaties haar koud lieten. ‘Ik heb bijvoorbeeld bedankt voor een debat op Radio 1. Daar had ik geen zin in. Een beetje geïntimideerd was ik wel.’