Photo by: Frans Nikkels
Spotlight

Jubilerend SNT pleit voor campus als digitale speeltuin

| Rense Kuipers

Toen in 1994 het CAMPUSnet iedere UT’er aansloot op het internet, zag ook Studenten Net Twente het levenslicht. De zelfbenoemde ‘nerds’ van SNT zijn nu al 25 jaar co-beheerder van het campusnetwerk en dé eerste hulp voor studenten met computerproblemen. ‘We moeten de campus als digitale speeltuin houden.’

Iedere UT-student die vreselijke ruzie had met software of hardware, zal weleens aan de SNT-helpdesk in de Citadel hebben gestaan. ‘Ik denk dat mensen ons daar vooral van kennen’, vertelt SNT-secretaris Maaike Keurhorst. ‘Vanaf het begin was dat een van onze belangrijkste rollen: computer- en serverproblemen oplossen, als studenten er zelf niet uitkomen.’

'Er zijn genoeg nerds op de campus die heel erg de diepte in willen gaan'

Pizzastatistieken

Maar SNT doet nog veel meer, vooral dingen die doorgaans onzichtbaar zijn voor de meeste UT’ers. Silke Hofstra, hoofd van de systeembeheercommissie, geeft een bloemlezing: ‘Via ons administratiesysteem DAS staat iedereen op de campus met een internetverbinding geregistreerd, we bieden via Hornet aan bijna honderd UT-verenigingen web-, opslag- en e-mailhosting aan, studenten of verenigingen kunnen hun private virtuele of fysieke server bij ons kwijt en we hebben een eigen zogeheten GitLab, waar binnen het UT-onderwijs gebruik van wordt gemaakt om in projecten te werken.’

Dat GitLab is er niet alleen voor onderwijs, de leden van SNT houden er zelf een bijzonder project op na, genaamd New York Pizza-statistieken. Keurhorst: ‘Het duurde voor ons gevoel veel te lang voordat de pizza’s bezorgd werden, dus besloten we hun bezorgtijden te registreren.’ ‘Tja, soms slaan we een beetje door’, geeft Hofstra toe. ‘Maar dat past ook wel bij een van onze doelen: er zijn namelijk genoeg nerds op de campus die heel erg de diepte in willen gaan. Of het nou om het sleutelen aan hardware gaat – ontzettend leuk trouwens – of om hardcore programmeren. Die speelomgeving en ruimte willen we iedereen bieden.’

De SNT-leden vierden vandaag hun lustrum op gepaste wijze.

Mokers en mailtjes

Die gedachte past volgens de beide SNT-leden bij de geschiedenis van de vereniging. Voordat Studenten Net Twente eind 1994 werd opgericht, was hun voorloper ‘Data Net Drienerlo’. ‘Dat was in de tijd dat het internet net in de kinderschoenen stond. Een aantal studenten wilde met elkaar verbonden zijn om te chatten of de koffie al klaar was bijvoorbeeld’, vertelt Hofstra. ‘Dus begonnen ze met kabels trekken, soms zelfs van dak naar dak. Op een gegeven moment klopte een manager aan bij het college van bestuur, met de vraag: waarom zouden we niet iedereen op de campus met elkaar verbinden? Het CvB ging daarmee akkoord en de studenten kregen gelijk: internet is dé toekomst.’

'Twee stevige kerels gingen op pad met mokers om verhaal te halen'

Zo werd Studenten Net Twente uiteindelijk geboren als de formalisatie van Data Net Drienerlo: een club studenten die in nauwe samenwerking met de ICT-dienst het UT-netwerk beheert. Die taak is in al die jaren niet veranderd. Hoe SNT er invulling aan geeft wel. Het meest treffende voorbeeld is misschien wel de anti-misbruikafdeling binnen SNT. Keurhorst: ‘Onlangs hadden we een bijeenkomst met oud-besturen. Zij vertelden hoe de abuse-afdeling in de beginjaren optrad als iemand iets verkeerds deed op het netwerk: twee stevige kerels gingen op pad met mokers om verhaal te halen. Als we tegenwoordig misstanden signaleren, sturen we gewoon een mailtje.’

Oplettend-zijn mag ook wel, aangezien iedere campusbewoner verbonden is met hetzelfde netwerk. ‘Je kunt het vergelijken met één grote huiskamer, met daarin duizenden mensen die allemaal op hetzelfde netwerk zitten’, stelt Hofstra. ‘In 1994 was iedereen op het internet nog leuk en schattig. Tegenwoordig passen we veel meer op voor hackers en malware. Dus als je een Raspberry Pi met standaardwachtwoord koppelt aan het netwerk, ontvang je onmiddellijk een mailtje van ons, in de trant van: ‘Hé, doe eens niet.’

'Wat down is, moet weer up'

‘Ik heb het warm’

Toch gaat het weleens mis. ‘Onze laatste grote oeps was een jaar geleden, toen ons cloudplatform meer opslag nodig had’, vertelt Hofstra. ‘Toen we daarmee bezig waren, viel alles ineens uit. Onze eigen schuld, maar dan is het ook ineens alle hens aan dek, tot in de late uurtjes. Dankzij de dienst LISA die apparatuur beschikbaar stelde, kregen we de boel snel weer aan de praat. Maar al met al duurde het bijna een week voordat alles het weer deed.’

Vele malen catastrofaler kan het ook, toen in 2002 de helft van het toenmalige TW/RC-gebouw (de huidige Cubicus) afbrandde, inclusief alle netwerkvoorzieningen. Heel nerdy Nederland kreeg op afstand via chatsysteem IRC mee hoe het toenmalige UT-netwerk zijn laatste adem uitblies: ‘Ik heb het warm’, chatte de computer. ‘Ik heb het heel warm. Ik heb het echt heel warm’. En toen was het stil. Mede dankzij SNT kwam de boel gauw weer op gang. ‘Dat een half gebouw in vlammen opging, was voor een nerd op dat moment niet belangrijk’, vertelt Hofstra. ‘Wat down is, moet weer up. Samen met de toenmalige dienst CIV (nu LISA, red.), zocht SNT naar back-ups en herstelde de internetverbinding. Dat gebeurde via een straalverbinding, had ik begrepen, met een schotel van een dak op de campus naar de overkant van de Hengelosestraat.’

'Ik denk dat nerd-zijn tegenwoordig iets is om trots op te zijn'

Nerds

De SNT-leden knijpen hun handen dicht dat hun samenwerking met LISA, in het bijzonder de afdeling ITO, zo goed is. Onverdeeld blij met alle UT-besluiten op het gebied van ICT zijn ze niet. ‘Wat geldt voor de meeste nerds, geldt ook voor ons: privacy is een groot goed’, zegt Hofstra. ‘Mijn mening is dat de UT op dat gebied de zaken niet op orde heeft. Kijk bijvoorbeeld naar Canvas, dat heel hard aan tracking doet. Veel data van studenten gaat naar bedrijven in de Verenigde Staten, wat betekent dat de Amerikaanse overheid in feite je studievoortgang kan volgen. Ik vind dat een enge gedachte, zeker als je bedenkt dat mensen die cybercrime studeerden soms niet dat land binnen mogen vanwege hun achtergrond. De campus was altijd een veilige, digitale speeltuin. Dat moeten we zo houden.’

De term ‘nerd’ is inmiddels meerdere malen gevallen. ‘Vroeger had dat woord een negatieve lading, ik denk dat nerd-zijn tegenwoordig iets is om trots op te zijn’, zegt Hofstra. Keurhorst vult hem aan: ‘Ik ben nu een jaar lid en meer van het organiseren dan van het sleutelen en programmeren. Maar ik zit absoluut op mijn plek, want iedereen bij SNT heeft zijn eigen kwaliteiten. Zolang je maar een beetje nerdy bent en interesse hebt in ICT, zal iedereen zich hier altijd thuis voelen.’

Links: Maaike Keurhorst. Rechts: Silke Hofstra.