Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Spotlight

Een laatste ‘groetje’ van Hans Vossensteyn

| Rense Kuipers

De campus was 34 jaar lang het ‘thuis’ van hoogleraar Hans Vossensteyn. Eerst als student bestuurskunde, sinds 1991 als onderzoeker en later als directeur bij de CHEPS-vakgroep. Daar komt nu een einde aan. Na de zomervakantie verhuist de hoogleraar naar de Saxion hogeschool, om directeur te worden van de Research & Graduate School.

‘Oké, dus jij gaat de academie verlaten? Zal vast een stap terug zijn’, is wat Vossensteyn zijdelings hoorde toen hij zijn vertrek aankondigde. ‘Dat vind ik maar kinderachtig gedoe’, pareert hij meteen. ‘Ik zie dit absoluut niet als een stap terug. Integendeel. De UT en Saxion zijn allebei professionele organisaties in het hoger onderwijs. Daarbij – zeker na het werk van de commissie Veerman – is de rol van hogescholen belangrijker geworden, met meer focus op onderzoek en maatschappelijke impact. Dat er nog af en toe neerbuigend wordt gedaan over hogescholen, snap ik totaal niet.’

Vossensteyns carrière in een notendop

1991: Rondde UT-master bestuurskunde af en werd door Frans van Vught aangenomen bij het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS)

2005: Promoveerde cum laude op onderzoek naar ‘student price responsiveness’

2007: Werd deeltijdhoogleraar Higher Education and Science Management aan de Hochschule Osnabrück

2010-nu: Directeur van de vakgroep CHEPS, onderdeel van de faculteit BMS

Vanaf september 2019: directeur van de Saxion Research & Graduate School

Zichtbaar en tastbaar resultaat

En Vossensteyn kan het weten. Hij schreef in 2010 mee aan het Veerman-rapport, over de toekomst van het hoger onderwijs in Nederland. Tel daarbij vele andere nationale, Europese en wereldwijde rapporten over het hoger onderwijs op. Zijn vakgroep, CHEPS, houdt zich daar immers al 35 jaar mee bezig. ‘We werden in 1984 door het onderwijsministerie in het leven geroepen als onafhankelijke en wetenschappelijk ingebedde denktank voor hogeronderwijsbeleid. Met Frans van Vught als voorzitter hebben we die rol gepakt en uitgebreid naar onder meer de Europese Commissie en de Wereldbank.’

In zijn 28 jaar bij CHEPS wegen voor Vossensteyn de ups zwaar op tegen de ‘sporadische downs’. Onvermoeibaar deelt hij een spervuur aan bijzondere ervaringen: hoe het was om in 2005 cum laude te promoveren (‘op de heetste dag van het jaar, met een volle zaal, moest ik drie kwartier wachten omdat er een ander diploma opgehaald moest worden’), hoe intensief en enerverend het is om mee te schrijven aan bepalende overheidsadviezen en hoe hij in landen als Mozambique, Oeganda, Ethiopië, Kazachstan, Georgië en Letland trainingen verzorgde. Met als klap op de vuurpijl dat op basis van zijn adviezen het onderwijsbekostigingssysteem in Letland om werd gegooid. ‘Dat is misschien wel het mooiste, als je zichtbaar en tastbaar resultaat ziet.’

'Het positief-kritische zit erin gebakken bij ons'

Hechte club

Veel complimenten zijn er voor zijn CHEPS-collega’s. ‘We vormen een hechte club. Voorheen in de Cubicus, en later in het Capitool, stonden we bekend om onze dartbijeenkomsten op vrijdagmiddag. Een glas bier of wijn erbij, prachtig. Ieder jaar hebben we een zomerevenement, met partners en kinderen. Wat dat betreft zijn we één grote familie.’ Ook binnen het vakgebied staat CHEPS goed op de kaart, stelt Vossensteyn. ‘Zowel in binnen- en buitenland staan we te boek als zeer gewaardeerde hoger onderwijsexperts. We krijgen bijvoorbeeld steevast veel servicecontracten van het Directoraat-Generaal voor Onderwijs en Cultuur van de Europese Commissie, zeker ten opzichte van de grote jongens. Dat zit ‘m vooral in het scherpe analytische gedeelte van onze rapporten. Het positief-kritische zit erin gebakken bij ons.’

Positieve energie

Positief-kritisch is Vossensteyn ook zelf, zeker als hij het heeft over de mindere momenten tijdens zijn UT-loopbaan. ‘In al mijn jaren hier heb ik veel reorganisaties meegemaakt, met ook CHEPS op de schopstoel. Bovenal verdiende de ontstaansgeschiedenis van de faculteit BMS niet de schoonheidsprijs. De samenvoeging van de faculteiten MB en GW werd doorgedrukt en vervolgens vertrok de decaan weer. Na alle negatieve energie van toen, vind ik het knap dat Theo Toonen die situatie met visie heeft weten om te buigen tot nieuwe, positieve energie. Ik zie steeds meer samenwerkingen ontstaan tussen vakgroepen. Ja, het gaat de goede kant op met de faculteit.’

Zo kan Vossensteyn ook met een gerust hart afscheid nemen, na bijna tien jaar als directeur van CHEPS. ‘Als gevolg van alle reorganisaties, hebben we nu eindelijk een hoogleraar aan kunnen nemen in Barend van der Meulen. Dat voelt als een overwinning, na een jaar of negen knokken. En na 35 jaar hebben we met CHEPS nog steeds een springlevende, dynamische club. Iedereen voelt de verantwoordelijkheid voor het succes van deze eenheid.’

'Met mijn 52 jaar, was dit een mooi moment om nog zo’n stap te maken'

Samenwerken

Na zijn zomervakantie neemt Vossensteyn nog een maand de tijd om Van der Meulen in te werken, zijn scala aan taken over te dragen en een lading papierwerk op te ruimen. En er volgt een afscheidsreceptie op 22 augustus. Wat hij mee wil geven aan de UT? ‘Het maatschappelijke aspect is ontzettend belangrijk. Waar een sociale wetenschapper kijkt naar de impact van technologie, moet een ingenieur rekening houden met de mogelijke effecten op mens en maatschappij. Die wisselwerking wordt steeds belangrijker en dat vereist samenwerking tussen disciplines die anders niet dezelfde taal zouden spreken. De UT moet zich nog meer inspannen en platforms bieden zodat mensen wél diezelfde taal gaan spreken. Daar moeten medewerkers de tijd en ruimte voor krijgen.’

Voor iemand die in de loop der jaren steeds meer manager dan wetenschapper is geworden, is zijn nieuwe plek als directeur van de Saxion Research & Graduate School een logische stap. ‘En met mijn 52 jaar, was dit een mooi moment om nog zo’n stap te maken. De grote opdracht die ik krijg is om de onderzoekskant van Saxion meer body te geven, meer tweede en derde geldstroommiddelen binnen te halen en om samenwerkingen tussen lectoraten aan te zwengelen. Daar liggen mooie uitdagingen.’

Hans en groetje

Zijn nieuwe collega’s hoeven in ieder geval niet raar op te gaan kijken als ze mailtjes van Vossensteyn zien, ondertekend met ‘Hans en groetje’. ‘Dat doe ik al minimaal twintig jaar’, zegt hij met een brede grijns. ‘Het is mijn handelsmerk geworden, terwijl het begon als een grappige alliteratie en een snelle manier om mijn mails te ondertekenen. Of dat een keer fout is gegaan? Ik dacht een keer van wel: in mijn eerste correspondentie met iemand van de VSNU. Ik was vergeten om in mijn eerste contact wat formeler te zijn. Maar het bleek achteraf alleen maar tot een glimlach te hebben geleid. Gelukkig maar, ik ben van plan dit mijn hele leven te blijven doen.’