Photo by: Gijs van Ouwerkerk
Spotlight

‘Ik ben van het bouwen’

| Rik Visschedijk

Hij behoort na 34 jaar UT bijna tot het meubilair: Kees Eijkel. Vanaf 1 december maakt de huidige directeur Strategic Business Development de overstap naar het Delftse QuTech waar hij directeur business development wordt.

Gefeliciteerd met je nieuwe baan, maar waarom vertrek je uit Enschede?

‘Af en toe komt er een zeldzame kans voorbij en daar is het onderzoeksinstituut voor quantumtechnologie QuTech er één van. Ik ben nu 59 jaar. Als je nog eens iets anders wil, dan moet je toehappen. Deze baan, in een nieuwe omgeving, is een mooie kans om nog een keer mijn kunstje te laten zien. QuTech is een joint venture tussen TNO en de TU Delft. Een bruisende club met veel zelfstandigheid, prachtige wetenschap, veel derde geldstroom en een hoog ambitieniveau. Een uitdaging dus. Het is een beetje alsof je een bergbeklimmer vraagt; waarom zou je die volgende berg nog opgaan? Simpel: omdat het leuk is en je nog een uitdaging wil.’

‘In ruim dertig jaar heb ik ontzettend leuk werk gedaan op de UT. Twee elementen springen eruit. Ik heb steeds kunnen pionieren en ik heb met bijzondere mensen samengewerkt. Eigenlijk zie ik mijn werk op de UT niet als één baan. Ik heb verschillende rollen ingevuld. Eerst als promovendus en universitair docent bij Micromechanica daarna als hoofd van het Sensors en Actuators (S&A) laboratorium en vervolgens als technisch commercieel directeur bij het op te zetten instituut MESA+. In 2006 ging ik naar ‘de overkant’, als directeur van Kennispark, tegenwoordig Novel-T. En sinds twee jaar ben ik directeur Strategic Business Development.’

‘Ik zie mijzelf als een green field jongen. Geef me een lege lap grond en laat me er iets van maken’

Waar kijk je met het meeste plezier op terug?

‘Die verschillende rollen en de verschillende mensen waarmee je samenwerkte, gaven me veel energie. In essentie zie ik mezelf als een ‘green field jongen’, geef me een lege lap grond en laat me er iets van maken. Om de analogie door te trekken: ik ben van het bloemetjesmodel. Vanuit een brede agenda zoek ik graag mensen vanuit verschillende achtergronden die samen iets neerzetten op dat lege veld.’

‘Zo is Kennispark ontstaan. Bij de start in 2006 was het een project van de provincie, gemeente en de UT dat niet goed van de grond kwam. Er lagen meters dure rapporten, maar geen resultaat. Met drie mensen zijn we in het voormalige KPMG-gebouw begonnen met een aantal studentstarters als onderhuurders. Als snel waren we met zo’n 35 betrokkenen die op de een of andere manier onze agenda uitvoerden voor Kennispark en de regio Twente. Dat waren mensen die aanhaakten en niet op onze loonlijst stonden, bijvoorbeeld vanuit Saxion, de provincie, de gemeente en ontwikkelingsmaatschappij OostNL. Onze ambitie was: resultaat creëren en onszelf zo snel mogelijk overbodig maken door het ecosysteem in beweging te zetten.’

‘De formule werkte. We groeiden naar 6500 lokale banen. En, belangrijker, we stelden een gebiedsvisie op die leidde tot het verwijderen van het viaduct, de verbetering van het stadion en de ontwikkeling van de Gallery. Dat bracht samenwerking, dynamiek en aantrekkingskracht. Kennispark is daarmee een leidende campus in Nederland geworden en een best practice in Nederland.’

‘Dat ondernemende zit er gewoon in’

Je begon bij de UT als onderzoeker, maar sloeg de weg in richting business development. Een logische stap?

‘In 1984 kwam ik bij de UT als promovendus. Na drie maanden had ik een handig idee, dat resulteerde in een hoekmeetsensor. Die werd gepatenteerd en wordt nog steeds geproduceerd door Honeywell. Tijdens mijn promotie stelde ik mij tot doel het in vier jaar te halen. Dat lukte, zelfs één dag eerder. Daarna was ik universitair docent in de Micromechanica-groep van Miko Elwenspoek. Maar dat ondernemende zit er gewoon in.’

‘Daarnaast vind ik het leuk om echt samen te werken met mensen. Vooral met degenen die iets extra’s brengen of die de potentie hebben om je te overvleugelen. Om er een paar te noemen, van David Reinhoudt leerde ik veel. Hij vroeg me om met hem MESA+ op te zetten rond de eeuwwisseling. Steve Walsh is heel belangrijk voor me geweest. Hij hielp MESA+ te commercialiseren en internationaal op de kaart te zetten. Via hem heb ik heel goede contacten in Australië waar ik een tijdje werkte als adviseur. En Kees van Ast, voormalig vicevoorzitter van de UT, is heel belangrijk geweest voor me. Van hem kreeg ik onvoorwaardelijke steun.’

Hoe laat je de UT achter?

‘Zoals ik zei; ik ben van het bouwen. Dat heb ik bij MESA+ gedaan, daarna bij Kennispark. Als er een stevige organisatie staat, dan is het tijd om me terug te trekken. Ik wil me er dan ook niet meer mee bemoeien. Mijn opvolgers moeten de vrije hand hebben voor verdere ontwikkeling.’

‘De afgelopen twee jaar bouwde ik aan de business development van de UT in z’n geheel. Dat is niet af en daar ligt nog een uitdaging. Naast het binnenhalen van projecten moet de UT meer inzetten op partnerschappen en ecosystemen. Dat moet je niet lukraak doen, maar gericht door te kijken naar gebieden die overlap hebben met ons onderzoek en een sterke externe vraag hebben. Daar zijn al stappen in gezet, bijvoorbeeld op het gebied van Advanced Manufacturing en Maintenance, Medische Technologie en de nanotech-gebieden als photonics, fluidics en semiconductors. Maar ook op het gebied van energietransitie kunnen we een grote rol spelen.’

‘De UT is aantrekkelijk voor investeringen als we de genoemde gebieden consequent uitbouwen. Daarvoor hebben we onze partners als Fraunhofer, het Max Planck Center en spin-offs nodig. Daarmee krijgen we de geldstromen, infrastructuur en zichtbaarheid een stap hoger en kan de UT impact maken. Wetenschap is de basis van de UT, maar we moeten ons ook blijven voeden met maatschappelijke impulsen. Als dat lukt, dan heeft de UT een mooie toekomst als ondernemende universiteit.’