Photo by: nia_palli
Spotlight

‘Ik ben niet zo bang aangelegd’

| Rik Visschedijk

CDA-politica Ank Bijleveld is de eerste UT-alumnus die het tot minister schopt. En dan ook nog eens op een zware post: Defensie. ‘Ik moest er wel even over nadenken toen ik gevraagd werd. Het is totaal buiten mijn comfortzone’, zegt ze.

Bijleveld rijdt vanuit het Twentse Goor naar de Faculty Club. Het is de dag van de gemeenteraadsverkiezingen en ze wil haar stem in haar woonplaats uitbrengen. Ze is niet, zoals veel van haar collega’s, op campagne om de laatste kiezers te verleiden. ‘Mijn partij kiest ervoor om ons landelijk niet te veel te bemoeien met de gemeenteraadsverkiezingen. Het gaat om de lokale afdelingen.’

De weg vinden naar de campus is niet moeilijk. Bijleveld studeerde van 1980 tot 1986 bestuurskunde aan de UT, maar kwam ook daarna regelmatig op de campus. In verschillende hoedanigheden. Als burgemeester van Hof van Twente (2001-2007) zat ze regelmatig om tafel met de universiteit in het kader van de Twente Board. En als commissaris van de Koningin van Overijssel (2011-2017) verrichtte ze ook ceremoniële functies. ‘Ik was natuurlijk vaak aanwezig bij de opening van het academisch jaar, en bij de dies waar ik de PhD-award uitreikte en voormalig rector Ed Brinksma een lintje opspeldde bij diens afscheid’, zegt ze.

Persoonlijk heeft ze nog steeds een band met de UT. ‘Mijn neef studeert bij ATLAS. Hij zit nu in de Verenigde Staten en heeft zijn spullen in onze kelder opgeslagen.’

De minister komt voorbereid naar de Faculty Club en geeft een ‘aantal voorbeelden’ van samenwerkingen tussen Defensie en de UT. Zeven in totaal, variërend van onderhoudstechnologie tot een wetenschappelijke adviesraad. ‘Zoveel partnerschappen had ik niet verwacht’, zegt ze. ‘Ik denk dat ik binnenkort ook maar eens een werkbezoek aan de campus breng.’

'Ik heb vooral bewondering voor de 55.000 mensen die bij Defensie werken. Daarom heb ik ja gezegd.’

Eind 2017 werd Bijleveld beëdigd als minister van Defensie. Een beslissing waar ze even over moest nadenken toen ze gevraagd werd door partijleider Sybrand Buma. ‘Natuurlijk word je in het formatieproces wel eens gepolst. Maar ik zei niet direct “ja”, toen het telefoontje kwam. Ik was op dat moment op de military in Boekelo en wilde het even overdenken. Defensie is een zware post. De toenmalig minister Jeanine Hennis-Plasschaert was net afgetreden in de nasleep van het dodelijk ongeluk met een mortier in Mali.’

Er waren meer redenen om te bedanken. Defensie heeft jarenlang bezuinigingen voor de kiezen gehad en zowel de Onderzoeksraad voor Veiligheid en de Algemene Rekenkamer publiceerden kritische rapporten over de cultuur en de veiligheid. ‘De baan komt met een grote verantwoordelijkheid’, zegt ze. ‘Maar ik ben niet zo bang aangelegd. Ik heb vooral bewondering voor de 55.000 mensen die bij Defensie werken. Daarom heb ik ja gezegd.’

Niet alleen de strepen, balken en sterren

Helemaal vreemd is defensie niet voor Bijleveld. Haar vader was beroepsmilitair. ‘Om de vier jaar verhuisden we omdat hij ergens anders gestationeerd werd. ’ Bij haar afscheid als commissaris van de Koningin was hij ‘zichtbaar trots’. Maar hij zei ook: het is een onzekere baan. ‘Hij gaf het advies om van laag tot hoog in de organisatie te praten met mensen. Richt je niet alleen op de strepen, sterren en balken, zei hij.’

Dat advies volgt ze op. Ze nodigde alle 86 defensiemedewerkers in Hof van Twente uit voor een brunch waarvan er ruim vijftig aan tafel schoven. Ze hoorde wat hen bezighoudt en waar ze tegenaan lopen. ‘De bijeenkomst was niet heel anders dan mijn werkbezoeken op locatie in missielanden Mali en Jordanië. Het zijn allemaal jonge mensen die hun werk met passie doen en weten dat ze uiteindelijk door de aard van hun werkzaamheden hun eigen leven in gevaar kunnen brengen. Zo veel mogelijk veiligheid in hun werk, daar gaat het om.’

'Er zit een lange weg tussen de studie en het ministerschap'

Van die veiligheid wil ze werk maken. ‘In de wekelijkse briefing met de militaire en civiele staf staat het als eerste op de agenda. We gaan daarnaast de drie takken beleid, uitvoering en toezicht beter scheiden. Daarmee moet er meer informatie uit de verschillende lagen van Defensie op mijn bureau komen.’ Bijleveld kan eindelijk weer investeren. De krijgsmacht krijgt er 1,5 miljard bij. ‘Daarvan wil ik 75 miljoen direct investeren in veiligheid. Dat voorstel bespreken we binnenkort.’

Ze geniet van haar maatschappelijke baan, begeeft zich graag in het publieke domein. In het bedrijfsleven heeft ze nooit gewerkt. ‘Misschien dat ik er meer had kunnen verdienen’, reageert ze. ‘Maar ik zeg altijd: een fiets en auto staan al in de garage.’ Haar studie bestuurskunde was een eerste stap richting het openbaar bestuur. ‘Daar heb ik zeker wat aan gehad. Vooral het analytisch benaderen van een probleem gebruik ik dagelijks. Maar er zit een lange weg tussen de studie en het ministerschap. En daarin moet je laten zien dat je bestuurlijk sensitief bent.’

Nederlands, een prachtig taal

Begin jaren ’80 van de vorige eeuw, toen Bijleveld studeerde, moest de internationalisering van de universiteit nog worden uitgevonden. Denkt ze dat een Engelstalige opleiding haar op voorsprong had gezet voor dit ministerie? ‘Ik spreek mijn talen prima, denk ik. Als het om mijn studie bestuurskunde gaat, dan is het belangrijk dat je juist in het Nederlands je goed leert uitdrukken. Ik hoop dat we met internationalisering niet het hele Nederlands overboord zetten. Het is een prachtige taal.’

 ‘In stafvergaderingen moet ik nog wennen aan excellentie’

De taal beheerst de minister mondeling in ieder geval goed. Bijleveld praat snel - en blijft dat doen - als ze haar berichten scant op de telefoon die op stil staat. Ze is vooral duidelijk. Bijvoorbeeld dat ze in deze setting niet formeel aangesproken hoeft te worden: je en jij volstaat. ‘In stafvergaderingen moet ik nog wennen aan excellentie’, zegt ze. ‘Dat hoeft buiten die setting van mij echt niet.’

Na een stevige handdruk verlaat ze de Faculty Club. Ze rijdt in haar eigen auto – zonder chauffeur – terug naar Goor. Haar CDA-stem van die dag is niet verloren gegaan: de christendemocraten zijn weer de grootste in Hof van Twente.