Nederlanders onderschatten kans op virus van eigen bodem

| Jelle Posthuma

Wat als er in Nederland een corona-achtig virus ontstaat door zoönose; een ziekte die van dier op mens kan overgaan? Volgens Mariëlle Stel, universitair hoofddocent bij de UT-vakgroep psychologie van risico, conflict en veiligheid, zien weinig Nederlanders het als een reëel gevaar. ‘Terwijl onze intensieve veehouderij voor grote risico's zorgt.’

Jullie vakgroep deed onderzoek naar de perceptie van zoönosen. Wat is er precies onderzocht?

‘We vroegen een grote groep Nederlanders tussen de 18 en 68 jaar of ze zich bewust zijn van de risico’s op het ontstaan van zoönosen in Nederland. Een zoönose is een infectieziekte die van dier op mens kan overgaan. Dit gebeurde ook met Covid-19. Mensen denken: het coronavirus ontstond ergens ver weg in China, waar gekke dingen gebeuren op wildmarkten. Maar een zoönose kan wel degelijk in Nederland ontstaan. Sterker nog, Nederland is hét land in Europa waar een nieuw virus kan uitbreken, vanwege onze intensieve veehouderij.’

Wat waren de uitkomsten van jullie onderzoek?

‘Negentig procent van de ondervraagden denkt dat een zoönose ook in Nederland kan ontstaan. Maar toen we doorvroegen, vond het grootste deel van de groep dit niet een waarschijnlijk risico. Ook wist een meerderheid niet dat de dierlijke producten die wij consumeren voor het overgrote deel afkomstig zijn uit de intensieve veehouderij. Slechts 3,2 procent van ons vlees is biologisch. Mensen zien de koeien in de wei, maar ze zien niet wat er in de afgesloten megastallen gebeurt.’

Is er een oplossing?

‘Om nieuwe virusuitbraken te voorkomen, moeten we ons consumptiepatroon aanpassen. Als we mensen informatie over de intensieve veeteelt en zoönosen geven, dan is een meerderheid van de deelnemers bereid minder vlees te consumeren, zo blijkt uit ons onderzoek. Ook vindt meer dan 70 procent dat intensieve veeteelt en wildmarkten moeten worden verbannen. Het is goed nieuws dat zo veel mensen hiertoe bereid zijn.’

Maar het is slecht nieuws voor de Nederlandse boeren…

‘Nee, het is juist goed nieuws voor de boeren. Als consumenten meer willen betalen voor een stukje vlees, kunnen boeren kleinschaliger veeteelt bedrijven. Dan wordt vlees weer meer een luxeproduct. Minder vleesconsumptie betekent minder dieren. In 1950 had een Nederlandse boer gemiddeld zeven varkens op zijn boerderij, nu zijn dat er zestienduizend. Dat brengt grote risico’s met zich mee.’

Is het niet wat rigoureus om intensieve veeteelt te verbannen? Zo hebben we dankzij intensieve landbouw ook betaalbaar voedsel…

‘Ik denk dat zo’n discussiepunt los staat van het onderzoek. Intensieve veehouderij levert ons inderdaad betaalbaar voedsel – maar tegen welke prijs? Denk aan zoönose, dierenwelzijn en de kwaliteit van het vlees. Om bij het onderzoek te blijven: de studie laat zien dat de meeste mensen bereid zijn minder dierlijke producten te consumeren. Tegelijkertijd stoppen ze niet helemaal met de consumptie van dierlijke producten. En inderdaad, de meeste deelnemers willen de intensieve veehouderij verbannen.’

Wildmarkten, waar Covid-19 vermoedelijk ontstond, en intensieve veeteelt zijn toch niet hetzelfde?

‘Er zijn duidelijk verschillen. Op Chinese wildmarkten is een mix van wilde dieren te vinden. Maar ook onder koeien, kippen, geiten en vooral varkens die dicht op elkaar leven gaan veel virussen rond, die uiteindelijk op mensen kunnen overgaan. Zo is het vermoeden dat de Mexicaanse griep op een varkenshouderij is ontstaan. Het is bekend bij het RIVM dat er in Nederland 84 verschillende zoönosen kunnen opduiken. Deze zijn gelukkig nog niet zo heftig en besmettelijk als Covid-19. Toch bestaat er een risico dat een nieuw en mogelijk heftiger virus in Nederland ontstaat.’

Het volgende virus ligt alweer op de loer?

‘Zeker, want de veehouderij wordt alleen maar intensiever. We hebben nu een vaccin tegen Covid-19, maar het zal zeker niet het laatste virus zijn. Ook krijgen we te maken met nieuwe mutaties, zoals de Britse variant van Covid-19. Stel dat er een virus ontstaat met een sterftecijfer van vijftig procent, wat dan? Dan valt het coronavirus nog mee – al wil ik de huidige situatie zeker niet bagatelliseren. Daarom moeten we iets doen aan de oorzaak van de pandemie.’

Hoe dan?

‘Uit ons onderzoek blijkt dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking aan de hand van kennis over de intensieve veehouderij zijn consumptiepatroon wil veranderen. Nu zijn we gefocust op het uitroeien van corona, maar waar komen dergelijke virussen vandaan? Uit onderzoek blijkt dat 75 procent van alle nieuwe infectieziekten in mensen van dieren komen. Zo’n getal vind ik shocking. We moeten daarom het bewustzijn vergroten dat een zoönose ook in Nederland kan ontstaan.’

Het onderzoek van de vakgroep psychologie van risico, conflict en veiligheid van de faculteit BMS is uitgevoerd door Mariëlle Stel, Janina Eggers en Stina Nagelmann.