Met verbazing ontdekte ik onlangs dat mijn zoontje geen staartdelingen meer leert op de basisschool. En toen las ik dat er op de UT een nieuwe cursus was opgericht. Steeds meer studenten in technische opleidingen hebben namelijk moeite met wiskunde. Zou dat iets met elkaar te maken hebben?
Een lager startniveau betekent noodzakelijkerwijs een lager eindniveau, want er is maar beperkte tijd om studenten de stof bij te brengen. De inhoud van het boek voor basis-elektronica halveerde bijvoorbeeld al sinds ik hier studeerde. Daar komt bovenop dat we meer focussen op soft skills en bredere en meer praktisch-georiënteerde opleidingen, waardoor de theoretische diepgang verder afneemt. Technische studies gingen van zes jaar naar vijf jaar, de minor van één trimester naar twee kwartielen, en wat betreft de rest wordt steeds meer plek ingeruimd voor niet-technische vakken.
Het is wetenschappelijk bewezen dat leerlingen beter presteren als ze al vroeg in aanraking komen met meer en uitdagendere stof: het pygmalion-effect. Helaas is in Nederland het tegenovergestelde gaande. Volgens een onderzoek van McKinsey uit 2023 steeg het aandeel middelbare scholieren dat vwo deed van 16% in 1990 tot 24% in 2023, bij gelijkblijvend IQ. Intuïtie zegt dat dat alleen maar kan als het vwo-niveau afgenomen is. Inderdaad blijkt bijvoorbeeld dat de wiskunde- en natuurkundestof in de laatste dertig jaar halveerde, en dat de vragen makkelijker werden met minder denkstappen. In dezelfde periode is het aantal universiteitsstudenten bijna verdubbeld. You do the math.
Bestuurders en politici pareren alle kritiek door te wijzen op de top-10 plek van Nederland op diverse wereldranglijsten met betrekking tot innovatie en industrie. Maar komt dit niet omdat we nog teren op de vijftig- en zestigplussers die nu de leiders en boegbeelden van bedrijven en kennisinstituten zijn, en die nog wél onderwijs van voor de afbraak genoten? We zijn al een paar jaar langzaam aan het zakken op die ranglijsten, en dat blijft onherroepelijk de komende twintig jaar zo als al die mensen met pensioen gaan en er geen nieuwe generatie opstaat. Er moet echt nu iets veranderen!
Peter Wennink, voormalig CEO van ASML, sloeg de spijker op zijn kop door te constateren dat de noodzaak voor verandering niet genoeg gevoeld wordt, dat we te zelfgenoegzaam zijn. Hij noemde ons als natie zelfs ‘dik, dom en blij’. Maar welke politicus durft in 2026 nog te kiezen voor de lange-termijn toekomst van Nederland, ten koste van de eigen kansen om over twee jaar opnieuw gekozen te worden?
Ondertussen zijn we vooral druk met pleisters plakken. We hebben een heel legertje studieadviseurs, mentoren, psychologen, en noem maar op, om al die studenten te helpen de eindstreep te halen. In plaats van dat de laatste tentamenpoging telt, telt het hoogste cijfer. De examencommissies worden bedolven onder de verzoeken. We hebben allerlei uitzonderingen op het BSA. We kijken soepeler na, en maken vakken makkelijker met minder inhoud. Als ik naar de LTS-studieboekjes van mijn vader kijk, dan deed het niveau niet onder voor wat we tegenwoordig in de bachelor aanbieden.
Laat ik benadrukken: de studenten kunnen er niks aan doen. Die hebben ook maar te dealen met wat de opleidingen aanbieden. Maar laten we dan alsjeblieft zorgen dat de meest briljante studenten ook de nodige aandacht krijgen, hun ei kwijt kunnen en uitgedaagd worden. Zodat ze na hun studie hun capaciteiten maximaal kunnen benutten om van Nederland weer een dynamische en concurrerende economie te maken. Dit is verdorie de hoogste opleiding die je kunt volgen. Ondanks het afschaffen van cum laude is er hier op de UT toch hopelijk nog wel enige ruimte voor excellentie?
Daarom is mijn voorstel aan Den Haag om te redden wat er te redden valt: wijs universiteiten en/of opleidingen aan als Nederlandse topuniversiteit/opleiding, of richt ze op. Zij mogen selecteren aan de poort en de lengte van de opleiding zelf bepalen, om zo de excellente studenten de uitdaging te geven die ze verdienen. Dan kunnen we hopelijk binnen de tien jaar weer mensen afleveren die ons terugbrengen tot de absolute top als kennis- en innovatieland.