Stuwmeer

| Femke Nijboer

Columnist Femke Nijboer vraagt zich af wat het hoger onderwijs werkelijk kost en hoe we het letterlijk waarderen. Ze doet een voorstel overuren eens boekhoudkundig bij te gaan houden zoals we dat dat ook met vakantie doen, in plaats van weer een nieuw welzijnsonderzoek te houden.

Photo by: AJF

Hét woord van afgelopen week in U-Today: stuwmeer. ‘Tien procent van de medewerkers registreert verlofuren niet’, kopten ze. Kort samengevat: HR maakte zich grote zorgen. Sommige UT-medewerkers nemen soms zomaar vrij en registeren die vrije uren niet in ons registratiesysteem AFAS. Aan het einde van hun loopbaan ontstaat zo een ‘stuwmeer’ aan overgebleven verlofdagen die mensen dan uitbetaald krijgen. Gemiddeld ging het per loopbaan om 70 uur per medewerker en kostte dat de UT zo’n 1,7 miljoen. Poehee! HR was van plan onze leidinggevenden hierover te informeren en hen te vragen ons te vragen beter onze vrije uren te registeren.

Laat me niet lachen. Tuurlijk, je wilt dat mensen netjes tegen hun baas zeggen wanneer ze er wel en niet zijn. Maar wil de UT echt weten wanneer we aan het werk zijn? Nee.

Het registratiesysteem waarin we op de UT moeten bijhouden hoeveel uren we werken (het oh-zo-gebruiksonvriendelijke-en-mag-het-vandaag-nog-weg-UNIT4 systeem) staat simpelweg niet toe dat je je uren eerlijk rapporteert. Je kan zoveel uren registreren als dat je er contractueel per week hebt. Werk je meer, dan blijven die uren ongeregistreerd. Wat niet weet wat niet deert. UNIT4 is een daarmee een wassen neus.

Laten we voor de lol eens schatten hoeveel gewerkte uren in plaats van vrije uren er niet geregistreerd worden. Die schatting valt wel te maken, want over overwerken wordt regelmatig geschreven.

In 2020 bijvoorbeeld berichtte het Rathenau Instituut dat wetenschappers en managers in heel Nederland ongeveer een kwart meer werken dan hun aanstelling groot is. Dus stel je hebt officieel een 28-urige werkweek, dan werk je waarschijnlijk 35 uur om alles toch maar af te hebben. Dat zijn 7 ongeregistreerde werkuren per week. Op die manier hebben Nederlandse wetenschapers al na tien weken een stuwmeer aan overuren. Per jaar zijn dat zo’n vier stuwmeren. Het water staat niet tot aan de lippen zoals watertrappelende protesteerders in 2020 al vanuit de Hofvijver riepen. Nee, we wonen in Atlantis!

Ook op de UT werken we over. U-Today berichtte in 2021, 2022 en 2023 keer op keer over de overuren die medewerkers maken. Nagenoeg dezelfde cijfers. De laatste cijfers: de helft van de UT’ers werkt elke week meer dan hun contract vereist en bijna een kwart maakt 6 overuren per week. Nog erger, 27 procent van de medewerkers neemt vakantie of verlofdagen om werk af te krijgen.

U-Today, misschien wel moe van elk jaar hetzelfde stuk te moeten schrijven, schreef een hartverwarmend en scherp redactioneel stuk ‘giftige goodwill’ waarin ze de UT aanmoedigde ‘nou eens een echt eerlijk gesprek’ te voeren. Je kan wel een capaciteitsmanagementtool in het vooruitzicht stellen of ‘medewerker wellbeing-actieplannen’ smeden, maar dat hoeft allemaal niet. We houden van ons werk en vinden de UT een fijne werkgever. Het vertroebelen is wat pijn doet. 

Als ik eens een iets poepsimpels mag voorstellen volgens het principe: gelijke monniken, gelijke kappen. Laten we via UNIT4 zowel verlofuren als de daadwerkelijke gewerkte uren registreren. Want waarom zou je voor het één (verlofuren) een boekhoudkundig softwareprogramma gebruiken en voor het ander een welzijnsonderzoek? Waarom vertaal je ‘ongeschreven verlofuren’ naar ‘kosten’, terwijl je ‘overuren’ gemeld in een welzijnsonderzoek vertaald naar ‘werkdruk’? Waardering van het hoger onderwijs wordt zo wel heel moeilijk. Letterlijk. 

Daarom moest ik dus lachen. Oh, ironie. De vraag om gewoon een eerlijk gesprek wordt niet gehoord. Echt kwalijk kan je het ze niet eens nemen: onder het water van zo’n stuwmeer hoor je minder goed.   

Stay tuned

Sign up for our weekly newsletter.