Roddels

| Femke Nijboer

Eindelijk had columnist Femke Nijboer weer eens tijd om bij te praten met collega’s. Wat had ze dat gemist: ouwehoeren, lachen en welja, een beetje roddelen. Maar of bier erbij drinken verstandig is?

Photo by: AJF

‘Weet jij wie [piep] en [piep] gaat opvolgen?’, vraagt ze me leunend over de tafel van Het Fusting. ‘Nee, maar ik ben wel benieuwd’, smak ik terug met een mond vol jackfruit. Rechts naast me gaat het gesprek over een studente die in een stampvol hoorcollege mijn collega, ook universitair docent, vroeg of ze haar slechte cijfer niet ‘anders’ op konden lossen. Ze deed aan paaldansen. ‘Tijdens het college?’, vraagt iemand. ‘Ja, dom he, anders had ik natuurlijk wel anders gereageerd’, grapt mijn collega. Hij vraagt of wij wel eens zoiets hebben meegemaakt. Ik niet, maar ik vertel hoe na een column, waarin ik vertelde over een spannende date, een student van de UT me een foto van zichzelf stuurde en avances maakte. ‘Oh yeah, you write columns, don’t you?’, vragen mijn collega’s. Ik knipoog terug: ‘You better watch what you’re saying, I might write about this’.

Er zitten een paar biertjes in en we bulderen van het lachen om elkaars verhalen. Hoewel we collega’s zijn, zijn we nog nooit met elkaar uit geweest. Er was of geen tijd (want allemaal overwerkt) of er was corona. Een paar mensen aan tafel zijn nog maar pas begonnen. Ze wonen net in Enschede. Bewust nodigden we alleen collega’s met dezelfde functie uit, universitair docenten (ud’s), zodat het een kleine groep bleef. Ergens na het laatste hapje hamburger besef ik wat we aan het doen zijn: we lachen om gênante of rare situaties op het werk. Lachen omdat we nu eindelijk samen zijn en lachen zo hard omdat we ons zo ongemakkelijk voelden in ons eentje tijdens de Teams-vergaderingen. God, wat heb ik dit gemist: ouwehoeren, lachen en welja, een beetje roddelen.  

Over dat roddelen lees ik momenteel een interessant boek. Yuval Noah Harari legt in zijn boek Sapiens uit hoe apen en mensen stabiliteit in hun groepen houden door sociale relaties goed te onderhouden. In een groep van 50 tot 100 apen (of mensen) kunnen de leden elkaar informeren hoe de sociale verhoudingen zijn. ‘Wie doet het met wie?’, ‘wie is eigenlijk de vader van dat jong?’, ‘voor wie moet je oppassen?’, ‘welke aap staat voor je klaar om je hoorcollege over te nemen als je dochter ziek is?’. Belangrijke informatie.

Roddelen heeft een negatieve connotatie. Er wordt gezegd dat grote geesten ideeën bespreken, gemiddelde geesten gebeurtenissen en dat kleingeestige mensen vooral over mensen praten. In 2020 waren er in totaal 5767 universitair docenten in Nederland en wij zitten aan tafel met zeven van zulke exemplaren. Ik weet niet hoeveel profvoetballers er zijn, maar ik heb zomaar het gevoel dat we in de eerste- of eredivisie van de wetenschap spelen. Ik vind best dat ik mag zeggen dat aan deze tafel in De Fusting hele slimme mensen zitten.

En toch… na een paar biertjes gaan we discussiëren over mensen en de stabiliteit van ons sociale netwerk. Slim, zoals Harari zegt? Of kleingeestig? Helaas voor mij komen mijn slimme collega’s al snel op een idee. ‘Zeg Femke, als jij door ons ideeën opdoet voor een column, dan moet je ons de volgende keer trakteren op dit etentje!’.

Ik hoop maar dat ze deze wending in het gesprek door de biertjes vergeten zijn.