Fix this

| Femke Nijboer

De grootste eyeopener in de transitie van student naar volwassenheid? Volgens Femke Nijboer is dat het besef dat iedereen gewoon maar wat doet. ‘Stel dat Poetin vanavond een persconferentie gaf… ‘Dear people of the world. I have a confession to make. I have no clue what I am doing. Please help me fix this. I totally fucked up.’

Photo by: AJF

‘I totally fucked up’, mompelt een student tegen zijn team en zichzelf, terwijl hij weer plaatsneemt aan tafel. Ik hoor het en schrik. Schrik in de eerste plaats van de zelfhaat in zijn stem, maar ook omdat hij zojuist met een gast in ons hoorcollege sprak, zijn cliënt. Wat zou er mis zijn gegaan?

In mijn vak Living and Working Tomorrow (bachelor Creative Technology) laten we studenten zoveel mogelijk originele ideeën bedenken voor een dilemma van een cliënt uit de maatschappij.  De Westerbegraafplaats in Enschede bijvoorbeeld, legt momenteel een natuurlijk begraafveld aan waar je zonder kist en steen duurzaam, klimaat-neutraal begraven kan worden. Toch kan het veld niet té natuurlijk zijn. Nabestaanden willen wel weten wáár op het veldje hun geliefde begraven ligt. Hoe ontwerp je een veldje dat naturel voelt en toch ook rouwenden handvaten biedt? Hoe kan creatieve technologie ondersteunen?

Dit is slechts één van vijfentwintig opdrachten die we uitvoeren voor bedrijven, kunstenaars, futurologen, het TOPFit Citizen Science lab, FC Twente en het Kennispark. Als ik eerlijk ben flikkeren we de eerstejaarsstudenten hiermee in het diepe. Hier, achttienjarige, heb je een echte cliënt uit de volwassenenwereld. Zoek maar uit wat je voor deze persoon kan betekenen. Tegelijkertijd is dat de beste les die je kan krijgen aan het begin van je studie. Swim or sink. De les is dat het ontwerpproces een contactsport is. Je moet in contact komen en blijven met de cliënt, andere stakeholders en de doelgroep voor wie je ontwerpt. In het geval van de Westerbegraafplaats moeten studenten sparren met Monique Kiekebosch, hoofd begraafplaatsen bij de Gemeente Enschede, medewerkers en misschien – mits en tenzij ze willen – een paar bezoekers van de begraafplaats.

Een paar dingen vallen elk jaar op als ik studenten en cliënten koppel. Studenten denken vaak dat de cliënt, die immers volwassen en professional is, weet wat hij of zij wil. De cliënt, hoewel volwassen en professional, geeft in een gastcollege altijd toe dat hij of zij niet weet waar het op aan moet en ook maar ‘wat doet’. Het verschil tussen studenten en cliënten is, dat studenten denken dat de  cliënt de eindoplossing weet en zij erachter moeten zien te komen, terwijl cliënten, wat ouder en wijzer, snappen dat er geen één eindoplossing is, maar dat de reis ernaartoe – en vooral het gezelschap – uiteindelijk het nuttigste is.

De grootste eyeopener in je transitie van student-zijn naar volwassen-zijn is dat iedereen gewoon maar wat doet. Tijdens mijn promotieonderzoek zat ik een keer in tranen met een collega te praten. Vol schaamte dat ik een probleem niet snapte. Ik voelde me een bedrieger. Per abuis had iemand gedacht dat ik een bepaald probleem kon oplossen. ‘Nobody knows what they are doing’, zei mijn Britse collega: ‘We are all just winging it. It might as well be you to work on this problem. At least you are someone with the right intentions’. Volwassen prutsers kan je opdelen in grofweg twee groepen. De ene groep beseft dat het prutst en probeert ervoor te zorgen dat het gepruts in ieder geval geen negatieve maar een positieve uitwerking heeft op de wereld. De andere groep beseft niet dát het prutst en interesseert het eigenlijk ook geen donder wat de gevolgen van het gepruts zijn.

De afgelopen week zien we maar al te duidelijk de groepen tegenover elkaar staan. Mensen die willen ontwrichten versus mensen die willen bijdragen. Rusland versus Oekraïne. Forum versus Democratie (FvD).

Wetende hoe ongelooflijk onhandig wij volwassenen zijn, kan ik het moeilijk aanzien als de student aan het tafeltje zichzelf zo op de kop geeft. ‘Waarom zeg je dat?’, vraag ik hem. Hij legt uit dat hij de cliënt een hand wilde geven, maar dat de cliënt dat niet wilde wegens de coronamatregelen. In mijn ogen is dit op geen enkele manier een fout. Een hand schudden is goed bedoeld en de hand weigeren wegens maatregelen ook. Een onhandig sociaal moment dat velen van ons beleefd hebben. Even lachen en weer door, zou ik zeggen.

Nu, twee weken later denk ik terug aan dat gesprek. ‘Nee’, legde de student namelijk uit, ‘In mijn cultuur, Oost-Europa, is handen schudden heel belangrijk’. Hij lijkt ontdaan door de botsing van zijn eigen goede wil, het willen respecteren van de wens van zijn cliënt en het ontzag voor de volwassene die voor hem stond. Zoveel ontzag. Ik wilde hem troosten, geruststellen, maar wist eerlijk gezegd niet hoe dat moest. Jongeren moeten dringend andersoortige volwassenen op machtsposities zien te krijgen. Stel dat Poetin vanavond een persconferentie gaf… Wereldwijd kijken miljarden mensen mee: ‘Dear people of the world. I have a confession to make. I have no clue what I am doing. Please help me fix this. I totally fucked up’.