Werkdruk te lijf (4): de vergaderlunch

| Wiendelt Steenbergen

UT-hoogleraar Wiendelt Steenbergen schrijft in deze serie over slechte gewoonten die voor werkdruk zorgen en doet voorstellen om er van af te komen. Ditmaal: de lunchvergadering – of vergaderlunch. ‘In mijn meest negatieve stemming zeg ik dat het een combinatie van een eerste levensbehoefte en een noodzakelijk kwaad.’

Photo by: RIKKERT HARINK

Aiaiai, dat was een zware nederlaag. In mijn noeste strijd voor ons aller welzijn heb ik laatst overtuigend het onderspit gedolven. Bij één van de online vergaderingen van een Kamer van Hoogleraren had ik voorgesteld om voortaan buiten lunchtijd te vergaderen. Het voorstel werd meteen in stemming gebracht, en voor ik het wist was het gebeurd: 4 voor en 16 tegen of zoiets, ik wil het niet meer weten. Ik kwam niet meer toe aan een betoog ter onderbouwing van mijn voorstel. Laat ik als excuus aanvoeren dat ik met een lege maag mentaal en verbaal niet op mijn sterkst ben, en dat het intussen verwerken van een boterham met pindakaas me waarschijnlijk het spreken onmogelijk maakte.

Eerste levensbehoefte en noodzakelijk kwaad

Lunchvergadering, vergaderlunch… In mijn meest negatieve stemming zeg ik dat het een combinatie van een eerste levensbehoefte en een noodzakelijk kwaad. Het probleem is niet het lunchgedeelte, zeker als de lunch goed verzorgd is. Maar het vergaderen leidt af van het eten. En mocht vergaderen wel je lust en je leven zijn: zeg nu zelf, het is geweldig onhandig vergaderen, met broodjes waarvan zodra je je tanden erin zet het overvloedige beleg zijwaarts wegschiet en langs je mondhoeken naar beneden loopt, en waarop je vervolgens nog een paar minuten moet kauwen voordat je weer kunt praten.

Dit speelse geschrijf heeft nog geen principiële argumenten opgeleverd, en er is van alles tegen in te brengen. Ik zou kunnen proberen minder gulzig te eten, er zouden kleinere broodjes geserveerd kunnen worden, en je kan een goede lunch ook zien als verzachting van het vergaderleed. En niet alle vergaderingen zijn even erg. Ik heb best wel eens leuke vergaderingen.

Gedwongen voor een beeldscherm pauzeren

We hebben juist een periode achter de rug zonder rijkelijk met kip-kerriesalade belegde broodjes: we zaten thuis op ons zolderkamertje of aan de keukentafel. Dat is een setting waarin lunchvergaderingen al meteen verboden hadden moeten worden: naast een groot deel van de werkdag ook je pauze nog gedwongen voor een scherm doorbrengen. Het viel me tijdens de lockdown op dat zich tegen lunchtijd altijd wel enkele personen afmeldden met in de chat de mededeling: ‘Sorry I have to leave for another meeting’. Dat zal helaas vaak zo zijn geweest, maar goede kans dat ze niet durfden te zeggen: ‘doei, ik ga eten, samen met mijn kinderen/partner/krant/hond’.

Recht en noodzaak

Ook in de normale situatie is de vergaderlunch een problematische activiteit die slechts bij hoge uitzondering zou moeten worden georganiseerd. Ik ga niet in op die uitzonderingen, want iedere nuance verzwakt mijn pleidooi. Ik word soms verbaasd aangestaard als ik zeg dat ik tegen lunchvergaderingen ben. Op de vraag waarom dan wel, is mijn eenvoudige antwoord: ‘nou gewoon, omdat het rusttijd is.’ De lunchpauze als vrij te besteden moment op de dag is niet alleen iets waar je recht op hebt (artikel 5.4 van de Arbeidstijdenwet), je hebt het ook gewoon nodig om bij te komen.

En misschien heb jij het niet nodig, maar veel van je collega’s wel. En alleen daarom al is dit eigenlijk geen onderwerp om met een stemming af te handelen. Je legt dan bij meerderheid van stemmen beslag op de rusttijd van een ander. Dát had ik natuurlijk moeten zeggen in die Kamer van Hoogleraren, als mijn lege hersenen en volle mond me niet dwars hadden gezeten. En ik had ook nog kunnen zeggen dat hoogleraren het goede voorbeeld moeten geven. Een voorbeeld niet in hoe je je werkuren verder kan opschroeven, maar in het vinden van een balans tussen werk en rust.

Sanering van onze vergadercultuur

Ik sluit dit stuk af met een integraal citaat uit mijn blog van november 2016 over werkdruk. Alleen het laatste woord is aangepast aan de huidige tijd. ‘Verbied de vergaderlunch! Lunchtijd is vrije tijd, door de werknemer zelf in te vullen. “Ja maar, dan bezoeken ze mijn vergadering niet meer”, zegt u? Dan vinden ze uw vergadering blijkbaar niet belangrijk genoeg. “Ja maar, dan krijg ik al die mensen nooit bij elkaar”. Dan moet u uw vergaderingen maar tijdig plannen: van de meeste besprekingen is al lang bekend dat ze er aan komen. Het effect is mogelijk een uitdunning of sanering van onze vergadercultuur. Dat is winst voor iedereen. Behalve voor Appèl.’