Hoe ziet jouw werkdag eruit?
‘Als lid van de technische dienst ben ik de hele dag in de weer om op verschillende plekken kleine klussen op te lossen. Verhuizingen, pakketten rondbrengen, statafels regelen en klaarzetten voor promoties en conferenties, de kantine uitruimen… Ik loop de hele dag.’
Hoe ben je bij de UT terecht gekomen?
‘Vrijwel mijn hele werkende leven was ik varkenshouder. Ik heb in mijn jeugd nog wat geprobeerd als timmerman, maar de hele dag plankjes schuren was niet mijn ding. Ze hebben me nooit gedwongen, maar uiteindelijk koos ik toch voor het bedrijf van mijn ouders. Dat bouwde ik van een gemengd veebedrijf uit tot een allround varkenshouderij. ‘Van zaadje tot karbonaadje’, zeg ik weleens.
De laatste jaren kreeg ik steeds meer last van fysieke ongemakken, waardoor ik de dagelijkse klussen niet meer rond kreeg. Vooral de laatste periode had ik heel veel pijn. Toen heb ik de knoop doorgehakt. Het is denk ik een sterke ondernemerskwaliteit als je ook toegeeft dat het niet meer lukt. We gingen toen met een ander, jong stel een maatschap aan, zij wilden het heel graag voortzetten. Uiteindelijk konden we het hele bedrijf zo overdragen.
Via de verzekering werd er gekeken hoe ik op een andere baan zou kunnen overgaan en wat er dan bij mij zou passen, wat ik leuk vind en wat fysiek mogelijk was. Er werd ook in het netwerk gekeken. Mijn neef werkt via een externe partij veel voor de UT en die zei zo’n drie jaar geleden dat er een interessante baan vrijkwam. Mijn schoondochter hielp me, want ik had in mijn leven nog nooit een sollicitatiebrief verstuurd.’
Hoe gaat het nu?
‘Voordat ik bij de UT begon kreeg ik twee standbeencorrecties, waardoor het lopen nu stukken makkelijker gaat. Daardoor heb ik een bepaald loopje, maar wel stukken minder pijn. Het bevalt me hier uitstekend. Ik moet nog wel wennen aan het tempo, want op de boerderij maakte ik weken van zo’n tachtig uur, terwijl ik hier met tweeëndertig uur klaar ben.’
Wat bevalt je het meest?
‘De waardering van iedereen. En toch ook wel het teamwerk. Ik heb het meeste in mijn leven alleen gedaan of samen met mijn vader. Het is fijn dat er collega’s zijn om dingen mee te delen. Ze zeggen ook weleens dat ik wat rustiger aan moet doen.
Het is wel zo dat we veel meer kunnen dan we mogen, als technische dienst. Omdat doorstromen bij de UT niet altijd even gemakkelijk gaat, ben ik bij de technische dienst op een goede leeftijd ingestapt, dus ik kan het werk goed aan. Tegelijk vind ik dat hier nog weleens geklaagd wordt, terwijl het allemaal supergoed voor elkaar is qua arbeidsvoorwaarden. Ik vind dat je hier ook wel met een bepaalde flair mag rondlopen, dat je uitstraalt dat je er plezier in hebt. Ik bekijk dingen graag positief.’
Wat doe je in je vrije tijd?
‘Heel veel vrijwilligerswerk. Ik train een jeugdteam van de voetbal bij ons in Bentelo en heb vroeger zelf gevoetbald. Misschien heb ik daar die slechte knieën aan te danken. Op mijn vijftiende zat ik al in het eerste elftal. Ik ben ooit nog gescout door FC Twente, maar dat is uiteindelijk niet wat geworden.
Verder fiets ik graag. Ik trek regelmatig de mountainbike uit de schuur. Maar van mooie fietstochten maken met mijn vrouw kan ik ook genieten. Ik ben een echte natuurliefhebber. Ik kom ook elke dag op de fiets naar de UT, de omgeving hier is prachtig.
En ik zit bij een koor, als bas. Dat is eigenlijk een uit de hand gelopen geintje. Als kind zat ik bij het lokale kerkkoor. De laatste jaren kwam dat herenstemmen te kort. Op een bruiloft zaten mijn buurman en ik elkaar uit te dagen om dat te helpen oplossen en we zijn daadwerkelijk een keer naar een repetitie gegaan. Dat bleek zo leuk dat ik er nooit meer mee gestopt ben. Op het toppunt had het koor weer tien heren, inmiddels zes.
Daarnaast help ik de zomerfeesten en de winterwandeling van Bentelo organiseren. En als ik dan nog vrije tijd over heb, onderhoud ik de tien hectare grond die ik nog steeds heb. We hebben onlangs een nieuwe kapschuur geplaatst, want het materieel staat er nog.’
Stamppot moos of spaghetti?
‘Ik lust alles. Maar stamppot boerenkool is wel echt jeugdsentiment. We woonden vroeger met drie generaties bij elkaar in en dan at je wat de pot schaftte. Mijn moeder kookte zes dagen per week stevige boerenkost en soep op zondag. Rode kool met aardappels en een gehaktbal, dat is ook een favoriet.’
Wat wil je nog bereiken op de UT?
‘Intern zijn er wat organisatorische dingen veranderd, waardoor de leiding meer op hun bord heeft. Ik zie mezelf dus in de toekomst wel binnen een soort seniorfunctie als meewerkend voorman of iets dergelijks, tussen de leidinggevenden en de werkvloer in.
Ik zit al in een klankbordgroep, om mee te denken over oplossingen voor bepaalde knelpunten of grijze gebieden die niet genoeg aandacht krijgen. Ik wil graag de kloof verkleinen tussen het hogere management en de werkvloer en zo bij de leiding wat druk van de ketel wegnemen. Ik heb bijvoorbeeld vicevoorzitter van het college van bestuur Machteld Roos al eens uitgenodigd om een dag mee te lopen. Dat werd uiteindelijk een half uur, maar toch.’